Overslaan en naar de inhoud gaan

Verhalen uit de lerende praktijken van Dwars door domeinen

Laatste update: 27 augustus 2026

Hoe Haarlem onzekerheid over gegevensdeling wegnam: ‘Jullie zijn toch één gemeente?’

Carin van Empel, Tania Mak en Marijn Smit van de gemeente Haarlem zitten aan een tafel

Trekker van lerende praktijk Haarlem/Zandvoort Carin van Empel (links) met privacy-adviseurs Tania Mak en Marijn Smit • foto: Wendy Laimböck (gemeente Haarlem)

Carin van Empel, trekker van de lerende praktijk Haarlem/Zandvoort, vertelt hoe de twee gemeenten de onzekerheid rond gegevensdeling doorbraken. Daardoor kunnen inwoners nu beter geholpen worden.

Wat was het knelpunt in Haarlem?

‘Privacy en gegevensdeling zijn onderwerpen waar veel professionals tegenaan lopen. We werken in onze gemeenten al jaren aan een integrale aanpak vanuit het perspectief van de inwoner. Maar voor medewerkers was het vaak onduidelijk wat er wel en niet mag bij het delen van gegevens. Het idee "dit mag niet van de AVG" leefde heel sterk. Tegelijkertijd weten we dat het soms juist helpend en noodzakelijk kan zijn om gegevens te delen, wanneer we inwoners goed van dienst willen zijn.

Inwoners begrijpen zelf vaak niet waarom ze elke keer weer hun verhaal moeten doen. "De gemeente is toch één organisatie? Waarom moet ik gegevens die jullie al hebben, opnieuw aanleveren?" Toen kwam Dwars door domeinen voorbij. We dachten: dit is een mooie kans om dit AVG-vraagstuk eens goed uit te zoeken. Niet alleen vanuit de wetgeving, maar vooral ook vanuit de praktijk.’

Proactieve dienstverlening vraagt om duidelijkheid over gegevensdeling

We hebben het knelpunt uiteindelijk breder geformuleerd dan alleen de AVG. We hebben gezegd: we willen toewerken naar een meer proactieve dienstverlening. Als we proactief willen werken, dan moeten we goed weten wat we met bepaalde gegevens kunnen én mogen doen. En daar zit precies de spanning.

Medewerkers willen inwoners goed helpen, maar zijn tegelijkertijd bang om iets verkeerds te doen. Daardoor wordt er soms juist niets gedaan. Voor inwoners kan dat heel frustrerend zijn. Zeker als je ondersteuning op meerdere vlakken nodig hebt. Dan krijg je te maken met verschillende afdelingen, verschillende systemen en verschillende wetten. Probeer dat maar eens uit te leggen.’

Waar zijn jullie gestart?

‘We hebben eerst een projectgroep gevormd van ongeveer vijftien mensen. Mensen uit het sociaal domein, privacy-adviseurs, een informatiemanager, ervaringsdeskundigen. Heel bewust een diverse club. We hebben ons eerst gericht op gegevensdeling binnen de gemeente. Als dit niet goed op orde is, wordt gegevensdeling met partners al helemaal ingewikkeld.

De eerste bijeenkomst is me bijgebleven. De spanning tussen de privacy-adviseurs en mensen in de uitvoering was wel voelbaar. Het beeld was toch: ”Van die privacymensen mag niets, ze maken alles ingewikkeld”, terwijl zij op hun beurt dachten: "Hallo, wij proberen zorgvuldig met gegevens om te gaan. Niemand wil dat persoonsgegevens op straat komen te liggen."’

(Tekst gaat verder onder foto)

Carin van Empel, Marijn Smit en Tania Mak van de gemeente Haarlem lopen door een gang in het gemeentehuis

Carin van Empel en privacy-adviseurs Marijn Smit en Tania Mak• foto: Wendy Laimböck (gemeente Haarlem)

Kwartje

‘Wat ons ontzettend heeft geholpen, is dat we de tijd hebben genomen. We hebben acht bijeenkomsten gehouden, waardoor we elkaar echt hebben leren begrijpen. Op een gegeven moment valt het kwartje: we willen eigenlijk allemaal hetzelfde. Niemand zit aan tafel met de bedoeling om inwoners tegen te werken. Iedereen wil goede dienstverlening. We hebben organisatiedeskundige Léon Sonnenschein ingeschakeld; hij is een expert op de uitwisseling persoonsgegevens binnen het sociaal domein.

We hebben hem eerst gevraagd om zijn verhaal te vertellen aan de afdelingshoofden en de directeur van het sociaal domein, én de functionaris gegevensbescherming. Dat hielp enorm. Leon zegt zelf altijd: "Dit is voor tachtig procent een organisatorisch vraagstuk." Dat vond ik zelf ook een belangrijke les. De gemiddelde medewerker heeft niet zoveel aan een juridische verhandeling. Die wil gewoon weten: "Wat betekent dit voor mijn werk? Wat mag ik wel? Wat mag ik niet?"'

Wat heeft het traject concreet opgeleverd?

‘Op aanraden van Léon Sonnenschein hebben we eerst de belangrijkste uitgangspunten voor gegevensdeling laten vastleggen in een collegebesluit. Dat was een belangrijke stap. Het college is verantwoordelijk voor de gegevensverwerking. Door die uitgangspunten bestuurlijk vast te leggen, geef je medewerkers duidelijkheid én rugdekking: dit is hoe wij als gemeente verwachten dat medewerkers met gegevens omgaan.

Er was ook onduidelijkheid over het al dan niet werken met toestemming. Ons uitgangspunt is nu dat gegevens gedeeld mogen worden als dat voortvloeit uit de wettelijke taken van de betrokken medewerkers. Bij een gecombineerde hulpvraag mogen in samenspraak met de inwoner gegevens worden gedeeld met een andere afdeling, om zo de inwoner beter te kunnen helpen. Dit past ook goed bij onze werkwijze binnen het sociaal domein van de gemeente, waarbij we willen werken zonder schotten − en vanuit het perspectief van de inwoner.'

Er is veel meer ruimte dan mensen soms denken

‘Vervolgens hebben we de vertaalslag gemaakt naar de praktijk. Daarom hebben we een filmpje gemaakt voor medewerkers. Daarin leggen we uit hoe gegevensdeling werkt en welke ruimte professionals hebben. Dat filmpje heeft inmiddels een vaste plek gekregen in de Haarlem Academie, onze interne leeromgeving. Daar zijn ook de hand-out en een nadere toelichting op de belangrijkste onderdelen van de werkwijze te vinden. Zo blijft de kennis niet hangen bij de projectgroep, maar komt die ook bij andere en nieuwe medewerkers terecht.

Daarnaast zijn we met projectteamleden de organisatie ingetrokken. We zijn de verschillende teams langsgegaan om het gesprek over gegevensdeling te voeren en vragen te beantwoorden. Aan de hand van herkenbare voorbeelden uit de praktijk. We merken namelijk dat medewerkers vooral behoefte hebben aan handelingsperspectief. Ze willen vooral weten: "Wat betekent dit voor mijn werk?"'

Wat merkt de inwoner daarvan?

‘De inwoner hoeft minder vaak hetzelfde verhaal te vertellen. Natuurlijk moeten we zorgvuldig omgaan met gegevens. Het delen van gegevens gebeurt altijd in samenspraak met de inwoner. Je gaat niet zomaar dossiers doorlezen voordat je een afspraak hebt met een inwoner. Maar er zijn wel degelijk situaties waarin je informatie op een goede en zorgvuldige manier kunt gebruiken om inwoners beter te helpen. Daar zit veel meer ruimte dan mensen soms denken.’

Wat is voor jullie de belangrijkste les?

‘Dat veel meer mogelijk is dan mensen vooraf denken. We begonnen met het idee dat we een privacyvraagstuk gingen oplossen. Uiteindelijk ontdekten we dat het minstens zo veel ging over samenwerking, vertrouwen en duidelijkheid. Het kader was voor veel mensen gewoon niet helder. En als iets niet helder is, kiezen mensen vaak voor zekerheid en doen ze het maar niet. Je ziet ook dat veel collega's eigenlijk al op deze manier wilden werken. Ze zochten die ruimte al op. Door dit traject weten meer medewerkers wat er wél kan en durven ze die ruimte ook te benutten. Ik denk dat dat misschien wel de grootste winst is. Niet dat de regels zijn veranderd, maar dat mensen beter begrijpen wat er binnen die regels mogelijk is.’

Meer informatie

Neem voor meer informatie over de resultaten van lerende praktijk Haarlem/Zandvoort contact op met privacy-adviseurs Tania Mak, tveen@haarlem.nl, of Marijn Smit, marijnsmit@haarlem.nl