Overslaan en naar de inhoud gaan

Maatwerk Participatiewet voor de ondersteuning van jongeren in een kwetsbare positie

Laatste update: 27 oktober 2025

3. Toegang tot bijstand

3.5 Vooruitlopen op het wetsvoorstel Participatiewet in Balans

Het wordt mogelijk om bijstand met maximaal drie maanden terugwerkende kracht toe te kennen. Dit betekent dat het college bijstand kan toekennen vanaf een datum die maximaal drie maanden voor de dag ligt waarop de jongere zich heeft gemeld, indien individuele omstandigheden dit noodzakelijk maken. 

Er mag vooruitgelopen worden op dit onderdeel van het wetsvoorstel Participatiewet in Balans (brief staatssecretaris Participatie en Integratie van 8 mei 2025, 'Initiatieven voor de ondersteuning van jongeren in een kwetsbare positie'). Zie Kamerstukken II 2024/25, 36582, nr. 69.

Deze nieuwe bevoegdheid geldt aanvullend op bestaande rechtspraak om bij bijzondere omstandigheden van het principe 'meldingsdatum is ingangsdatum' af te wijken. Bij die bijzondere omstandigheden geldt geen beperking in de tijd.

De individuele omstandigheden om bijstand tot maximaal drie maanden met terugwerkende kracht toe te kennen, kunnen betrekking hebben op:

  1. de redenen voor de late melding;
  2. de gevolgen van de late melding;
  3. een combinatie van beide.

Individuele beoordeling

Of deze nieuwe bevoegdheid moet worden toegepast, moet individueel beoordeeld worden. Situaties waaraan gedacht kan worden, zijn (niet limitatief):

  • de jongere heeft door de late melding aantoonbaar aanzienlijke schulden of betalingsachterstanden gekregen;
  • de jonger is door een crisissituatie overvraagd, waardoor hem een te late melding (of eerdere buiten behandelingstelling) niet kan worden verweten;
  • een te late aanvraag na detentie of een echtscheiding;
  • een aanvraag voor een passende en toereikende voorliggende voorziening is afgewezen of een eerdere bijstandsaanvraag buiten behandeling is gesteld.

Let op: De bevoegdheid om bijstand tot drie maanden met terugwerkende kracht te verlenen, wordt met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel Participatiewet in Balans wettelijk verankerd. Het is een bevoegdheid en geen verplichting voor het college. Zie artikel 44, vijfde lid, uit het wetsvoorstel Participatiewet in balans. Dit betekent dat bij besluiten hierover toetsing aan het evenredigheidsbeginsel aan de orde is.

Toets evenredigheidsbeginsel

Wat betekent de toets aan het evenredigheidsbeginsel? Als het college geen terugwerkende kracht wil verlenen, moet worden getoetst of dat niet tot onevenredige gevolgen leidt bij de dakloze jongere. Weeg hierbij de belangen van de jongere goed af. Hoe zwaarder de gevolgen zijn voor de jongeren, hoe strenger de toets is. Het mislopen van bijstand over een bepaalde periode terwijl er geen andere middelen zijn geweest, zal vaak als een zwaarwegend belang worden gezien.

Inhoud