Overslaan en naar de inhoud gaan

Wet inburgering in vraag en antwoord

Laatste update: 01 juli 2026

7 Kinderopvangtoeslag

1. Wanneer heeft een inburgeraar recht op kinderopvangtoeslag (KOT)?

Ouders kunnen Kinderopvangtoeslag ontvangen als hun kind deelneemt aan een in het Landelijk register Kinderopvang (LRK) geregistreerde kinderopvang. Binnen de Wet kinderopvang zijn inburgeringsplichtige ouders een aparte doelgroep (Artikel 1.6.g). Een inburgeringsplichtige ouder heeft recht op kinderopvangtoeslag. De toeslag kan alleen aangevraagd worden indien beide ouders (of toeslagpartners indien meerdere volwassenen een huishouden vormen) voldoen aan de voorwaarden voor KOT. 

Beide ouders (of toeslagpartners) moeten werken, studeren, re-integreren of een verplicht inburgeringstraject volgen dat is aangeboden door de gemeente of bij een cursusinstelling met een Blik op Werk keurmerk. Om een indicatie te krijgen van de hoogte van de KOT kan op toeslagen.nl een rekentool worden ingevuld. De vergoeding per uur kinderopvang zal bij een laag inkomen heel hoog zijn maar is nooit 100%. Er is namelijk altijd sprake van een eigen bijdrage voor ouders. Er geldt een maximum aantal uren waarop recht bestaat. Ook dit is in de rekentool opgenomen. Als het recht op KOT eindigt omdat iemand niet meer inburgeringsplichtig is, kan gedurende het kalenderjaar nog gebruik worden gemaakt van de niet-gebruikte uren van het maximum. Er is geen uitlooptermijn zoals bij mensen die werkloos worden, dus er worden geen extra rechturen meer opgebouwd.

(update 29 juli 2025)

2. Wanneer heeft een inburgeraar geen recht op KOT?

Er is geen recht op KOT indien:

  • De inburgeraar kiest voor zelfstudie of om lessen te volgen bij een taalschool zonder Blik op Werk-keurmerk.
  • De inburgeraar een toeslagpartner (dat kan ook een huisgenoot zijn) heeft en deze (toeslag)partner niet aan de KOT-eisen voldoet omdat hij of zij bijvoorbeeld niet werkt, niet verplicht inburgert, niet re-integreert en geen opleiding volgt. Zie voor een volledig overzicht toeslagen.nl.
  • Als de inburgeringsplicht vervalt of hieraan is voldaan.

(update 1 juli 2026)

3. Waar moeten gemeenten en inburgeraars op letten bij het adviseren van inburgeraars?

  • Ook bij inburgeringsplichtigen wordt er voor de kinderopvangtoeslag een beroep gedaan op de zelfredzaamheid van ouders. Wanneer er wijzigingen zijn in de situatie - zowel vanuit de kinderopvangorganisatie als de ouders - moeten deze wijzigingen door de ouders zelf, of door een gemachtigde, worden doorgevoerd op toeslagen.nl of via de App Kinderopvangtoeslag. Het kan hier gaan om de jaarlijkse verhoging van de uurtarieven van de kinderopvang, een wijziging in het aantal opvanguren of van opvanglocatie maar ook een verandering in inkomen of gezinssamenstelling van de inburgeringsplichtige ouders. Deze wijzigingen kunnen van invloed zijn op de hoogte van de KOT die ouders ontvangen en bij correctie achteraf kan dit tot vorderingen of nabetalingen leiden. Dit geldt voor alle ouders die KOT ontvangen, maar bij de doelgroep inburgeraars is er een groter risico doordat mensen kort in Nederland zijn en nog niet goed bekend zijn met het Nederlands Toeslagsysteem.
  • Het is van groot belang dat wijzigingen tijdig worden doorgegeven door de ouder(s). Dan sluit de toeslag aan bij de actuele situatie. Zodra aan de inburgeringsplicht is voldaan, moet dit worden doorgegeven aan de Dienst Toeslagen.
  • Naast kinderopvang is er ook deelname aan voorschoolse educatie (VE) mogelijk voor kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar. Indicatiestelling loopt via het consultatiebureau. Dit wordt ook besproken tijdens de brede intake voor de inburgering die door de gemeente wordt gedaan bij aanvang van de inburgeringstermijn.

(update 1 juli 2026)

4. Geven alle leerroutes recht op kinderopvangtoeslag?

Ja, deelnemers aan alle leerroutes binnen de Wet inburgering 2021 hebben in beginsel recht op KOT, zolang zij verplichte inburgeringsactiviteiten volgen. Het is daarbij wel van belang dat de ouder en eventueel diens toeslagpartner aan de overige eisen voldoet (zie vraag 1). 

Let op: alle verplichte activiteiten in het kader van inburgering geven nu recht op KOT, dus ook de participatie-uren, MAP en PVT; voorheen gaf alleen het taaldeel recht op KOT.  

(update 1 juli 2026)

5. Hoeveel uur mag iemand zijn kinderen naar de opvang brengen?

Een inburgeringsplichtige ouder heeft, indien wordt voldaan aan alle eisen, recht op maximaal 230 uur KOT per maand (5 hele dagen per week). De hoogte van de KOT is gebaseerd op o.a. het aantal uren dat het kind naar de opvang gaat en het inkomen van de ouder(s). Het aantal uren KOT is dus niet afhankelijk van het aantal uren inburgering dat er wordt gevolgd.

(vraag toegevoegd op 13 september 2021)

6.  De inburgeraar heeft alleen les in de ochtend. De opvang hanteert hele dagen. Krijgt hij de hele dag vergoed?

Ja, de inburgeraar kan KOT krijgen over vijf hele dagen kinderopvang per week (maximaal 230 uur per maand). Het aantal lesuren en/of de lestijd is daarbij niet relevant, uitgangspunt voor de hoogte van de KOT is het aantal opvanguren waarvoor aan de kinderopvangorganisatie wordt betaald en het inkomen van het huishouden.

(vraag toegevoegd op 13 september 2021)

7. Moet de inburgeraar bewijzen opsturen naar de Dienst Toeslagen om aan te tonen dat er recht is op KOT?

Dit kan nodig zijn, maar in de meeste gevallen gebeurt dit automatisch. 

DUO geeft aan Dienst Toeslagen door of iemand inburgeringsplichtig is en of deze inburgeraar een inburgeringscursus volgt bij een erkende taalschool. Als een van deze gegevens bij DUO niet bekend is, verzoekt Dienst Toeslagen de inburgeraars om aanvullende informatie aan te leveren. In het geval dat bewijs van inburgeringsactiviteiten ontbreekt is een verklaring van de gemeente (waar diegene de betreffende activiteiten meest recentelijk heeft gevolgd) nodig. De verklaring van de gemeente moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • In de verklaring moet duidelijk zijn dat het gaat om verplichte onderdelen van de leerroutes binnen de Wi2021.
  • De verklaring moet op officieel briefpapier met het logo van de gemeente of samenwerkingsverband staan. Dit kan ook digitaal in een PDF-format, voor het geval de inburgeraar de verklaring digitaal indient.
  • In de verklaring zijn de startdatum en de (verwachte) einddatum opgenomen van de periode waarin de inburgeraar verplichte activiteiten uitvoert op grond van de Wi2021. Een logische onderbreking zoals tijdens een zomervakantie kan binnen deze periode vallen. Hiervoor hoeft dan geen aparte verklaring afgegeven te worden. Indien er sprake is van een lange onderbreking, worden beide periodes op de verklaring vermeld.
  • De verklaring kan betrekking hebben op activiteiten in het verleden, heden of de toekomst. Als de verklaring betrekking heeft op een periode in het verleden, vult u de exacte einddatum van de activiteit(en) in. Als de einddatum van de activiteit nog niet bekend is, moet de geschatte einddatum van de activiteit ingevuld worden. 
  • De einddatum (of geschatte einddatum) is de einddatum van de verplichte inburgeringsactiviteit(en) waaraan iemand deelneemt. Het is niet de einddatum van de inburgeringstermijn.
  • Als de activiteit uiteindelijk langer of korter duurde dan de opgegeven geschatte einddatum hoeft de gemeente niet actief een nieuwe verklaring op te stellen. Als Dienst Toeslagen extra informatie nodig heeft, ontvangt de inburgeraar hiervoor opnieuw een verzoek via een attenderingsbrief van Dienst Toeslagen. 
  • In het geval dat de inburgeraar de inburgeringsactiviteit(en) in verschillende gemeenten heeft gevolgd, is alleen een verklaring nodig van de gemeente waar de inburgeraar op dat moment nog inburgeringsactiviteiten volgt of waar de inburgering is afgerond.
  • De verklaring moet door een medewerker van de gemeente ondertekend worden.

Het zal niet vaak voorkomen dat inburgeraars worden verzocht om een dergelijke verklaring op te vragen bij de gemeenten. Inburgeraars volgen immers meestal inburgeringsactiviteiten zoals MAP, PVT en participatie-uren in dezelfde periode als de taallessen. De verklaring is alleen nodig bij incidentele gevallen waarin een inburgeraar geen taalles volgde, maar wél andere verplichte inburgeringsactiviteiten én kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd.

(update 1 juli 2026)

8. Wat heeft de voorkeur; de voorschoolse educatie of de reguliere kinderopvang bij inburgeringsplichtigen?

De overheid ziet graag dat ouders hun kind een goede start geven in Nederland en dat ze zo vroeg mogelijk bekend worden gemaakt met de Nederlandse taal en onderdeel uitmaken van de samenleving. De voorschoolse educatie geeft jonge kinderen extra aandacht en ondersteuning op het gebied van taal. De meeste kinderen van inburgeringsplichtigen zullen voldoen aan de criteria van gemeenten die gehanteerd worden voor de indicatie voor voorschoolse educatie. Ook voor kinderen van gezinnen waarbij 1 ouder van Nederlandse afkomst is, is het van belang om extra aandacht te geven aan de Nederlandse taal. Er kunnen praktische redenen zijn om te kiezen voor reguliere kinderopvang, bijvoorbeeld vanwege de leeftijd van de kinderen of de openingstijden. Ook kan het soms worden gecombineerd.

(vraag toegevoegd op 13 september 2021)

9. Is een inburgeringsplichtige ouder verplicht om gebruik te maken van de voorschoolse educatie voor zijn of haar kind?

Nee, hiertoe is men niet verplicht. Gemeenten zijn wel verplicht om voorschoolse educatie aan te bieden door bijv. tijdens de intake te vragen of zijn hun kind naar de voorschoolse opvang willen sturen. Hierbij kan uitleg gegeven worden over de voordelen van de VE voor het kind en de ouders. De gemeente is verplicht om de keuze van de ouders vast te leggen in het Persoonlijk Inburgeringsplan (PIP). Hiermee wordt het bespreken van het onderwerp geborgd tijdens de intake. Desondanks zijn ouders vrij om geen gebruik te maken van de voorschoolse educatie.

(vraag toegevoegd op 13 september 2021)

10. Wat kan een gemeente betekenen voor een inburgeraar van wie de toeslagpartner verblijft in het buitenland?

Ook als de toeslagpartner in het buitenland verblijft, kan de ouder in Nederland aanspraak maken op kinderopvangtoeslag. De toeslagpartner moet wel werken, een re-integratietraject, opleiding of inburgeringscursus volgen. Een opleiding of re-integratietraject in het buitenland moet vergelijkbaar zijn met een traject of opleiding in Nederland. Meer informatie op Belastingdienst.nl > Ik woon zonder partner in Nederland.

Bij situaties waarbij de inburgeraar geen recht heeft op kinderopvangtoeslag kunnen gemeenten ouders ondersteunen voor de bekostiging van kinderopvang vanuit de SMI-Regeling. Dit is wel vaak tijdelijk en betreft maatwerk door de betreffende gemeente. Ook kunnen kinderen met een indicatie voor voorschoolse educatie of kortdurend peuteraanbod (peuterspeelzaal) via de gemeente een tegemoetkoming in de kosten krijgen. Er moet net als bij de kinderopvang een kleine eigen bijdrage worden betaald. Voor VE geldt wel dat kinderen een indicatie moeten hebben, dat verloopt via het consultatiebureau en is nadrukkelijk bedoeld voor kinderen die de Nederlandse taal nog niet voldoende machtig zijn.

(update 29 juli 2025)

11. Iemand is inburgeringsplichtig en krijgt bijstand. Onder welke titel moet er KOT aangevraagd worden? De Participatiewet of de Wet inburgering 2021?

KOT kan in dat geval op grond van beide wetten worden aangevraagd. Het gaat erom of de inburgeraar voldoet aan de eisen voor KOT. Let op: elke wijziging moet worden doorgegeven op toeslagen.nl. Bijvoorbeeld als iemand uit de uitkering gaat of de inburgering heeft afgerond, dan kan dat invloed hebben op de hoogte van KOT. 

(update 1 juli 2026)

12. Als iemand inburgeringsplichtig is en een inburgeringscursus volgt en zijn bijstandsuitkering wordt gestopt ivm werk, is er dan nog recht op KOT? Moet iemand dan alles opnieuw aanvragen?

Opnieuw aanvragen hoeft niet maar het is van groot belang de wijzigingen direct door te geven aan de Belastingdienst/Toeslagen om te zorgen dat de gegevens correct en actueel zijn en om terugvordering te voorkomen bijv. omdat het inkomen hoger is dan de bijstand. De inburgeringsplicht geeft recht op KOT indien aan alle overige eisen wordt voldaan (zie vraag 1). Het recht op KOT blijft bestaan als de inburgeraar inkomen uit werk heeft ipv een bijstandsuitkering. De hoogte van de KOT zal waarschijnlijk veranderen door het nieuwe inkomen (KOT zal bij een hoger inkomen dalen en de eigen bijdrage zal daardoor stijgen).

(vraag toegevoegd op 13 september 2021)

13. Als iemand niet meer inburgeringsplichtig is, maar nu een re-integratietraject doet bij zijn gemeente, is er dan recht op KOT? Hoe vraagt hij dit aan?

Als iemand heeft voldaan aan de inburgeringplicht is er op die grond geen recht meer op KOT. Er kan dan wel recht op KOT bestaan op grond van deelname aan een re-integratietraject onder de Participatiewet. Het is belangrijk dat deze wijzingen meteen worden doorgegeven aan de Belastingdienst/Toeslagen; dit vergt een aanpassing van de huidige KOT-gegevens en dus geen nieuwe aanvraag.

(vraag toegevoegd op 13 september 2021)

14. Als iemand tijdens zijn inburgeringstraject tijdelijk een baan heeft, is er dan nog recht op KOT? Wat moet er worden gedaan?

Ja, als iemand tijdens het inburgeringstraject gaat werken blijft er recht bestaan. Het is wel belangrijk dat deze wijziging meteen doorgegeven wordt aan de Belastingdienst/Toeslagen om terugvordering te voorkomen. Het recht op KOT blijft als de inburgeraar inkomen uit werk heeft ipv een bijstandsuitkering. Wel kan door het nieuwe inkomen, ook al is dat tijdelijk, de hoogte van de KOT mogelijk veranderen. Ook kan het nodig zijn de opvanguren aan te passen.

(vraag toegevoegd op 13 september 2021)

Verlenging inburgeringstermijn bij gebrek aan kinderopvang

Totdat de aparte verlengingsgrond bij gebrek aan kinderopvang is geregeld, is het bij bijzondere omstandigheden al mogelijk om een aanvraag voor verlenging in te dienen op grond van bijzondere individuele omstandigheden (BIO). Iemand die drie maanden achter elkaar niet kon inburgeren door het ontbreken van een kinderopvangplek, kan bij DUO om extra tijd vragen voor de inburgering. DUO bekijkt per casus wat mogelijk is. De inburgeraar kan een verlenging (minimaal) 2,5 jaar na de start van de inburgeringstermijn aanvragen. Zie voor meer informatie Q&A Verlengingen

(6 november 2025)

Contactpersoon