Overslaan en naar de inhoud gaan

5. Jongerennorm

5.2 Vooruitlopen op het wetsvoorstel Participatiewet in Balans

De bijzondere bijstand van artikel 12 Pw komt te vervallen in het wetsvoorstel Participatiewet in Balans. In plaats daarvan komt er een aanvullende norm algemene bijstand. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen 18, 19- en 20-jarigen. Voor alle drie de leeftijdsgroepen geldt dezelfde aanvullende norm. De hoogte van de aanvullende norm is 720,08 euro (per 1 juli 2025).

Maatwerk blijft mogelijk. Er kan afgeweken worden van de norm als de situatie daar om vraagt. Dit kan het geval zijn als de jongere aanmerkelijk hogere of juist lagere kosten heeft. Bijvoorbeeld als de jongere genoodzaakt is om op een adres te verblijven waaraan hogere woonlasten zijn verbonden dan dat hij reëel vanuit de bijstand kan voldoen. De norm aanpassen kan alleen bij zeer bijzondere situaties. Dit op grond van artikel 18, eerste lid, Pw. Uitgangspunt blijft wel de norm die in de wet staat. Dit geeft de jongere bijstandsgerechtigde de zekerheid dat de bijstand ter hoogte van dat bedrag wordt verleend. Dit als uit onderzoek van het college blijkt dat aanvullende algemene bijstand noodzakelijk is.

Er mag vooruitgelopen worden op dit onderdeel van het wetsvoorstel Participatiewet in Balans (brief staatssecretaris Participatie en Integratie van 8 mei 2025, 'Initiatieven voor de ondersteuning van jongeren in een kwetsbare positie'). Als wordt vooruitgelopen zal de bijstandsverlening via artikel 12 Pw lopen. Totdat het wetsvoorstel Participatiewet in Balans in werking treedt, zal de bijstand als bijzondere bijstand worden verstrekt. Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans voorziet in overgangsrecht met betrekking tot dit onderwerp.

Aanvragen die zijn ingediend voor inwerkingtreding van het wetsvoorstel worden behandeld op grond van artikel 12 Pw zoals dat gold voor de inwerkingtreding. Hetzelfde geldt voor al toegekende aanvragen. In beide gevallen is dit zo voor de resterende periode van de reeds toegekende bijzondere bijstand. 

Daarbij geldt wel dat de bijzondere bijstand wordt aangevuld tot de norm die wordt geïntroduceerd met het wetsvoorstel Participatiewet in Balans. Dit uiteraard alleen als de bijstandsgerechtigde met artikel 12 Pw minder bijzondere bijstand zou ontvangen dan die norm.

Let op: jongeren in een inrichting (instelling) kunnen onder de huidige Participatiewet in aanmerking komen voor bijzondere bijstand op grond van artikel 12 Pw; zie ook de handreiking Maatwerk Participatiewet bij verblijf in en uitstroom uit instellingen.

Inrichting

Een inrichting is een plek waar mensen wonen omdat ze zorg, verpleging of begeleiding nodig hebben. Dit kan bijvoorbeeld een verpleeghuis zijn, of een opvanghuis waar mensen kunnen slapen en waar er meer dan de helft van de dag hulp of begeleiding aanwezig is. Het gaat dus om instellingen die speciaal bedoeld zijn om mensen te helpen die niet zelfstandig kunnen wonen, omdat ze zorg of begeleiding nodig hebben.

Omdat de ondersteuning met het wetsvoorstel Participatiewet in Balans wordt overgeheveld naar de algemene bijstand, zijn jongeren in een inrichting hiervan formeel uitgesloten. Zie artikel 13, tweede lid, aanhef en onderdeel a, Pw: 'Geen recht op algemene bijstand heeft degene van 18, 19 of 20 jaar die in een inrichting verblijft'. Dit kan aan de orde zijn als een dakloze jongere bijvoorbeeld een plaats in een inrichting krijgt.

Dat jongeren in een inrichting met de Participatiewet van deze extra ondersteuning worden uitgesloten, is niet uitdrukkelijk beoogd door de wetgever. Voor uitsluiting blijkt ook anderszins geen rechtvaardiging.

Handelingsperspectief – totdat de wetgever dit herstelt - is om jongeren van 18, 19 of 20 jaar in een inrichting die de verhoging van artikel 20, derde lid, Pw nodig hebben, via de bijzondere bijstand van artikel 35 Pw te compenseren. Deze personen zijn namelijk niet uitgesloten van bijzondere bijstand. 

Weliswaar is de bijzondere bijstand niet bedoeld voor kosten van levensonderhoud (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2018:1600) en wordt hiermee de wet oneigenlijk opgerekt (vanwege de omzeiling van artikel 13, tweede lid, onderdeel a Pw). Maar dit is op dit moment de enige mogelijkheid om te voorzien in deze noodzakelijke ondersteuning vanuit de bijstand. Bijstandsverlening op grond van zeer dringende redenen via artikel 16 lid 1 Pw kan namelijk alleen in zeer schrijnende gevallen uitkomst bieden.

Inhoud