Overslaan en naar de inhoud gaan

Bouwsteen 6 Visie

Wat zien we in de lerende praktijken?

In vrijwel alle lerende praktijken van Dwars door domeinen was er een visie opgesteld, maar we zagen dat deze vaak weinig houvast biedt voor de uitvoerend professionals. De visies zijn te vaag (een te hoog abstractieniveau) of kunnen op meerdere manieren uitgelegd worden (onvoldoende scherp).

Bovendien heeft de visie in veel gevallen vaak impliciet betrekking op zaken die naar hun aard verschillen (en die door elkaar worden gehaald):

  • Een visie op de gewenste uitkomst of het gewenste doel (doel).
  • Een visie op de wijze van dienstverlening (uitvoering/methodiek).
  • Een visie op mensbeeld of gehanteerde waarden (uitgangspunten).

Het ontbreken van een duidelijke visie (het handelingsperspectief) wordt door verschillende functiegroepen overigens vaak anders beleefd. Management en beleidsmakers zijn er vaker van overtuigd dat er een visie ligt die voldoende richting geeft, terwijl uitvoerend professionals er in de praktijk niet mee uit de voeten kunnen.

Zo hadden managers in verschillende lerende praktijken het idee dat zij alle ruimte geven aan hun professionals en dat die over alle middelen beschikken om maatwerk te leveren ('Toe dan!'). De uitvoerend professionals misten daarentegen juist een concreet handelingskader om die ruimte goed in te vullen ('Hoe dan?!').

Stappen richting een visie

Op het moment dat de perspectiefverschillen in die praktijken inzichtelijk werden gemaakt, konden de functiegroepen met elkaar in gesprek over die verschillen en over wat zij nodig hebben voor hun werk. Dat heeft in één gemeente geleid tot het gezamenlijk ontwikkelen van een 'Kompas integraal doen'. Daarin zijn uitgangspunten geformuleerd op het gebied van gedrag, waarden en regels, waardoor er 'van onderaf' is gebouwd aan richting en visie.

In een andere gemeente is gewerkt aan een waardenkader en is afgesproken dat het management aanvullend met een aantal richtinggevende uitspraken komt. Hier is dus, naast het opbouwen van onderaf, ook gekozen voor het duidelijker prioriteren en formuleren van uitgangspunten van bovenaf. 

In een derde gemeente is gewerkt aan een 'gezamenlijk narratief': het verhaal dat de basis vormt voor het handelen van medewerkers en de vormgeving van beleid.

In weer een andere gemeente is gedurende het proces een duidelijkere keuze gemaakt over wat de gemeente als belangrijkste opgave ziet (het versterken van wijken), wat het leggen van verbindingen vergemakkelijkt.

Ontbrekende visies

In een van de lerende praktijken bleek duidelijk dat het ontbreken van een duidelijke, gedeelde visie tussen samenwerkende partijen een grote belemmering is voor samenwerking en het bieden van samenhangende dienstverlening. Vervolgens bleek dat afzonderlijke partijen de afgelopen periode wel degelijk uitgangspunten en waarden hadden opgesteld, maar dat deze in de dagelijkse praktijk geen rol speelden. Tijdens het traject zijn deze afzonderlijke visies in een interviewronde doorgenomen en vervolgens in een gezamenlijke bijeenkomst teruggekoppeld.

We zien ook dat gemeenten, in hun wens om snel beleid te maken, soms stappen overslaan. Zo is in één gemeente op nadrukkelijk verzoek van de gemeenteraad de regelgeving weergegeven in een 'omgekeerde verordening', zonder dat daar een duidelijke visie (waarden, uitgangspunten en doelen) aan ten grondslag lag. De bijdrage van zo'n verordening aan samenhangende dienstverlening is dan erg beperkt.

Tot slot zagen we in een lerende praktijk dat het ontbreken van een eigen, gedeelde visie het onmogelijk maakte om met andere partijen tot een gezamenlijke opgave te komen. Enerzijds omdat er daardoor voortdurend interne afstemming nodig was, anderzijds omdat de organisatie in een speelveld van botsende belangen terechtkwam zonder te weten waar ze zelf voor staat. Daardoor blijft alleen de wens tot samenwerken over − wat nu juist het probleem was!

Inhoud