Overslaan en naar de inhoud gaan

Verhalen uit de lerende praktijken van Dwars door domeinen

Laatste update: 27 augustus 2026

Sterke lokale teams in Maastricht: ‘Deze veranderingen kun je niet achter je bureau bedenken’

Marjolein van der Pool, strategisch adviseur sociaal domein en projectleider van Dwars door domeinen in de gemeente Maastricht

Hoe moeten de lokale teams in Maastricht eruitzien? Voor Marjolein van der Pool, strategisch adviseur sociaal domein en projectleider van Dwars door domeinen in de gemeente Maastricht, lag het antwoord niet vooraf vast. Samen met professionals uit de praktijk ging ze op onderzoek uit.

Waarom deden jullie mee aan Dwars door domeinen?

‘Op het moment dat deze oproep kwam, waren we net begonnen na te denken over het inrichten van stevige lokale teams. Om de situatie in Maastricht te schetsen: ook wij hebben zoals veel gemeenten moeten kijken hoe we het sociaal domein betaalbaar konden houden.

We hadden al ervaring met gebiedsgerichte wijkteams, maar konden op dat moment nog niet voldoende aantonen dat ze effectief en kostenbesparend waren. Er kwam daardoor een meer centraliserende beweging op gang om grip te krijgen op de financiën in het sociaal domein. Om nu opnieuw mee te bewegen naar gebiedsgerichte integrale teams is voor sommige professionals best lastig.

Toen kwam Dwars door domeinen voorbij. Dat sprak ons meteen aan, juist omdat het een open programma was. Meestal ligt bij dit soort trajecten alles al vast: het tijdpad, de stappen, de producten. Nu kregen we de ruimte om samen met uitvoerende professionals in gesprek te gaan over die lokale teams. Er kwamen verkiezingen aan. En in het laatste jaar van een gemeenteraad moet je dit soort grote keuzes niet maken, dus we wilden dit jaar gebruiken om tot een goed voorstel te komen. En die tijd was ook echt nodig.’

Met welk vraagstuk begonnen jullie?

‘We begonnen eigenlijk met een heel open vraag: Hoe moeten de lokale teams in Maastricht eruitzien? Vanaf het begin was duidelijk dat we deze ontdekkingsreis samen met ‘onze’ professionals in de uitvoering wilden aangaan.

Dat is ook de kracht van dit traject. We begonnen niet met een oplossing. We begonnen met een vraag. We wilden eerst begrijpen wat er in de praktijk gebeurt, wat hebben we in Maastricht al? Er waren eerder al verschillende samenwerkingen, een vorm van lokale teams, wat hebben we daarvan geleerd? Het mandaat bleek toen niet helemaal duidelijk geregeld, wie ging er waar over? Een belangrijk leerpunt om nu wel goed in te regelen.’

We begonnen niet met een oplossing, maar met een vraag

Hoe zijn jullie gestart?

‘We zijn begonnen met een bijeenkomst met professionals uit de uitvoeringspraktijk. Van de gemeente en partnerorganisaties. De lokale teams gaan we vormen rondom deze medewerkers, dus ik vond het niet meer dan logisch om daar te starten. We zijn uiteindelijk met een divers gezelschap in gesprek gegaan: met uitvoerende professionals, hun managers, maar ook met de beleidsmakers die nodig zijn voor de besluitvorming.

Ik heb deze bijeenkomsten voorbereid met Hennie van Deijck, de procesbegeleider vanuit Divosa, en Emina Hrnjica, onze onderzoeker van Hogeschool Zuyd. We merkten tijdens de eerste bijeenkomst dat de partnerorganisaties vooral wilden horen welke opdracht ze zouden krijgen, terwijl wij juist op zoek waren naar wat zij de gemeente vanuit hun ervaring mee willen geven. Hoe moet zo’n lokaal wijkteam er volgens jullie uitzien? We hebben onze aanpak daarna aangepast.’

(Tekst gaat verder onder foto)

Marjolein van der Pool, strategisch adviseur sociaal domein en projectleider van Dwars door domeinen in de gemeente Maastricht

Marjolein van der Pool

Een andere manier van werken?

‘Zeker, dat maakte dit proces ook zo interessant. Voor bestuurders en beleidsmakers voelt het “verkeerd om”, zij willen eerst brainstormen over visie en koers. Een van de betrokkenen zei in eerste instantie zelfs: “Je moet de slager niet vragen zijn eigen vlees te keuren.” 

Dat vond ik eigenlijk een heel mooie reactie, omdat het precies laat zien wat mensen verwachten: de gemeente komt met een plan en de uitvoering gaat dat uitvoeren. Ik heb uitgelegd dat we iets anders wilden. We vragen mensen niet om hun eigen werk te beoordelen. We wilden begrijpen waar zij dagelijks tegenaan lopen en wat zij nodig hebben om inwoners beter te kunnen helpen.

Die bijeenkomsten met de uitvoering waren enorm waardevol. Zij komen obstakels en barrières tegen bij het samenwerken en daar hebben we in meerdere bijeenkomsten uitgebreid bij stilgestaan.’

Een lokaal team moet geen hulppost zijn waar je alleen naartoe gaat als er problemen zijn

Wat heeft het traject concreet opgeleverd?

‘Een van de mooiste opbrengsten is dat we veel scherper voor ogen hebben hoe zo’n lokaal team eruit zou moeten zien. Het moet geen hulppost zijn waar je alleen naartoe gaat als er problemen zijn, maar een plek waar inwoners toch al komen. Bijvoorbeeld op een locatie waar ook andere activiteiten plaatsvinden. Dat is een belangrijk uitgangspunt dat de professionals meegeven: op die manier is er veel meer nabijheid en dat kan de drempel om steun te zoeken enorm verlagen.

Daarnaast moet het een klein team zijn waarin verschillende professionals samenwerken en ieder zijn eigen kennis en ervaring inbrengt. Met een duidelijke opdracht en een duidelijk mandaat. Dat zijn allemaal dingen die rechtstreeks uit de gesprekken met de uitvoering zijn gekomen.

Het voorstel is nu om klein, in twee gebieden, te starten. Daar zijn al sociale teams en wijkservicepunten aanwezig. We gaan niet helemaal opnieuw beginnen, maar kijken hoe we daarop kunnen voortbouwen. We gaan dat samen met onze externe partners doen. Want vragen over hoe we expertise vanuit jeugd kunnen toevoegen en hoe die teams aangestuurd moeten worden, die moeten we vooral samen beantwoorden. Dat zijn precies de dingen die uit dit traject zijn voortgekomen.’

Welke rol speelde de procesbegeleider?

‘Hennie hielp ons steeds om niet te snel naar oplossingen te springen. Na iedere bijeenkomst keken we samen terug. Wat gebeurde hier nu eigenlijk? Waarom reageerden mensen zoals ze reageerden? Wat betekent dat voor de volgende stap? Ze kon ook heel goed duiden waarom mensen verschillend naar hetzelfde vraagstuk kijken. Daardoor ontstond veel meer begrip tussen beleid, management en uitvoering. Dat vond ik misschien wel de grootste meerwaarde van de externe begeleiding.’

Wat is voor jullie de belangrijkste les?

‘Dat je zo’n verandering niet vanachter een bureau kunt bedenken. Je begint niet meteen met bouwen. Eerst kijk je naar de landelijke kaders. Daarna kijk je hoe andere gemeenten het doen. Vervolgens onderzoek je je eigen situatie. Je praat met de uitvoering, en pas daarna ga je stap voor stap bouwen. Dat kost tijd, maar daardoor ontstaat wel iets wat echt past bij Maastricht.’

Dit soort programma’s zouden eigenlijk langer moeten duren

‘En nog een belangrijk inzicht. Dit soort processen kosten tijd. Ik vergelijk het weleens met een containerschip. Iedereen kent nog wel de Ever Given die in 2021 vastlag in het Suezkanaal. Zo voelt een gemeente soms ook. Er liggen zoveel ontwikkelingen tegelijk op tafel: nieuwe wetgeving, bezuinigingen, politieke keuzes, andere partners. Dan verander je de koers niet in één dag.

Daarom denk ik ook dat dit soort programma’s eigenlijk langer zouden moeten duren. Je hebt tijd nodig om samen te leren, mensen mee te krijgen en stap voor stap de goede richting op te bewegen.’

Hoe gaan jullie nu verder?

‘We hopen binnenkort bestuurlijk verder te kunnen met de plannen voor de twee gebieden. We willen daarbij juist tijdens de uitvoering blijven leren en verbeteren. Samen met Hogeschool Zuyd onderzoek ik nu de mogelijkheid om een kenniswerkplaats op te zetten om uiteindelijk goed onderbouwd te kunnen zeggen: zo zien de lokale teams in Maastricht eruit.’