Overslaan en naar de inhoud gaan

Kwaliteit van taal in de inburgering

Laatste update: 06 januari 2026

3. Taalcoaching

3.3 Suggesties voor Programma van Eisen, beoordeling en samenwerking

Gemeenten kunnen een rechtstreekse subsidierelatie met de taalcoachaanbieder aangaan of organiseren dat de formele taalschool een onderaanbesteding doet bij een taalcoachaanbieder. Om te sturen op de inzet en de kwaliteit van taalcoaching kan de gemeente onderstaande vragen stellen:

1. Wat zijn de doelen van taalcoaching?

Handvatten voor gemeenten: De aanbieder moet duidelijk onderscheid maken tussen oefenen binnen/of rondom het klaslokaal (formeel leren) en taalcoaching buiten het klaslokaal (non-formeel leren).

Het non-formele aanbod besteedt aandacht aan het praktijkgericht oefenen en leren buiten de klas, dicht bij de oefendoelen van de inburgeraar. Maatwerk is hierbij het uitgangspunt. Daarnaast is het van belang dat deelnemers de oefenstof vaak herhalen en in de praktijk brengen. 

2. Hoe selecteert en traint de taalcoachaanbieder de taalvrijwilligers? Hoe worden de vrijwilligers en nieuwkomers begeleid?

Handvatten voor gemeenten: In de eerder genoemde 6 succesfactoren voor effectieve taalcoaching staat o.a. het belang van goede begeleiding van vrijwilligers en nieuwkomers genoemd, het organiseren van een kwalitatief goed team van coördinatoren en het benutten van speciaal ontwikkeld oefenmateriaal voor anderstaligen, zoals SpreekTaal en Taalcoachacademie.

3. Hoe zorgt de taalcoachaanbieder in samenwerking met de formele taalaanbieder en eventuele participatieaanbieders voor werkbare, gelijkwaardige en efficiënte werkafspraken, en hoe is de afstemming tussen deze partijen georganiseerd? 

Handvatten voor gemeenten: Om tot een succesvolle samenwerking te komen, is het belangrijk dat er een duidelijke structuur wordt neergezet tussen de formele taalschool en de taalcoachaanbieder.

Zowel de taalschool als de taalcoachaanbieder moeten de taak ‘coördineren taalcoaching’ opnemen in het takenpakket van een (betaalde) coördinator. Deze personen zijn verantwoordelijk voor 1) de onderlinge taakverdeling, zoals afspraken over aanmelden, intake, trainen en begeleiden van vrijwilligers, rapportage en het informeren van bijvoorbeeld de NT2-docenten van de taalschool en 2) het overleg tussen de coördinatoren van de formele taalaanbieder en van de taalcoachaanbieder. Zie voor een nadere toelichting de Handreiking Taalcoaching in de inburgering voor gemeenten van Stichting Het Begint met Taal.

4. Hoe monitort de taalcoachaanbieder de effectiviteit van taalcoaching? Welke instrumenten zet de aanbieder hiervoor in?

Handvatten voor gemeenten: Voor de monitoring en effectmeting van taalcoachtrajecten is het belangrijk dat de taalcoachaanbieder gebruik maakt van met een goed instrumentarium. Om de kwaliteit te waarborgen  en een leercultuur te stimuleren, is het vaak effectief om (zelf)evaluatie-instrumenten te combineren met kwaliteitsgesprekken en een kwaliteitscontrole door een onafhankelijke partij. Ook bestaande kwaliteitskeurmerken kunnen als kwaliteitsindicatie dienen. De instrumenten die hiervoor ingezet kunnen worden vind je in het hoofdstuk Monitoring en evaluatie van de Handreiking Kwaliteit bij de aanpak van basisvaardigheden.  

Inzet taalcoaching tijdens inburgering

Taalcoaching kan tijdens de inburgering op elk moment worden ingezet:

  1. Taalcoaching gericht op het vinden van werk bijvoorbeeld in de Z- en/of B1-route via een getrainde taalcoach met de methode SpreekTaal draagt bij aan het vinden van een baan.
  2. Tijdens de Z-route kan SpreekTaal ook ondersteunen met thema's als wonen, leren, praten over jezelf.
  3. Voor het behoud van een baan en verbinding op de werkvloer na de inburgering biedt 'Taalbuddy's op het werk' oplossingen. Anderstalige en Nederlandssprekende collega’s worden gekoppeld en oefenen gedurende 10 tot 20 weken Nederlands op de werkvloer.

Inhoud