Overslaan en naar de inhoud gaan

Wet inburgering in vraag en antwoord

Laatste update: 20 januari 2026

3 Inkoop

Onderwijsroute

Q&A onderwijsroute naar aanleiding van Bestuurlijk Overleg op 8 november 2021

Tijdens het bestuurlijk overleg van 8 november 2021 zijn partijen tot overeenstemming gekomen over de oplossing voor de korte en lange termijn. Voor de korte termijn ontvangen centrumgemeenten van arbeidsmarktregio’s extra budget in 2022 en 2023 om er op regionaal niveau voor te zorgen dat het aanbod voor de onderwijsroute tot stand komt. Voor de lange termijn geldt dat binnen afzienbare tijd, maar uiterlijk voorjaar 2022, duidelijkheid komt over hoe het meerjarige budgettaire kader van de onderwijsroute eruitziet, zodat de continuïteit van de onderwijsroute geborgd is.

Partijen hebben tijdens het BO eveneens afgesproken nadere afspraken te maken over mogelijke ondersteuning richting aanbieders en gemeenten. Deze Q&A maken onderdeel uit van deze ondersteuning.

In de Q&A zijn in vijf blokken de meest gestelde vragen beantwoord. Dit document zal gelet op de ontwikkelingen en mogelijk nieuwe vragen worden bijgehouden. Daar waar er nog informatie ontbreekt, is dat aangegeven met ‘PM’.

  • Blok 1: Vragen over aanbestedingen
  • Blok 2: Vragen over de specifieke uitkering aan centrumgemeenten
  • Blok 3: Vragen over de jongeren die op korte termijn inburgeringsplichtig worden onder de nieuwe Wet inburgering 2021 (WI2021)
  • Blok 4: Vragen over de overgangsfase totdat de onderwijsroute gerealiseerd is
  • Blok 5: Overige vragen

Download de Q&A onderwijsroute (pdf, 331 kB | versie 13 december 2021)

1. Kan er in het kader van de onderwijsroute voor toeleiding naar wo en hbo op individuele offertebasis ingekocht worden? Zo ja onder welke voorwaarden?

Afhankelijk van het inkoopbeleid van de gemeente kun je ervoor kiezen om de onderwijsroute voor toeleiding naar wo en hbo enkelvoudig onderhands aan te besteden. Dit is afhankelijk van de grenswaarde die is vastgelegd in het eigen inkoopbeleid van de gemeente.

Voor wat betreft het inkopen van de onderwijsroute geldt natuurlijk wel dat het hier gaat om taal (B1 of hoger), KNM in combinatie met ook andere vakken en vaardigheden, zoals rekenen, Engels, en leervaardigheden en vaardigheden voor opleidings- en beroepskeuze.

2. Kun je de inkoop van de onderwijsroute opsplitsen in verschillende typen trajecten (bijv. mbo en hbo+) en bij verschillende aanbieders inkopen (bijv. in het kader van samenwerking met andere gemeenten bij lage aantallen)?

Ja, dat is mogelijk. Het is bijvoorbeeld mogelijk om een onderwijsroute die is gericht op instroom in het mbo in te kopen bij een mbo-instelling en een onderwijsroute gericht op het ho bij een hogeschool of universiteit.

Zet bij het inkopen van de onderwijsroute in op meerjarige aanbestedingen en zoek samenwerking met andere gemeenten. Het ontwikkelen van een passend en dekkend aanbod van taalschakeltrajecten vraagt stabiele samenwerking op diverse niveaus en langdurige relaties met aanbieders in de regio. Zo kunnen kwaliteit, herkenbaarheid en continuïteit van taalschakeltrajecten geleverd worden.

(update 23 november 2021)

3. Mag je de onderwijsroute inkopen bij een publieke instelling?

Ja, dat is mogelijk. Het is bijvoorbeeld mogelijk om een taalschakeltraject gericht op instroom in het mbo in te kopen bij een mbo-instelling en een taalschakeltraject gericht op het ho bij een hogeschool of universiteit. Het aanbieden van taalschakeltrajecten is een marktactiviteit. Dat betekent dat zowel publieke als private instellingen deze mogen aanbieden. In het geval van publieke instellingen gaat het dan om een private activiteit die zij aanbieden. Aanbieders van taalschakeltrajecten moeten diploma-erkenning voor deze trajecten aanvragen en verkrijgen, waardoor de Inspectie van het onderwijs het toezicht op de kwaliteit van deze trajecten kan uitvoeren.

(update 23 november 2021)

4. Voor (kleine) gemeenten met weinig asielstatushouders in de onderwijsroute is het belangrijk dat ze ook de mogelijkheid van onderhandse gunning goed kennen en kunnen toepassen. Is dit gebonden aan de zogeheten in-houseregeling?

Gemeenten kunnen gebruikmaken van de (enkelvoudige of meervoudige) onderhandse procedure als de totale geraamde waarde van de opdracht lager is dan de Europese drempelbedragen en als de inkooprichtlijnen van de eigen organisatie dit toestaan. Voor sociale en andere specifieke diensten (SAS-diensten) geldt een Europese drempelwaarde van € 750.000. Onder SAS-diensten vallen bijvoorbeeld diensten op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening, administratiediensten voor onderwijs en enkele juridisch diensten. Raadpleeg voor meer informatie over onderhandse procedures de website van PIANOo

Vormen van inbesteden voor het verwerven van diensten liggen minder voor de hand voor de onderwijsroute:

  • Als de gemeente bepaalde diensten in eigen beheer wil uitvoeren kan de gemeente deze inbesteden. De diensten worden dan uitgevoerd door de eigen gemeentelijke organisatie. Inbesteden is alleen mogelijk als de voorziening een eigen gemeentelijke dienst is. Deze aanbestedingsvorm is dus niet te gebruiken voor het organiseren van de onderwijsroute.
  • Daarnaast is er de mogelijkheid van quasi inbesteden (quasi-in house). Een gemeente kan onder bijzondere omstandigheden opdrachten direct, zonder toepassing van de Europese aanbestedingsregels, gunnen aan rechtspersonen die geen deel uitmaken van de gemeente, maar waarbij wel een mate van controle bestaat die lijkt op die van gemeentelijke diensten. Voorwaarde voor quasi-in house is dat de rechtspersonen waaraan de gemeente gunt een zodanige relatie hebben met de gemeente dat ze beschouwd kunnen worden als gemeentelijke dienst, ook al zijn ze dat formeel niet. Die relatie moet de volgende kenmerken hebben:
  1. de gemeente oefent toezicht uit op de rechtspersoon alsof het een eigen gemeentelijke dienst betreft;
  2. de rechtspersoon oefent het merendeel van zijn werkzaamheden uit ten behoeve van de gemeente.

Quasi inbesteden lijkt dus geen geschikte procedure om de onderwijsroute aan te bieden, omdat de bovengenoemde kenmerken niet van toepassing zijn op de relatie tussen de gemeente en de mogelijke uitvoerders van de onderwijsroute.

Tot slot kan de gemeente aan een organisatie die zelf ook een aanbestedende dienst is, een exclusief recht verlenen om bepaalde diensten aan de gemeente te leveren. Dit kan alleen als wordt voldaan aan een aantal strikte voorwaarden. De belangrijkste zijn dat het alleenrecht:

  • bij wettelijke of bestuurlijke bepaling is gevestigd;
  • verenigbaar moet zijn met de beginselen uit het EG-verdrag, met name transparantie, non-discriminatie en objectiviteit;
  • alleen verleend is voor de betreffende activiteit.

Verder moet de gemeente er goed op letten, dat de ontvangende dienst van het alleenrecht over de tijd nog wel een aanbestedende dienst blijft en niet langzaam verandert in een marktpartij. We raden gemeenten aan om gedegen juridisch advies in te winnen voordat de opdrachtverlening door middel van het toekennen van een alleenrecht wordt toegepast. Het toekennen van alleenrecht lijkt op het eerste oog ook geen geschikte procedure voor het organiseren van de onderwijsroute.

Zie voor meer informatie over inbesteden en quasi-inbesteden de website van PIANOo

5. In hoeverre verhoudt het keurmerk Blik op Werk zich tot het aanbod wat onder het regime van de Inspectie van het Onderwijs valt?

Het keurmerk van Blik op Werk geldt niet voor activiteiten binnen de onderwijsroute. Indien er sprake is van klassen waarbij cursisten uit verschillende routes samen les volgen, zal voor hen aan de eisen van zowel de Inspectie van het Onderwijs als Blik op Werk voldaan moeten worden. Deze partijen zijn met elkaar in gesprek om het toezicht in dit geval zo veel mogelijk op elkaar af te stemmen.

6. Het lijkt niet haalbaar om het aanbod voor de onderwijsroute te spreiden over meerdere aanbieders. Wat kunnen gemeenten in dit geval het beste doen?

Het advies om het onderwijs te spreiden over verschillende aanbieders is bedoeld om uitval van een school gemakkelijk op te kunnen vangen. Uitval kan optreden door het intrekken van het keurmerk, maar ook door faillissement of andere omstandigheden. Er kan zich ook de situatie voordoen dat een aanbieder de afspraken uit het contract niet nakomt en de gemeente het contract wil ontbinden. Voor bepaalde onderdelen van het aanbod is het wellicht niet realistisch om het aanbod te spreiden. In dat geval doen gemeenten er goed aan om vooraf na te denken over de wijze waarop uitval van het aanbod opgevangen gaat worden. Dit zal afhangen van de lokale situatie.

Het afsluiten van een wachtkamerovereenkomst is hiervoor een mogelijkheid. Overleg dit met je inkoper/ de inkooporganisatie in de gemeente.

(update 1 november 2021)

Contactpersoon