Overslaan en naar de inhoud gaan

Wet inburgering in vraag en antwoord

Laatste update: 20 januari 2026

1 Algemeen

Notitie 'Samenwerking COA en gemeenten in de nieuwe Wet inburgering’

Het COA, de VNG en SZW hebben in april 2021 de notitie ‘Samenwerking COA en gemeenten in de nieuwe Wet inburgering’ gepubliceerd, met daarin drie scenario’s om de doorlopende lijn in de inburgering vanuit het azc naar de gemeente vorm te geven. Hieronder staan de antwoorden op de meest gestelde vragen over deze samenwerking. Heb je nog een vraag over deze notitie? Stuur dan een mail naar inburgering@vng.nl.

Om zowel het COA als gemeenten te ondersteunen bij de uitwerking van deze drie scenario’s, hebben de VNG, Divosa en het COA een handreiking gemaakt. Hierin staan handvatten om deze scenario’s in de praktijk te brengen. 

Lees de handreiking Scenario's warme overdracht van COA naar gemeente (Divosa, augustus 2021)

(update informatie: 2 september 2021)

1. Wat is de aanleiding voor het opstellen van de notitie ‘Samenwerking COA en gemeenten in de nieuwe Wet inburgering’?

Gemeenten hebben in de Wi2021 een regierol op de inburgering. Vanaf het moment dat de statushouder wordt gekoppeld aan een toekomstige woongemeente, is deze gemeente verantwoordelijk voor het vormgeven van een passend inburgeringstraject. Om een doorlopende lijn in het inburgeringstraject vanuit de COA-opvang naar de gemeente te bewerkstelligen, is een goede samenwerking en informatieoverdracht tussen het COA en gemeenten van essentieel belang.

De VNG heeft daarom samen met het COA en het ministerie van SZW drie scenario’s vormgegeven die gemeenten kunnen gebruiken als leidraad om samenwerkingsafspraken met een azc te maken. Hierin wordt onder andere een voorstel gedaan voor de benodigde samenwerking rondom het programma ‘Voorbereiding op de inburgering’ (kortweg: Voorinburgering) in het azc, de afname van de Brede intake en PIP zolang de statushouder in het azc verblijft en de benodigde informatieoverdracht. Dit betreft de actualisatie van het klantprofiel op vaste momenten door het COA, maar ook het initiatief vanuit de gemeente om een driegesprek vorm te geven tussen de casemanager, klantmanager en statushouder.

(update 7-2-2023)

2. Zijn gemeenten gebonden aan de afspraken die gemaakt zijn in de notitie?

De notitie betreft een voorstel van hoe de samenwerking op onderdelen vorm te geven. De drie verschillende scenario’s voor samenwerking bieden een kader waarbinnen gemeenten hun eigen keuzes kunnen maken. Goede communicatie en samenwerking is van essentieel belang tussen het COA en de gemeente voor een doorlopende lijn vanuit de opvang naar de gemeente.

3. Wat doet het COA in het kader van de inburgering?

Wanneer een statushouder een (voorlopige) verblijfsvergunning van de IND ontvangt, koppelt het COA de statushouder aan een gemeente. Zolang de statushouder in afwachting van huisvesting in een azc verblijft en wanneer de gemeente nog niet kan starten met een gemeentelijk inburgeringstraject, wordt door het COA het programma ‘Voorbereiding op de inburgering’ (Voorinburgering) aangeboden. Dit programma is bedoeld als voorbereiding op de reguliere inburgering in de gemeente en de inhoud sluit aan op de verplichte onderdelen van de inburgeringsplicht. Het is een vrijwillige keuze voor de statushouder om aan deze activiteiten deel te nemen. Uiteraard wordt deelname aan de Voorinburgering door medewerkers van het COA gestimuleerd.

4. Heeft het inburgeringstraject van de gemeente voorrang op de Voorinburgering vanuit het COA?

Het is belangrijk dat de inburgering van nieuwkomers die zich in Nederland willen vestigen zo vroeg mogelijk start. Met de invoering van de Voorinburgering voor statushouders wordt een tijdige start van de inburgering geborgd en wordt de tijd tussen de koppeling aan de gemeente en de start van het inburgeringstraject door de gemeente goed benut. Tegelijkertijd moet voorkomen worden dat deelname aan de Voorinburgering de verhuizing naar een gemeente en/of de start van het gemeentelijke regulier inburgeringstraject vertraagt. De start van de reguliere inburgering in de gekoppelde gemeente heeft daarom in alle gevallen voorrang op de Voorinburgering van het COA.

5. Is het mogelijk om met de brede intake/PIP te starten tijdens het verblijf in het azc?

Ja, dat is één van de geschetste scenario’s. Het doel van de Wi2021 is een snelle integratie en participatie. Als het mogelijk is om te starten met (onderdelen van) de gemeentelijke reguliere inburgering tijdens het verblijf in het azc, heeft dit altijd de voorkeur.

Het kan voorkomen dat het voor de gemeente wel mogelijk is om te starten met de brede intake en het opstellen van het PIP gedurende het verblijf in het azc, maar dat om praktische redenen de aangeboden inburgeringscursus pas kan starten na huisvesting in de gemeente. In deze situatie is het voor de gemeente mogelijk om alleen de afname van brede intake en het opstellen van het PIP te starten tijdens het verblijf in het azc. Dit versnelt het inburgeringstraject aangezien de statushouder na verhuizing direct kan starten met het inburgeringsaanbod van de gemeente. De statushouder kan ondertussen uiteraard wel deelnemen aan het programma Voorinburgering. Dit vraagt om goede werkafspraken tussen de gemeente en het desbetreffende azc.

6. Kan een gemeente starten met het reguliere inburgeringstraject ná daadwerkelijke huisvesting van de statushouder in de gemeente?

De scenario’s waarbij de gemeente al op het azc start met (onderdelen van) het reguliere inburgeringstraject, sluiten het meest aan bij het doel van de Wi2021, namelijk snelle integratie en participatie, en hebben daarmee de voorkeur. Dit zal voor een deel van gemeenten echter niet haalbaar zijn. Wanneer een gemeente kan starten met het reguliere inburgeringstraject, hangt onder meer af van de beleidskeuzes van de gemeente en de afstand van de gemeente tot het azc. De gemeente heeft immers de regierol. Indien een gemeente gedurende het verblijf in het azc niet kan starten met de reguliere inburgering, begint het reguliere inburgeringstraject pas als de statushouder is gehuisvest in de gemeente. De statushouder wordt in dit geval sterk aangemoedigd om gebruik te maken van Voorinburgering in het azc.

7. Kan een statushouder vanuit elk azc gekoppeld worden aan een gemeente en moet een gemeente dan met elk azc apart afspraken maken?

Bij de koppeling van een statushouder aan een gemeente wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de ligging van de gemeente ten opzichte van het azc. Tegelijkertijd is het mogelijk dat gemeenten gekoppeld worden aan statushouders vanuit elk azc in Nederland. Wanneer een koppeling heeft plaatsgevonden, is het belangrijk om met het betreffende azc samenwerkingsafspraken te maken over de start van de inburgering en een goede doorlopende lijn vanuit het azc naar de gemeente toe. Het gaat dan om afspraken met het desbetreffende azc op individueel niveau van de statushouder die is toegewezen. Er is hierbij ruimte voor maatwerk, waarbij het belang van de statushouder centraal staat. Het is niet nodig om op voorhand met alle azc’s afspraken te maken als er nog geen koppelingen met bepaalde azc’s in beeld zijn.

8. Hoe geeft de gemeente vorm aan haar regierol als er geen azc in de regio is?

Wanneer een gemeente geen azc in de regio heeft, vraagt dit een andere aanpak van deze gemeente. Het kan zijn dat er nog geen bestaand contact is met het azc buiten de regio. In dit geval is het raadzaam om als gemeente contact op te nemen met het betreffende azc om individuele afspraken te maken. Van belang is dat de statushouder centraal staat en dat per persoon gekeken wordt wat wenselijk en mogelijk is.

9. De gemeente heeft een azc in de regio, maar krijgt veel koppelingen vanuit andere azc’s. Hoe gaat de gemeente hiermee om?

Bij de koppeling van een statushouder aan een gemeente wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de ligging van de gemeente ten opzichte van het azc. Het kan echter voorkomen dat er een koppeling wordt gemaakt vanuit een ander azc. In deze situatie worden gemeenten geadviseerd om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om een start te kunnen maken met de reguliere inburgering. Van belang is dat de statushouder centraal staat en dat per persoon bekeken wordt wat wenselijk en mogelijk is. Mocht de gemeente al met de reguliere inburgering kunnen starten, dan kunnen daar afspraken over worden gemaakt met het desbetreffende azc.

Contactpersoon