Overslaan en naar de inhoud gaan

Wet inburgering in vraag en antwoord

Laatste update: 01 juli 2026

3 Inkoop

Kwaliteit taalbureaus

1. Kunnen gemeenten - naast het stellen van gunningscriteria bij inkoop - ook nadere kwaliteitscriteria en/of kwaliteitsconvenanten afspreken met aanbieders?

Ja, dat is mogelijk. Op basis van artikel 16 lid 2 van de wet heeft de gemeente de taak ten aanzien van het waarborgen van de kwaliteit. De wet geeft aan dat een keurmerk voor o.a. taalbureaus minimaal van toepassing is. Zoals het Blik op Werk keurmerk, dat kwaliteitseisen stelt aan taalaanbieders. Daarnaast kunnen gemeenten aanvullende kwaliteits- en rechtmatigheidscriteria onderdeel laten uitmaken van het inkoopproces. Collega’s bij gemeenten (inkoop en toezichthouders WMO) hebben hier al ervaring mee. Advies is om de aanvullende criteria samen met de toezichthouder/handhaver en de afdeling Inkoop op te stellen.

Voorbeelden van aanvullende criteria zijn: 

  • Elke docent heeft een NT2 certificaat en kan dat aantonen. Dit certificaat moet terug te vinden zijn in het beroepsregister van Beroepsvereniging NT2;
  • De taalaanbieder kan referenties geven van soortgelijke opdrachten met dezelfde doelgroep bij andere gemeenten;
  • De taalaanbieder maakt 1 dag in de week extra tijd vrij voor de inburgeraar om andere modules te kunnen doen. Ook modules die de taalaanbieder niet zelf verzorgd. Zo heeft de inburgeraar alles op één plek.  

Daarnaast kan de gemeente met gecontracteerde aanbieders convenanten afsluiten. De gemeenten Rotterdam en Amsterdam werken al met dergelijke kwaliteitsconvenanten.

(vraag toegevoegd op 31 januari 2022)

2. Kunnen gemeenten malafide taalbureaus sanctioneren en bij hen geld terugvorderen?

Dit kan alleen wanneer de gemeente met gecontracteerde aanbieders duidelijke en toetsbare criteria heeft afgesproken over de kwaliteit en inhoud van de ingekochte trajecten. Het is in dat geval verstandig om in de contracten duidelijke afspraken te maken over de wijze waarop de gemeente bij de aanbieder controleert of de kwaliteit van de trajecten in overeenstemming is met de gemaakte afspraken. Het niet nakomen van de afspraken en kwaliteitscriteria levert wanprestatie op die zou kunnen leiden tot het ontbinden van de overeenkomst en terugvordering van uitgekeerde gelden. De bewijslast van de wanprestatie rust in dat geval bij de gemeente. Een goed controleprotocol kan helpen tijdig misstanden en ondermaats presteren te signaleren en zo schade voor de gemeente en de inburgeraar te voorkomen.

(vraag toegevoegd op 31 januari 2022)

3. Waar moet een gemeente op letten bij het aanbestedingsproces?

Er zijn verschillende aandachtspunten.

  • Zo kan de aanbieder een andere partij inzetten om de aanbestedingsstukken te schrijven. Hiervoor is het goed om de aanbieders ook presentaties te laten geven over hun ingediende documenten, dan komt al snel het verschil met de presentatie en de aanbestedingsstukken naar boven. 
  • Onduidelijke constructies tussen hoofdaannemer en onderaannemers. Dit kan voorkomen worden door de hoofdaannemer integraal verantwoordelijk te maken voor de totale uitvoering.
  • Het stellen van aanvullende kwaliteits- en rechtmatigheidseisen aan aanbieders. Win hierover advies in bij de gemeentelijke collega’s (inkopers en toezichthouders WMO). De processen lijken redelijk op elkaar. Vervolgens kun je aan de slag met het barrièremodel Malafide Taalbureaus

(vraag toegevoegd op 31 januari 2022)

Contactpersoon