Overslaan en naar de inhoud gaan

Kwaliteit van taal in de inburgering

Laatste update: 06 januari 2026

1. Sturen op kwaliteit

1.5 Lerend stelsel

Aanbeveling 5. Formuleer hoe de gemeente vormgeeft aan het lerende stelsel

De Wet inburgering 2021 en het streven naar taalvaardigheid op niveau B1 en duurzame participatie is een uitdaging voor zowel gemeenten,  taalaanbieders en aanbieders van participatieactiviteiten. Het taalaanbod is een van de schakels binnen een inburgeringstraject richting meedoen in de samenleving. Het taaltraject moet verknoopt worden aan participatie. 

En daarmee hebben gemeenten en aanbieders een nieuwe uitvoeringspraktijk te ontwikkelen. Het inburgeringsstelsel dat op 1 januari 2022 in werking is getreden is een lerend stelsel, waarin ook de lagere regelgeving aangepast kan worden op basis van de ervaring in de uitvoeringspraktijk. Dat vergt flexibiliteit en partnerschap tussen de gemeente(n), de aanbieders en de andere uitvoeringspartners. 

Geef in het Programma van Eisen en in de samenwerking met aanbieders daarom ook aan wat de gemeente voor ogen heeft bij ‘een lerend stelsel’ (gebruik daarvoor indien gewenst het beleidskader dat in de gemeente is opgesteld) en hoe dat er, vertaald voor aanbieders, uit komt te zien. 

Denk daarbij aan:

  • Voer periodieke voortgangsgesprekken tussen gemeente en taalaanbieder over kwaliteit en resultaten. Welke nieuwe kansen en uitdagingen doen zich voor waar op ingespeeld moet worden? Betrek daar eventueel ook de inburgeraars zelf bij. Een klanttevredenheidsonderzoek door de gemeente kan ondersteunen om inzicht te krijgen in de kwaliteit en om gericht in gesprek te gaan over mogelijke verbeteringen.
  • Lever vanuit de gemeente een actieve en constructieve bijdrage aan het zoeken naar oplossingen voor knelpunt- en die zich voordoen in de praktische uitvoering.
  • Geef aan wat de gemeente verwacht van samenwerkingspartners in dit kader en bevraag hoe de aanbieder daaraan gehoor gaat geven. Stel bijvoorbeeld de volgende vraag aan aanbieders: ‘Hoe werkt u aan de kwaliteit en innovatie van uw aanbod? Kunt u dat concreet beschrijven?’. Als antwoord van de aanbieder zou de gemeente moeten willen zien dat er een continu proces is van monitoren en reflectie. Werken ze met de PDCA-cyclus (Plan Do Check Act) of een andere methode.

Evalueer de uitvoering van de leerroutes met betrokken aanbieders en inburgeraars

Gemeenten, taalaanbieders en aanbieders van non-formeel taalaanbod en participatie hebben inmiddels een aantal jaar ervaring met de uitvoering van de leerroutes. Ook de ervaring van inburgeraars die de leerroutes (hebben) doorlopen zijn waardevol voor gemeenten en aanbieders in de uitvoering die een impuls willen geven aan de kwaliteit van de leerroutes. Benoem de ervaringen met de uitvoering en uitkomsten van de evaluatie expliciet in de marktconsultatie en aanbestedingsstukken, zodat het voor betrokken aanbieders duidelijk is wat de (nieuwe) aandachtspunten en wijzigingen zijn ten opzichte van de vorige aanbesteding leerroutes. 

Lessen uit de uitvoering van de leerroutes inburgering

Uit de Marktmonitor (derde meting, september 2024) blijkt dat een aantal vraagstukken in de uitvoering van de leerroutes bij inkoop van nieuwe leerroutes extra aandacht vragen. Ook tijdens de Divosa-uitwisselingssessie over de samenwerking gemeenten en taalaanbieders (februari 2024) kwam dit aan de orde. Het is belangrijk dat de volgende onderwerpen expliciet via marktconsultaties een plek krijgen in een gemeentelijke visie, het Programma van Eisen en in contractafspraken voor de inkoop van nieuwe leerroutes:

  • Uren-eis: uit de wet- en regelgeving blijkt dat alleen gevolgde uren meetellen voor de uren-eis voor de Z-route, afschalen binnen de B1-route en bij wijziging van de leerroute. Alleen bij verlenging van de inburgeringstermijn voor de B1-route wordt rekening gehouden met verzuim.
  • Verzuim: formuleer een visie en aanpak op verzuim, definieer geoorloofd en ongeoorloofd verzuim, bepaal hoe je verzuim tegengaat en hoe het (financiële) risico wordt verdeeld tussen de gemeente en taalaanbieder(s) en geef aan wat de consequenties zijn voor de gemeente, taalaanbieder(s) en de inburgeraar. Zie ook hoofdstuk 4 over motivatie en verzuim. 
  • Hoogst haalbare taalniveau: het hoogst haalbare taalniveau is in beginsel B1. Maak (contract)afspraken wanneer iemand binnen de inburgering B2-lessen kan volgen, met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid van wat verwacht kan worden van de taalaanbieder.
  • Aantal uren dat nodig is voor het afschalen naar A2 in de B1-route: formuleer een visie op afschalen, bepaal wanneer en na hoeveel uur iemand in aanmerking komt voor afschalen naar A2-niveau (wettelijk minimum voor afschalen is 600 gevolgde uren; wisselen van B1-route naar Z-route 1,5 jaar) en maak (contract)afspraken hoe afstemming tussen gemeenten en taalaanbieder(s) ten aanzien van afschaling eruit ziet. De gemeente neemt in beginsel het advies van de taalschool mee bij de beslissing tot afschaling. 

Inhoud