Overslaan en naar de inhoud gaan

Verhalen uit de lerende praktijken van Dwars door domeinen

Laatste update: 27 augustus 2026

Procesmanager Hennie van Deijck: ‘Het leven van de inwoner past helemaal niet in beleidshokjes’

Hennie van Deijck

‘Ik zie gemeenten worstelen: “Nabij en dichtbij inwoners, met ruimte voor de professional.” Op papier klinkt het heel mooi, maar wat vraagt dit nu van de gemeentelijke organisatie?’ Hennie van Deijck is een ervaren procesmanager bij Divosa en begeleidde onder meer de gemeente Maastricht tijdens het programma Dwars door domeinen. Ze deelt haar ervaringen en inzichten.

Beleidsdenken

‘We zijn allemaal opgevoed met een soort beleidsdenken, het New Public Management. Er is een coalitieakkoord, problemen worden geanalyseerd, beleid geformuleerd, dat gaat naar de gemeenteraad en dan hoeft het alleen nog maar te worden uitgevoerd. Klaar.

Zo werd er bij heel veel gemeenten gewerkt. Top-down. Maar nu willen we dat beleid veel beter aansluit bij de inwoners, bij hun werkelijkheid en dan moeten we het anders doen. Dan kun je beginnen bij de uitvoerende professionals zij staan immers het dichtst bij inwoners zoals bijvoorbeeld Maastricht heeft gedaan.’

Sceptisch

‘En dat is verre van eenvoudig. Ook in Maastricht waren professionals sceptisch: de zoveelste verandering, de zoveelste vergadering. Je moet eerst door die scepsis heen en oprecht luisteren. En dan komen er ideeën los. De professionals in Limburg hebben zelf de belangrijke voorwaarden geformuleerd waaraan lokale teams moeten voldoen. Die zijn op zichzelf als idee niet spectaculair, maar het komt aan op het serieus nemen en met precisie uitvoeren daarvan. 

Nabijheid bijvoorbeeld: een vast team in een wijk, zodat inwoners het team kennen en de professionals elkaar kennen. In de ene wijk is dan iets anders nodig dan in de andere. Dus zal het team er anders uitzien. En een andere voorwaarde: zet niet alles om in zorg. Kijk goed wat er al is in de wijk: wat kan helpend zijn voor dit gezin?’

(Tekst gaat verder onder foto)

Procesmanager Hennie van Deijck (midden)

‘Ik noem dit proces organisch organiseren. Zonder lineair stappenplan, maar voortdurend kijken: wat gebeurt er, welke volgende stap kunnen we zetten, wat is er nu nodig en welke hindernissen komen we tegen? En daar dan vervolgens precies in zijn. Het klinkt raar, maar goede uitvoering heeft precisie nodig. Dit alles betekent niet dat er helemaal geen beleid nodig is, maar wel een andersoortige vorm daarvan: wat is het doel, wat zijn de randvoorwaarden en waaraan werken we? Anders wordt het in de uitvoering richtingloos en willekeurig. Beleid heeft in deze manier van werken een minder vooraanstaande rol dan vroeger. Veel meer een dienende rol.

Dit alles vraagt veel van leidinggevenden. Zij moeten ruimte geven, maar ook koers bewaken. Professionals in de praktijk gaan van alles tegenkomen: ze willen het beter doen voor de inwoner, maar die inwoner past niet in de beleidshokjes. En dan loop je al heel snel tegen verschillende domeinen aan. En vergeet niet: de kolommen van de domeinen zijn altijd sterker dan de dwarsverbanden.

Een directeur of leidinggevende moet dan zeggen: de kolom moet een beetje terug in zijn hok, want wij gaan hier het dwarsverband maken. Soms betekent het zelfs dat je zegt: als je heel strikt naar de wet- en regelgeving kijkt, mag het misschien niet, maar we gaan het toch doen. Uiteraard met een overtuigende motivatie.’

Juist wanneer het schuurt, moeten leidinggevenden koers houden en ruggensteun geven

‘Je hebt iemand met doorzettingsmacht nodig die de koers vasthoudt. Anders werken betekent namelijk dat bestaande patronen doorbroken moeten worden. Daarvoor moet je mensen kunnen aanspreken op hun gedrag. Dat klinkt negatief, maar het betekent juist dat je in mensen investeert én begrenst. Je moet eigenlijk goed ruzie kunnen maken. Niet om het persoonlijk te maken, maar om de kracht van de kolommen te bevechten. En juist wanneer het schuurt, moeten leidinggevenden koers houden en ruggensteun geven.’

Doen wat nodig is

‘Het is belangrijk om te beseffen dat dit een totaal ander proces is. Gemeenten moeten accepteren dat ze te maken krijgen met onzekerheden, zonder vooraf te weten wat ze tegenkomen. Wat betekent “doen wat nodig is” nu echt? Professionals ruimte geven, maar dan moeten zij die ruimte ook benutten. En wat hebben zij nodig om dit te kunnen doen? Dit betekent dat leidinggevenden nabij blijven: zelf zien wat er gebeurt en continu bijsturen.’

Een opgave die iedereen serieus neemt

‘Dit alles vraagt drie belangrijke dingen: een opgave die iedereen serieus neemt, professionals die daar met passie vorm aan geven én leidinggevenden die rugdekking bieden, doelen bewaken en zorgen voor de juiste randvoorwaarden. Dit noemen we ook wel een vitale coalitie. Als dit lukt, dan ontstaat er heel veel energie. Er is dan ruimte en kracht om samen iets belangrijks van de grond te tillen.’