Overslaan en naar de inhoud gaan

Wet inburgering in vraag en antwoord

Laatste update: 20 januari 2026

4 Uitvoering

Ontzorgen

Op 6 april 2023 verscheen een Verzamelbrief Inburgering met daarin onder meer het onderwerp Financieel ontzorgen. De vragen 1 t/m 5 van de Q&A hierna zijn gemaakt naar aanleiding van deze kamerbrief.

1. Gemeenten mogen maatwerk toepassen als het gaat over financieel ontzorgen, betekent dit dat het toepassen van artikel 56a niet meer verplicht is?

Nee, financieel ontzorgen blijft wettelijk verplicht vanuit artikel 56a van de Participatiewet. Het uitgangspunt is dat zorgen van statushouders over de financiële positie in de eerste zes maanden van de inburgering voorkomen worden. Dit heeft als doel dat de statushouder zich beter kan concentreren op de inburgering. De bedoeling van dit artikel is het voorkomen financiële zorgen in de eerste periode dat de statushouder in de gemeente woont, oftewel, het ontlasten van de inburgeraar door het overnemen van betalingen en het begeleiden naar meer financiële zelfredzaamheid.

In de kamerbrief van 6 april 2023 geeft de minister echter aan dat gemeenten meer maatwerk mogen toepassen in de uitvoering. Er wordt, vooruitlopend op een wetsaanpassing, tijdelijk een ruimere uitleg gegeven aan het wetsartikel. In de praktijk betekent dit dat de gemeente in de beginfase van de inburgering, bijvoorbeeld tijdens de brede intake, met uitkeringsgerechtigde inburgeraars bespreekt hoe diegene ten minste zes maanden financieel ontlast kan worden. Het inhouden van vaste lasten op de bijstandsuitkering is daarbij de standaard. Daarnaast kan om de zelfredzaamheid te bevorderen gedacht worden aan budgetcoaching en/of een training over geldzaken en financiën om de financiële zelfredzaamheid te bevorderen. Maar ook het verstrekken van een overbruggingskrediet om de periode dat de toeslagen nog niet zijn ontvangen past hierbij. Als het inhouden en betalen van de vaste lasten vanuit de uitkering niet bijdraagt aan het doel kan ook voor een andere invulling gekozen worden. 

(vraag toegevoegd 11 april 2023)

2. Beslist de inburgeraar of de vaste lasten via de uitkering worden voldaan, of blijft de gemeente de verplichting opleggen? Wat als de inburgeraar niet wil?

Voor personen die inburgeringsplichtig zijn op grond van de Wet inburgering 2021 geldt dat zij verplicht zijn om mee te werken als de gemeente betalingen verricht vanuit de bijstandsuitkering. In principe legt de gemeente deze verplichting op. Echter, van gemeenten wordt gevraagd om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de behoeften van de inburgeringsplichtige. In het geval er geen toegevoegde waarde is van het verrichten van de betalingen uit zijn/haar naam ligt het voor de hand om te kijken of met een andere invulling van het ontzorgen ook het gewenste resultaat kan worden bereikt. Het verrichten van betalingen vanuit de bijstandsuitkering is niet langer verplicht. Als het gaat om begeleiding aan een inburgeraar dan kan de gemeente iemand niet verplichten om hieraan mee te werken.

(vraag toegevoegd 11 april 2023)

3. Kan de gemeente ervoor kiezen om een gedeelte van de vaste lasten via de uitkering uit te betalen in plaats van alle genoemde lasten?

Ja, dat is mogelijk. Van gemeenten wordt verwacht dat zij zoveel mogelijk aansluiten op de behoeften van de inburgeringsplichtige. Het uitgangspunt is dat zorgen van statushouders over de financiële positie in de eerste zes maanden van de inburgering voorkomen worden. Dit heeft als doel dat de statushouder zich beter kan concentreren op de inburgering.

(vraag toegevoegd 11 april 2023)

4. Krijgt de gemeente budget voor het financieel ontzorgen en het bevorderen van de financiële (zelf)redzaamheid van de inburgeringsplichtige?

Ja, bij de middelen die de gemeente ontvangt voor inburgering is rekening gehouden met ontzorgen.

(vraag toegevoegd 11 april 2023)

5. Blijft het verplicht om zes maanden financieel te ontzorgen?

Ja, dit blijft de wettelijke verplichting vanuit artikel 56a van de Participatiewet. Deze wettelijke verplichting gaat in op het moment dat het recht op bijstand ontstaat. De verplichte periode eindigt alleen voortijdig indien het recht op bijstand eindigt. Gemeenten mogen zelf bepalen hoe ze in deze maanden het ontzorgen inrichten. Wanneer een gemeente van mening is dat het na de verplichte zes maanden nog steeds noodzakelijk is om betalingen namens de inburgeringsplichtige te verrichten, dan kan dit op individuele basis worden voortgezet op grond van artikel 57 van de Participatiewet. Aan begeleiding naar financiële zelfredzaamheid is geen termijn gekoppeld.

(vraag toegevoegd 11 april 2023)

6. Hoe moet de gemeente ontzorgen bij gezinnen waarbij niet beide partners inburgeringsplichtig zijn onder de Wi2021?

Ontzorgen bij gezinnen waarvan slechts één partner onder de Wi2021 valt kan alleen als de andere partner daar toestemming voor geeft. De Participatiewet kent de gehuwdennorm. Gehuwden - of hieraan gelijkgestelden - vormen voor de bijstandsverlening één subject en de uitkering (één bedrag) komt in beginsel hun beiden toe.

De partner die onder de Wi2021 valt, heeft op basis van artikel 56a Participatiewet recht op financiële ontzorging en is verplicht hieraan mee te werken. De partner die onder bijvoorbeeld Wi2013 valt kan echter niet tot medewerking worden verplicht op basis van artikel 56a.

Ontzorging voor het huishouden is toch mogelijk als de partner die onder bijv de Wi2013 valt hier op vrijwillige basis mee instemt. Als de instemming niet verleend wordt kan de gemeente bezien of ontzorging op basis van artikel 57 Participatiewet aan de orde is. Als er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de belanghebbende zonder hulp niet in staat is tot een verantwoorde besteding van zijn bestaansmiddelen te komen regelt artikel 57 dat het college aan de bijstand de verplichting kan verbinden dat de belanghebbende eraan meewerkt dat in naam van de belanghebbende noodzakelijke betalingen uit de toegekende bijstand verricht of dat de bijstand in natura wordt verstrekt.

Het is echter wel van groot maatschappelijk belang dat de nareizigers financieel zelfredzaam worden gemaakt. De gemeente kan als regievoerder de inburgering, de maatschappelijke begeleiding en de begeleiding naar financiële zelfredzaamheid op elkaar afstemmen.

(update 11 oktober 2022)

7. Hoe moeten gemeenten ontzorgen bij parttime inkomsten, of wanneer de toeslagen bij aanvang nog niet zijn toegekend? Concreet: hoe moet een gemeente ontzorgen als er te weinig financiële middelen beschikbaar zijn?

Er kunnen zich situaties voordoen dat er te weinig leefgeld overblijft als alle vaste lasten betaald worden vanuit de uitkering. Bijvoorbeeld wanneer de toeslagen zijn aangevraagd maar nog niet ontvangen. Voor deze overbruggingperiode zijn voorbeelden opgenomen in de Handreiking Financieel ontzorgen en financiële zelfredzaamheid (Divosa). Als de gemeente ervoor kiest om geen gebruik te maken van deze mogelijkheden, dan geldt hetgeen in de Memorie van Toelichting is opgenomen: Indien de toegekende bijstand niet toereikend is voor de betaling van genoemde zaken worden de betalingen verricht voor zover dat mogelijk is. De gemeente is niet verplicht om de overbrugging te regelen. De gemeente kan hierbij zelf bepalen welke posten wel en welke posten niet meer vanuit de uitkering betaald worden.

Deze vrije keuze heeft de gemeente ook als belanghebbende een aantal uren gaat werken of de kostendelersnorm van toepassing is. Als er een studie gevolgd wordt die recht geeft op studiefinanciering dan vervalt het recht op bijstand en eindigt het verplicht ontzorgen.

Het is van belang om in de begeleiding die de gemeente aanbiedt aandacht te besteden aan waar rekening mee moet worden gehouden als de inkomsten veranderen en wat de statushouder voortaan eventueel (na de ontzorgperiode) zelf moet regelen.

(vraag toegevoegd 11 oktober 2022)

8. Herleeft de plicht tot ontzorgen als iemand binnen de zes maanden werk krijgt en dit vervolgens verliest en weer bijstandsgerechtigde wordt?

Hier is een rol weggelegd voor de gemeente om in te schatten of dit zinvol is. Financieel ontzorgen is namelijk verbonden aan het recht op bijstand gedurende de eerste zes maanden dat iemand in de gemeente woont. Als iemand in deze beginperiode geen bijstandsrecht heeft, vindt er überhaupt geen ontzorging plaats. Als er gedurende de periode van zes maanden alsnog een bijstandsrecht ontstaat is het aan de gemeente om te bepalen of het financieel ontzorgen alsnog wordt opgestart. Het ligt hierbij voor de hand om te kijken naar de resterende duur van het ontzorgen en de mate van financiële zelfredzaamheid die de statushouder al heeft. Het ontzorgen kan eventueel na de termijn van zes maanden op vrijwillige basis verlengd worden.

Overigens eindigt de verplichte ontzorging eerder dan zes maanden als het recht op bijstand eindigt, bijvoorbeeld als de statushouder uitstroomt naar werk. Er bestaat een risico dat de statushouder na de ontzorging alsnog met financiële problemen wordt geconfronteerd. Het is daarom van groot belang hun financiële zelfredzaamheid te stimuleren, zodat zij uiteindelijk zelfstandig financiële afwegingen kunnen maken en hun financiën op korte en lange termijn in balans kunnen houden.

(vraag toegevoegd 11 oktober 2022)

Meer informatie

Contactpersoon