Overslaan en naar de inhoud gaan

16. Bijlagen

Factsheet Maatwerk Participatiewet dak- en thuisloze jongeren

Hieronder vind je een korte samenvatting van de handreiking 'Maatwerk Participatiewet voor de ondersteuning van jongeren in een kwetsbare positie'.

Het probleem

Dakloosheid onder jongeren is een complex probleem. Jongeren hebben vaak weinig vertrouwen in de overheid en zoeken eerst steun in hun netwerk. Hierdoor melden zij zich niet direct bij de gemeente, wat leidt tot verergering van hun situatie. Schulden, stress, eenzaamheid en administratieve obstakels maken het moeilijk om weer grip op het leven te krijgen. 

Een meerjarige aanpak is nodig, met maatregelen op het gebied van preventie, begeleiding en wonen. Deze factsheet richt zich op de wettelijke maatwerkmogelijkheden binnen de Participatiewet voor jongeren tussen de 18 en 27 jaar in een kwetsbare positie. Er is ook oog voor wijzigingen die zijn voorgesteld in het wetsvoorstel Participatiewet in Balans. 

Toegang tot bijstand

Jongeren die bijstand nodig hebben, melden zich meestal digitaal via Werk.nl. Jongeren zonder inschrijving in de BRP kunnen zich rechtstreeks melden bij het college van de gemeente waar zij feitelijk verblijven. In de praktijk gebeurt dit via wijkteams, jongerenloketten of maatschappelijke opvang. Dak- en thuisloze jongeren ervaren een aantal drempels als zij zich willen melden bij een gemeente om een bijstandsuitkering aan te vragen:

Situatie Advies
Jongeren hebben niet altijd de mogelijkheid om zich digitaal te melden.  Bied ondersteuning aan het loket zelf of laat ketenpartners samen met de jongere het aanvraagproces doorlopen.
Als jongeren op verschillende plekken maar heel kort kunnen blijven, is het moeilijk om de gemeente aan te wijzen waar de jongere daadwerkelijk verblijft. Zie het kortdurende verblijf als noodoplossing en niet als onweerlegbare conclusie over waar de jongere zijn domicilie heeft.
Jongeren zien de aanvraag in zichzelf als complexe aangelegenheid, waarbij ze regelmatig fouten maken en het gevoel krijgen ‘terug bij af’ te zijn.

Ondersteun de jongere bij het aanvraagproces, via de gemeente of een externe partij.

Een jongere kan een aanvraag indienen met hulp van anderen. Bijvoorbeeld een hulpverlener of jeugdwerker. Of een aanvraag laten indienen door een gemachtigde. Geef hierover goede voorlichting.

De bijstand gaat in op de datum van melding, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Gemeenten mogen vooruitlopen op het wetsvoorstel Participatiewet in balans en bijstand met terugwerkende kracht tot drie maanden toekennen. Daarnaast geldt dat jongeren die onderwijs kunnen volgen waarvoor studiefinanciering beschikbaar is, geen recht hebben op algemene bijstand. Wel kunnen zij bijzondere bijstand ontvangen voor specifieke kosten, zoals bewindvoering of inrichtingskosten. Ook kunnen zij in aanmerking komen voor individuele inkomenstoeslag en studietoeslag. 

Voor jongeren tot 27 jaar is een plan van aanpak verplicht. Dit plan beschrijft de ondersteuning, verplichtingen en doelen. De jongere moet meewerken aan het opstellen en uitvoeren van dit plan. 

Kostendelersnorm

De kostendelersnorm houdt in dat de bijstandsnorm lager wordt naarmate meer volwassenen in een woning samenwonen. Jongeren onder de 27 jaar tellen niet mee als kostendeler. Om als kostendeler te worden gezien moet een persoon het hoofdverblijf hebben in dezelfde woning als de bijstandsgerechtigde. 

Bij tijdelijk verblijf wijzigt het hoofdverblijf niet en is de kostendelersnorm niet van toepassing. Tijdelijk verblijf staat niet gelijk aan kortdurend verblijf. Ook bij kortdurend verblijf kan het hoofdverblijf wijzigen. De intentie van een persoon is vaak doorslaggevend voor de vraag of sprake is van tijdelijk verblijf of van hoofdverblijf op een adres. Het is aan het college om te bepalen in hoeverre de intenties van een betrokkene worden onderzocht. Advies kan zijn om uit te gaan van de door de betrokkenen uitgesproken intenties en geen verder onderzoek te doen, tenzij omstandigheden aanleiding geven voor een verder onderzoek.

Bij tijdelijk verblijf past het college de kostendelersnorm niet toe. Denk aan een jongere die tijdelijk bij iemand verblijft, bijvoorbeeld in een crisissituatie.

Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans verduidelijkt dat de kostendelersnorm niet geldt bij tijdelijk verblijf elders voor het leveren van mantelzorg bij een intensieve zorgbehoefte.

Jongerennorm

Jongeren van 18 tot en met 20 jaar ontvangen een lagere bijstandsnorm dan 21-plussers, omdat ouders onderhoudsplichtig zijn. Als ouders deze plicht niet kunnen nakomen, kan de gemeente bijzondere bijstand verstrekken. Het wetsvoorstel Participatiewet in balans introduceert een aanvullende norm via de algemene bijstand. De bijzondere bijstand komt daarmee te vervallen. Gemeenten mogen vooruitlopen op toepassing van het normbedrag.

Het college kan de kosten van de aanvullende bijstand verhalen op de onderhoudsplichtige ouders.  

Vier weken zoektermijn

Jongeren onder de 27 jaar moeten na melding vier weken zoeken naar werk of scholing voordat zij bijstand kunnen aanvragen. In het wetsvoorstel Participatiewet in balans wordt geregeld dat de vierweken zoektermijn niet hoeft worden toegepast bij kwetsbare jongeren. Op deze wijziging in het wetsvoorstel Participatiewet in balans mag worden vooruitgelopen.

Inlichtingenplicht

Jongeren moeten voldoen aan de inlichtingenplicht. Ook als jongeren dakloos zijn, moeten zij controleerbare informatie verstrekken over waar zij verblijven. Om de last van de inlichtingenplicht te verlichten voor een kwetsbare jongeren, kan het aantal inlichtingenmomenten voor de re-integratie worden beperkt. De inlichtingenplicht kan zo worden ingericht dat het college van de gemeente de jongere alleen aan het begin en aan het eind van het jaartraject spreekt, tenzij tussentijdse signalen om een nieuw gesprek vragen.

Arbeidsinschakeling en ondersteuning

Gemeenten kunnen jongeren ondersteunen bij arbeidsinschakeling. Tijdens de zoektijd mag dit in principe niet. Maar als het college ondersteuning bij arbeidsinschakeling noodzakelijk vindt, kan dat wel al vanaf de melding.

Verplichtingen en ontheffingen

Jongeren zijn verplicht om werk te zoeken, re-integratievoorzieningen te gebruiken en een tegenprestatie te leveren. Bij dringende redenen kan hiervan worden afgeweken. Het wetsvoorstel Participatiewet in balans maakt het mogelijk om ook van re-integratieverplichtingen ontheffing te verlenen.

Voor jongeren (in een kwetsbare positie) kunnen de volgende factoren een rol spelen bij het verlenen van een ontheffing:

  • psychosociale en psychische problematiek;
  • verslavingsproblematiek;
  • lichamelijke gezondheidsproblemen;
  • het ontbreken van basale stabiliteit;
  • het volgen van een noodzakelijk (zorg)traject.

Ontheffen kan in deze gevallen bijdragen om een kwetsbare jongere tijdelijk rust te geven om zijn leven op orde te krijgen.

Re-integratievoorzieningen

Gemeenten kunnen diverse voorzieningen inzetten, zoals participatieplaatsen, jobcoaching, proefplaatsingen, leer-werktrajecten en scholing. Het wetsvoorstel Participatiewet in balans voegt aan de ondersteuningsmogelijkheden maatschappelijke participatie toe. De ondersteuning is daarmee niet per se gericht op arbeidsinschakeling.  

Inkomstenvrijlating

In de Participatiewet bestaat een mogelijkheid om inkomsten gedeeltelijk vrij te laten. Dit kan alleen voor personen van 27 jaar of ouder.  Het wetsvoorstel Participatiewet in balans introduceert een bijverdienregeling. Dit mag ook worden toegepast op jongeren tot 27 jaar. Het college mag op dit voorstel vooruitlopen. Colleges mogen 15% van het inkomen uit arbeid vrijlaten voor maximaal 12 maanden.

Stimuleringspremie

De Participatiewet biedt de mogelijkheid om een stimuleringspremie (ook uitstroompremie genoemd) te verstrekken. Dit kan alleen voor personen van 27 jaar of ouder. Het wetsvoorstel Participatiewet in balans geeft de mogelijkheid om aan jongeren tot 27 jaar een premie gericht op arbeidsinschakeling toe te kennen. Colleges kunnen vooruitlopen op deze voorgestelde wijziging.

Integrale aanpak en samenwerking

Jongeren moeten vaak bij meerdere loketten aankloppen voor hulp. De kern van de oplossing ligt in een integrale, persoonsgerichte aanpak die de harde overgang van 18- naar 18+ verzacht en jongeren continuïteit en stabiliteit biedt.

De gemeente kan jongeren faciliteren door te zorgen voor een laagdrempelig, centraal punt bij de gemeente (bijvoorbeeld bij het sociaal wijkteam, lokaal team of een jongerenloket) waar een jongere zich direct kan inschrijven voor een briefadres.

Meldt een jongere zich zonder vaste woonplek? Dan moet het aanbieden van een briefadres de allereerste standaard stap zijn die de gemeente zet. Vervolgens kan een ID-kaart worden aangevraagd. De gemeente kan de kosten voor een ID-kaart kwijtschelden of hiervoor bijzondere bijstand geven.

De harde knip tussen Jeugdwet (tot 18e verjaardag) en de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning moet vermeden worden. Dit kan door een warme overdracht of doorlopende begeleiding tot minimaal 21 jaar standaard te maken.

Inhoud