Overslaan en naar de inhoud gaan

Kwaliteit van taal in de inburgering

Laatste update: 06 januari 2026

7. Maatwerk en differentiatie

7.1 Differentiatie

De ene cursist is de andere niet

Verschillen tussen cursisten kunnen gelegen zijn op vele vlakken. Denk aan taalniveau, opleidingsniveau, leertempo, leerstrategieën, doelen, capaciteiten, talenten, interesses, motivatie, persoonskenmerken en sociale en culturele achtergrond. Ook de leefdomeinen waarmee cursisten te maken hebben en waarvoor zij de taal nodig hebben, verschillen. Recht doen aan deze verschillen is het uitgangspunt van maatwerk. Differentiatie in de klas is een manier waarop docenten maatwerk vormgeven.

Externe en interne differentiatie

Differentiëren is een doelbewuste en planmatige aanpak waarmee recht wordt gedaan aan de verschillen tussen de cursisten. Bij externe differentiatie gaat het bijvoorbeeld om groepsindeling op basis van een of meer kenmerken en de facilitering als organisatie, zoals de soort cursistbegeleiding. Interne differentiatie gaat over de didactische aanpak in de lessen, die ervoor zorgt dat alle cursisten een bij hen passende ontwikkeling doormaken. Door maatwerk en differentiatie te bieden kan het leerproces van de cursist optimaal ondersteund worden. Dat is bevorderlijk voor zijn motivatie. Zie hoofdstuk 4 Motivatie en aansluiten op de leerbehoefte.

Uitgangspunten voor differentiatie

Wanneer is differentiatie nodig? Het eenvoudige antwoord is: geen enkele groep is homogeen, differentiatie is altijd nodig. Voor differentiatie gelden de volgende uitgangspunten:

  • Differentiatie in de klas is niet hetzelfde als individueel onderwijs. Differentiatie betekent dat de docent op meerdere manieren rekening houdt met verschillende groepen cursisten in de klas.
  • Hoe minder groepen er kunnen worden gemaakt, hoe heterogener de groepen zullen zijn en hoe meer aandacht er zal moeten zijn voor differentiatie.
  • Je kunt echter niet tot in het oneindige differentiëren binnen een groep. Dit betekent dat je niet alle niveaus kunt combineren. Analfabeten, die nog moeten leren lezen en schrijven, zijn het beste op hun plaats in een aparte groep. Wie wel al kan lezen en schrijven in zijn moedertaal maar nog niet in het westers schrift (anders-alfabet- en) moet niet hetzelfde onderwijs krijgen als de analfabeten. Als het qua aantallen kan, dan zouden ze idealiter in een aparte groep moeten komen. Maar bijvoorbeeld hoogopgeleiden en analfabeten combineren in een groep is af te raden. Wat wel kan, is dat een aanbieder cursisten in verschillende groepen laat deelnemen: bijvoorbeeld door extra conversatielessen in te richten waar cursisten uit diverse routes aan kunnen deelnemen of KNM (Kennis van de Nederlandse Maatschappij) rond thema’s aan te bieden voor diverse routes samen. Een cursist zit dan in verschillende groepen tijdens zijn traject.
  • Goede cursistenbegeleiding is een voorwaarde om te kunnen differentiëren. Docenten moeten tijd krijgen zich in de kenmerken van de cursist te kunnen verdiepen en zijn voortgang en de behoeften goed te monitoren.

Inhoud