Overslaan en naar de inhoud gaan

Bouwsteen 1 Structuur, inrichting en proces

Wat weten we?

We weten relatief weinig over de invloed van structuur- en inrichtingsvraagstukken op de dienstverlening van inwoners. 

Onderzoeken op het gebied van Gemeenschappelijke Regelingen hebben vaak uitsluitend aandacht voor de rol en positie van de gemeenteraad, en niet voor het effect op de dienstverlening aan de inwoners. Effecten van de organisatie van sociale wijkteams op samenhangende dienstverlening zijn nauwelijks in kaart gebracht. Dat geldt ook voor de effecten van de dienstverlening van deze teams. (1)

Lappendeken

We weten dat de manier waarop gemeenten de dienstverlening voor inwoners organiseren, sterk verschilt. Datzelfde geldt voor de governance. In de praktijk leidt dit vaak tot een lappendeken van uitvoeringsorganisaties waarin gemeenten (verplicht of vrijwillig) met elkaar samenwerken. Vervolgens stuiten zij op samenwerkingsvraagstukken. 

Een inventarisatie uit 2020 maakte duidelijk dat gemeenten (gemiddeld) deelnemen aan 33 samenwerkingsverbanden, waarvan de meeste betrekking hebben op één beleidsveld. (2)

De deskundige overheid

In de studie 'De deskundige overheid' (2025) constateert de WRR dat het aanpakken van verkokerde organisatiepatronen via project- of programmadirecties niet werkt zolang de fundamentele institutionele prikkels (geld en verantwoording) niet veranderen. De WRR pleit daarom voor 'robuuste multidisciplinaire eenheden' die domeinoverstijgend werken aan grote, strategische opgaven en die langjarige financiering krijgen.

Hoewel dit advies zich vooral richt op de Rijksoverheid, is het wellicht – in aangepaste vorm – ook voor gemeenten waardevol. Het sluit aan bij de oproep van het IPW om aandacht te hebben voor de 'blauwe kolommen' binnen gemeenten en voor de samenhang en innovatie van gemeentelijke sturingsinstrumenten.

Sturingsvraagstukken en -mogelijkheden

De keuzes die gemeenten maken op het gebied van inrichting en structuur, zijn ook altijd sturingsvraagstukken. Gemeenten creëren daarmee dus sturingsmogelijkheden, die echter lang niet altijd worden benut. (3) 

De sturing is makkelijker wanneer: 

  • de afstemming tussen beleid, inkoop en contractmanagement beter is (4);
  • het aantal contractpartners beperkt is;
  • sprake is van langjarige verbindingen. (5)

Sommige gemeenten experimenteren met vormen van 'netwerksturing', waarbij de belangrijkste (contract)partners per thema aan tafel zitten. Zij leggen niet alleen verantwoording af aan de gemeente (verticaal), maar ook aan elkaar (horizontaal). Dat betekent dat samenwerkingsvraagstukken expliciet aan bod komen. Tegelijkertijd zien we dat deze aanpak ook leidt tot veel 'overlegdrukte'.

Sociale infrastructuur 

Bij inrichtingsvraagstukken wordt vaak vooral gekeken naar de inrichting van de gemeentelijke organisatie zelf en de samenwerking met formele partijen. De inrichting van de sociale infrastructuur (de sociale basis) krijgt veel minder aandacht. Bovendien zijn er binnen gemeenten en tussen gemeenten en partners vaak nog grote verschillen in wat zij precies bedoelen met 'sociale basis'.

De 'vergeten' partijen: de sociale basis

Bij de versterking van de positie van inwoners spelen niet alleen de formele organisaties een rol, maar ook organisaties die actief zijn in de sociale basis en die zijn ontstaan uit bewonersinitiatieven. 

IPW geeft aan dat deze organisaties vaak geen onderdeel uitmaken van de organisatiestructuur en -inrichting en dus geen rol spelen bij inrichtingsvraagstukken. Daarmee ligt er volgens IPW een te zware nadruk op formele overheidsdienstverlening en te weinig op het versterkend vermogen van de (partijen in de) sociale basis. (6)

Samenvattend kunnen we stellen dat onderstaande  factoren een positieve invloed lijken te hebben op samenhangende dienstverlening:

Positieve invloeden op samenhangende dienstverlening
Voetnoten
  1. Zie: Activiteiten en resultaten van wijkteams. Een overzichtsstudie (Nederlands Jeugdinstituut • januari 2024) 
  2. Inventarisatie regionale samenwerkingsverbanden decentrale overheden 2020 (Kennisbank Openbaar Bestuur • mei 2020)
  3. Zie bijvoorbeeld het essay van Albert Jan Kruiter: Over de vitalisering van bureaucratie en sturingsinnovatie (Kwink Groep • september 2024)
  4. Zie artikel van Duco Bannink: Gemeenten en zorgaanbieders willen zelden hetzelfde (Sociale Vraagstukken • november 2024) 
  5. Evaluatie 10 jaar samenwerking gemeente en Incluzio Hollands Kroon (Ipsos I&O • december 2025) 
  6. We zien dat deze aandacht voor de sociale basis gepaard gaat met het belang van (de opbouw van) gemeenschappen en burgerinitiatieven. Soms vanuit een positief perspectief (gemeenschappen staan dichter bij problemen en oplossingen van inwoners), en soms vanuit een negatief perspectief (gemeenten zijn niet in staat om passende samenhangende dienstverlening te bieden). 

Inhoud