Overslaan en naar de inhoud gaan

Bouwsteen 4 Uitbesteding, inkoop en relaties met partners

Wat weten we?

De wijze waarop gemeenten hun dienstverlening organiseren, verschilt sterk. Er zijn gemeenten die een groot aantal taken zelf uitvoeren. Er zijn ook gemeenten die dat samen doen met anderen in gemeenschappelijke regelingen. Taken zijn dan gedelegeerd of gemandateerd. En er zijn gemeenten die het grootste deel van hun taken uitbesteden aan derden. Zij kopen die taken in, in veel gevallen door middel van aanbestedingen.

We weten dat het voor gemeenten bij hun inkoop (of subsidiëring) vaak niet eenvoudig is om een goede vraag te formuleren. De WRR constateert in haar onderzoek naar de deskundige overheid (2025) dat gemeenten niet (meer) over de kennis en expertise beschikken om vast te kunnen stellen wat zij van andere partijen nodig hebben. 

De WRR wijst erop dat sommige gemeenten zelfs externe partijen inhuren om de inkoop vorm te geven. Zij noemt dit 'tweedegraads-onhandig'. 

Doelconsensus en informatiesymmetrie

Gemeenten beschikken vaak niet over de kennis, expertise en informatie om vast te kunnen stellen welke diensten zij nodig hebben en wat aanbieders precies kunnen bieden. Dat dit zo moeilijk is, komt grotendeels door het ontbreken van doelconsensus en informatiesymmetrie. Het gaat er hierbij om of de gemeente en aanbieders hetzelfde willen (doelconsensus) en hetzelfde weten (informatiesymmetrie).

In zijn onderzoek naar de inkoop van diensten in het sociaal domein in Amsterdam (2023) laat Duco Bannink zien dat aan die voorwaarden vaak niet wordt voldaan. Hij stelt dat je er als gemeente niet zomaar van uit mag gaan dat aanbieders dezelfde doelen nastreven. Het is daarom belangrijk dat je zelf goed weet wat je wilt én dat je zicht hebt op de visie en belangen van de aanbieders. 

Daarnaast beschik je als gemeente zelden over dezelfde inhoudelijke kennis en expertise als de aanbieders. In de praktijk betekent dat vaak dat gemeenten afhankelijk zijn van de informatie van aanbieders. 

Adviezen

Bannink geeft in het essay 'Gemeenten en zorgaanbieders willen zelden hetzelfde' (Sociale Vraagstukken, 2024) een aantal adviezen aan gemeenten:

  • Investeer in kennis en expertise binnen het gemeentelijke apparaat: 

    'Gemeenten moeten hun kennisniveau kunnen meten aan zorgaanbieders, want alleen dan kunnen ze beoordelen welke zorg past bij de gemeentelijke prioritering en is het mogelijk effectief contractmanagement te voeren.'
     
  • 'In relatie tot kennis: zorg dat je eigen kennis en data hebt van de cliënten die behandeling krijgen en van de potentiële cliënten die geen behandeling krijgen en zorg dat je inzicht hebt in de ontwikkeling van de cliëntpaden. Bemoei je vanuit de eigen, gemeentelijke positie met de indicatiestelling, met de prioritering van individuele cliënten.' 

Informatie-uitvraag

Het gebrek aan kennis en informatie leidt niet alleen tot onzekerheid over (en minder inzicht in) de kwaliteit van de dienstverlening, maar ook tot een grote informatie-uitvraag bij zorgaanbieders. Onderzoek van Hanze naar zorgaanbieders en de uitvoeringslast bij Wmo-aanbestedingen (2024) laat zien dat dit zorgt voor een hoge administratieve druk. Daarbij hebben zorgaanbieders vaak te maken met meerdere gemeenten die allemaal hun eigen rapportage- en verantwoordingsverplichtingen hanteren.

Het onderzoek constateert bovendien een verkokering binnen gemeenten: dezelfde diensten worden soms vanuit verschillende wettelijke kaders ingekocht, zonder dat binnen de gemeente afstemming heeft plaatsgevonden. 

Die verkokering maakt samenhangende dienstverlening sowieso extra lastig. Wanneer verschillende diensten per 'kolom' in de markt worden gezet, wordt er een nog groter beroep gedaan op aanbieders om noodzakelijke afstemming en samenwerking te zoeken. Zij moeten zo repareren wat vooraf niet goed geregeld is.

Ook voormalig lector Gert Schout vraagt aandacht voor de hoge administratieve druk. Hij stelt dat de nadruk op KPI's en eendimensionale verantwoording goede en samenhangende dienstverlening in de weg staat. Ze zorgen voor een wedloop tussen kwantificeerbare prestaties, beheersing en risicomijding (bij gemeenten) en het aanleveren van kengetallen (door zorgaanbieders). Hij noemt dit 'het blauwe monster in de zorg' (Hanze, 2024). 

Alternatieven

De complexiteit van de vraagstukken waarvoor diensten worden ingekocht, zorgt ervoor dat overheden ook nadenken over alternatieve aanpakken. Eén daarvan is een ontwerpgerichte (iteratieve) aanpak. Daarin worden stapsgewijs, experimenterend en lerend oplossingen gezocht voor deze vraagstukken. Op basis van een onderzoek naar het inkopen van deze werkwijze (PONT, 2025) is een handreiking ontwikkeld, met een overzicht van de verschillende aanbestedingsvormen: 'Innovatie inkopen bij de overheid' (PONT, 2026).

Samenvattend kunnen we bovenstaande als volgt weergeven:

Visual bij bouwsteen 4 - Wat weten we?

Discussie

Aanbestedingen leiden nogal eens tot discussies, omdat ze niet passen bij wat je als gemeente wilt inkopen. Dit kan dus komen door het onvermogen om een vraag te stellen, maar ook uit de principiële vraag of je deze diensten wel aan de markt wilt overlaten. Zo pleit Jos van der Lans er in zijn essay 'Ontsnappen aan aanbesteden' (Movisie, 2023) voor om sommige vormen van sociale ondersteuning, en dan met name die van de sociale basisinfrastructuur, niet te beschouwen als een dienst die je aan de markt overlaat. 

Inhoud