Overslaan en naar de inhoud gaan

Wet inburgering in vraag en antwoord

Laatste update: 20 januari 2026

3 Inkoop

Inkoop algemeen

1. Hoe borg je de kwaliteit van de leerroutes?

Op pagina 18 t/m 20 van de handreiking Van beleid naar inkoop zijn voorbeelden te vinden van mogelijke kwaliteitscriteria.

Voor de onderwijsroute geldt specifiek dat de eis aan het aanbod wordt gesteld dat de aanbieders van deze trajecten diploma-erkenning moeten aanvragen en verkrijgen.

2. Hoe komt een gemeente tot een goede raming van het aantal inburgeringsplichtigen? Op basis van welke bronnen en op welke datum?

Om te komen tot een goede raming op gemeenteniveau is het handig om twee groepen te onderscheiden:  1) inburgeringsplichtige asielstatushouders en 2) inburgeringsplichtige gezins- en overige migranten.  

  1. Voor het vormgeven van de leerroute en de maatschappelijke begeleiding is het voldoende om te kijken naar het aantal inburgeringsplichtige asielstatushouders. Gemeenten hebben immers enkel voor de asielstatushouders een aanbodplicht van de leerroute en maatschappelijke begeleiding. Gezins- en overige migranten zijn zelf verantwoordelijk voor de inkoop en bekostiging van diens leerroute. Voor het aantal asielstatushouders kan de gemeente zich baseren op de huisvestingstaakstelling. Deze is per gemeente beschikbaar en geeft een duidelijke verwachting voor het aantal asielstatushouders. NB: Alleen asielstatushouders van 18 jaar tot het bereiken van de wettelijke AOW-leeftijd zijn inburgeringsplichtig. Landelijk is circa 70% van de asielstatushouders inburgeringsplichtig, maar per gemeente kan dit verschillen.
  2. Voor de overige inburgeringsonderdelen – het participatieverklaringstraject (PVT) en de Module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP) – moet de gemeente een aanbod doen aan zowel de asielstatushouders als de gezins- en overige migranten. Dit vraagt daarom een andere volumeraming. Hierbij is het van belang dat de gemeente er rekening mee houdt dat inburgeringsplichtigen die de Onderwijsroute volgen worden vrijgesteld van de MAP. Zij hoeven de MAP voor die deelnemers dan ook niet in te kopen. Voor het aantal gezins- en overige migranten is het maken van een volumeraming minder makkelijk. Dit komt doordat gezins- en overige migranten niet evenredig of centraal worden gehuisvest in Nederland. De vestiging van gezinsmigranten hangt af van de locatie van de partner. Gemeenten kunnen zich een beeld vormen van de mogelijke instroom in hun gemeente door te kijken naar de historische instroom van gezinsmigranten en overige migranten.

De jaarlijkse instroom van inburgeringsplichtige asielstatushouders, gezins- en overige migranten per gemeente sinds 2013 is te vinden op de website van DUO. Download hier een rapport met de historische situatie per gemeente. Daarnaast laat het Portal Inburgering (PIB) van DUO inzien hoeveel personen in een gemeente sinds 1 oktober 2017 het Participatieverklaringstraject (PVT) hebben moeten volgen. Ook dit geeft een indicatie van het aantal inburgeringsplichtige asielstatushouders, gezins- en overige migranten in een gemeente.

3. Welk inkoopinstrument ligt het meest voor de hand bij de inkoop van inburgeringstrajecten?

Het realiseren van aanbod vergt maatwerk, en de keuze voor het inkoopinstrument is dan ook afhankelijk van meerdere factoren, zoals bijv. het beleidskader van de gemeente, het traject dat de gemeente wil inkopen en de beschikbare aanbieders in de regio. De keuze voor het meest passende inkoopinstrument ligt bij de gemeente. In de handreiking Van beleid naar inkoop wordt stilgestaan bij de kenmerken van de verschillende instrumenten en worden voorbeelden gegeven.

Meer informatie

Contactpersoon