Overslaan en naar de inhoud gaan

Bouwsteen 1 Structuur, inrichting en proces

Geleerde lessen & tips

  • Wees je ervan bewust dat de inrichting van de infrastructuur en de organisatie invloed hebben op het (kunnen) bieden van samenhangende dienstverlening.
     
  • Een overzichtelijke infrastructuur – met een beperkt aantal aanbieders en een langdurige samenwerking (inkoop op basis van partnerschap) – kan de samenhang versterken. Dit leidt sneller tot de gezamenlijke vraag: welke maatschappelijke problemen wil je oplossen en welke werkwijzen zet je daarvoor in?
     
  • Zelf uitvoeren geeft meer flexibiliteit in de vormgeving van de dienstverlening en maakt de gemeente minder afhankelijk van externen. Dit vraagt wel om voldoende deskundigheid binnen de gemeentelijke organisatie.
     
  • Voor een overzichtelijke en werkzame infrastructuur is nauwe samenwerking tussen of integratie van de afdelingen beleid, inkoop en contractmanagement essentieel.
     
  • Een programmatische aanpak helpt om samenhangende dienstverlening te bieden, mits er ruimte en mandaat is om preventieve, individuele en collectieve oplossingen onderbouwd in te zetten op basis van wat nodig is. Dit werkt nóg beter wanneer de verantwoording plaatsvindt op basis van outcome en de kwaliteitstoetsing hierop wordt aangepast. 

    Zo’n aanpak vraagt wel het nodige vertrouwen van en afstemming met het gemeentebestuur.
     
  • Een governancestructuur met meerdere opdrachtgevers of deelnemers (zoals een Gemeenschappelijke Regeling of een gezamenlijke inkoop) maakt samenhangende dienstverlening complexer, omdat dit meer afstemming (en overeenstemming) vraagt. Zo'n structuur werkt beter bij eenduidige opgaven.  
     
  • Governance is één van de sturingsinstrumenten die je als gemeente kunt inzetten. Kies daarom een vorm die past bij de manier waarop je wilt sturen en die aansluit op andere sturingsvormen (regelgeving, financiën, accountability).

Tips van onze procesbegeleiders

Stel jezelf de volgende vragen en ga aan de slag met de groepsopdracht:

  • Waar stimuleert of belemmert de structuur van je organisatie samenhangende (domeinoverstijgende) dienstverlening? Kun je hier zelf iets aan doen?
     
  • Waar helpen of belemmeren werkprocessen jou in je werk? Zijn dit formele of informele werkprocessen? En wat kun je zelf doen om deze te doorbreken of benutten?
Groepsopdracht
  • Hoe ziet jullie organisatiestructuur er in de praktijk uit? Teken die en geef aan waar dwarsverbanden en verbindingen liggen (bruggen) en waar die ontbreken (schotten of muren).

Inhoud