Overslaan en naar de inhoud gaan

Aan de slag met rechtsbescherming

Laatste update: 07 december 2023

4. Bouwsteen één: Aanbod

4.3. Sluit aan bij de behoefte van inwoners

Het aanbod van sociaaljuridische ondersteuning vormt de basis voor de rechtsbescherming van inwoners en is alleen effectief als dit aansluit op de belevingswereld van inwoners en uitvoering. De uitkomst van het inventarisatieonderzoek vormt dan ook het startpunt voor een verdieping op drie belangrijke vragen:

  • Welk type ondersteuning of rol missen inwoners of organisaties in jouw gemeente?
  • Op welke vak- en leefgebieden is aanvulling nodig voor je inwoners en uitvoering?
  • Welke organisaties ontbreken in de lokale samenwerking?

Welke type ondersteuning of rol missen inwoners of organisaties in jouw gemeente? 

Voer een inwonersonderzoek uit om te ontdekken wat inwoners nodig hebben.

Op welke vak- en leefgebieden is aanvulling nodig voor je inwoners en uitvoering?

Het lokale aanbod van sociaaljuridische ondersteuning moet beschikbaar zijn voor inwoners die informatie en advies nodig hebben of  het niet eens zijn met een besluit van de gemeente. Daarnaast moeten inwoners én uitvoering gebruik kunnen maken van sociaaljuridische expertise die niet direct gerelateerd is aan een door de gemeente af te geven beschikking, product of dienst, zoals informatie over kinderalimentatie, rechten bij een consumentenkoop of wat te doen bij overlijden van een partner.

Welke organisaties ontbreken in de lokale samenwerking? 

Als blijkt dat bepaalde (typen) ondersteuning, rollen of expertises ontbreken, dan volgt de vraag: welke organisaties of professionals kunnen hierin voorzien? Denk bijvoorbeeld aan juristen van het Juridisch Loket, mediators en buurtbemiddelaars, onafhankelijk cliëntondersteuners, rechtswinkels of de (sociale) notaris en advocaat.

Rapport: Wat hebben inwoners nodig? Van dekkend naar dienend aanbod

In het rapport Over de drempel naar betere rechtshulp is op basis van de behoeften van inwoners onderzocht wat eerstelijnsorganisaties kunnen doen om hun ondersteuning laagdrempelig en beter te maken.

Tip: Breid je aanbod thematisch uit

Begin bijvoorbeeld bij Burgerzaken en leg vanuit daar de link met notarieel recht. Andere thema’s die als startpunt kunnen dienen voor het versterken van de rechtsbescherming, zijn: echtscheidingen (zie ter inspiratie het praktijkverhaal van Hollands Kroon) of financieel-juridische ondersteuning (lees het praktijkverhaal van Wijk bij Duurstede)

Tip: Nazorg 

Een aantal rechtswinkels in Nederland experimenteert met een zogeheten nazorgmodule. Twee maanden nadat een inwoner is doorverwezen, neemt een medewerker van de rechtswinkel contact op om te vragen of en hoe de zaak is afgerond. En of de rechtswinkel nog iets kan betekenen. 

Tim Verheij, secretaris van de Vereniging van Rechtswinkels: ‘In het sociaaljuridisch domein mist de huisartsrol: de persoon naar wie iemand toe of terug kan als een probleem nog niet is opgelost. Goede nazorg is belangrijk om te voorkomen dat cliënten telkens terugkeren in de eerstelijnsrechtshulp.’

Praktijkvoorbeeld: Onafhankelijke cliëntondersteuning in Friesland 

‘Mensen kiezen een ondersteuner met hun onderbuik’

De Fryske Marren, Ooststellingwerf en Opsterland bliezen de onafhankelijke cliëntondersteuning nieuw leven in. Ingeborg Venema is senior adviseur bij NB Advies, dat het project in opdracht van de gemeenten uitvoerde. Zij vertelt over de weg die ze hebben afgelegd. De eerste stap? Onderzoek naar de behoeften van inwoners. 

Stap 1: Onderzoek onder stakeholders 

Onafhankelijke cliëntondersteuners helpen inwoners met vragen over onder meer geldzaken, wonen en zorg. Ze denken ook mee bij het zoeken van hulp of het regelen van oplossingen, bijvoorbeeld door een gesprek met een instantie voor te bereiden of mee te gaan. 

In De Fryske Marren, Ooststellingwerf en Opsterland waren deze ondersteuners al een tijdje actief, maar echt druk hadden ze het niet. Daarom besloten de gemeenten in 2020 om de behoeften van de inwoners te onderzoeken. Venema: ‘Uit onze interviews – digitaal en op straat – bleek dat velen nog nooit van cliëntondersteuning hadden gehoord. De term roept vragen op. Mensen denken: waarom ben ik ineens een cliënt, als ik alleen een vraag stel?’ 

Een andere uitkomst was dat het inwoners niet uitmaakt of ze door een vrijwilliger of professional worden geholpen – als iemand maar verstand van zaken heeft. En dat het helpt om de ondersteuners letterlijk een gezicht te geven. ‘Mensen kiezen een cliëntondersteuner met hun onderbuik.’

Onafhankelijkheid

Ook medewerkers van de gemeenten en sociaalwerkorganisaties werden ondervraagd. De onbekendheid speelde ook intern bij de gemeenten, zo bleek. ‘Bijvoorbeeld over de rolverdeling. Gemeentelijke consulenten en cliëntondersteuners doen beiden aan vraagverheldering en denken mee over oplossingen. Het grote verschil is dat de cliëntondersteuners onafhankelijk zijn.’

Sommige consulenten waren zich hiervan niet altijd bewust, aldus Venema. ‘Inwoners die ergens mee zitten, kunnen naar de gemeente stappen. Maar dan staan ze wel in hun eentje tegenover een overheidsorgaan dat grossiert in regels en procedures. Dan is het fijn als er iemand onafhankelijk meedenkt.’

Stap 2: Verbetertraject 

De gemeenten zetten vervolgens een verbetertraject in met drie sporen. Eén: kennis. ‘Theoretische en praktische scholing voor consulenten en cliëntondersteuners is belangrijk. Wat is cliëntondersteuning precies? Wat heeft de inwoner eraan? Hoe kun je er als consulent je voordeel mee doen? Daarnaast hebben we ambassadeurs benoemd: consulenten die in hun eigen team uitdragen dat onafhankelijke cliëntondersteuning waardevol is.’

Platform 

Twee: de lancering van het platform ocodenktmee.nl. ‘Inwoners vinden daar uitleg over cliëntondersteuning en het type hulpvragen. Plus de foto’s (gezichten!), expertise en contactgegevens van de cliëntondersteuners in iedere gemeente. In De Fryske Marren zijn dit zowel vrijwilligers als professionals, waarbij de eerste groep de tweede groep inschakelt als een zaak te complex wordt. Om de minder digitaal vaardige doelgroep te bereiken, verstrekt deze gemeente ook een papieren flyer met de profielen van ondersteuners aan inwoners met een hulpvraag. Je ziet dat daar bijna tweemaal zoveel gebruik wordt gemaakt van cliëntondersteuning als in de andere twee gemeenten.’

Campagne

Drie: een inwonercampagne. ‘Die bestaat uit allerlei voorlichtingsmateriaal, zoals posters en filmpjes. Het materiaal wordt verstrekt aan bijvoorbeeld huisartsen, fysiotherapeuten en maatschappelijk werkers. Zo vergroten we de kans om kwetsbare inwoners te bereiken.’

Stap 3: Borging  

De betrokken beleidsmedewerkers bij de drie gemeenten zetten samen met hun ambassadeurs het onderwerp doorlopend op de kaart. Een e-learningmodule zorgt dat de opgedane kennis behouden blijft en ook nieuwe medewerkers daarin worden meegenomen. ‘Verder zien de gemeenten erop toe dat het platform actueel blijft. Ook blijven zij ieder half jaar met elkaar overleggen over hoe het bij hen loopt en wat er anders en beter kan.’

Tip: Alternatieve geschilbeslechting (goed benutten) 

Als een inwoner niet het gevoel heeft goed geholpen te zijn en er sprake is (of dreigt) van onvoldoende rechtsbescherming, kan andere geschilbeslechting uitkomst bieden. Veel gemeenten hebben hier al ervaring mee door de inzet van klachtenfunctionarissen, mediators of het voeren van een ombudsfunctie. Deze functionarissen worden nu nog vaak achteraf ingeschakeld (curatief). De lessen die zij uit geschilbeslechting trekken, kunnen wellicht al eerder in het proces (preventief) een waardevolle bijdrage leveren aan het voorkomen of oplossen van geschillen. Aandacht voor herstel van de relatie tussen de inwoner en de gemeente is hierbij van groot belang.

Inhoud