Verhalen uit de lerende praktijken van Dwars door domeinen
Laatste update: 27 augustus 2026Van Mario-buizen naar nauwer samenwerken: Oldenzaal doorbreekt schotten
Brenda Vunderink is jeugdregisseur en projectleider van Dwars door domeinen in de gemeente Oldenzaal. Door haar dagelijkse werk met gezinnen in complexe situaties houdt ze het graag concreet: wat betekent dit nu écht in de praktijk?
Wat was het knelpunt van Oldenzaal?
‘Ons knelpunt was: wat houdt ons tegen om integraal te kunnen werken binnen het sociaal domein? Dat is natuurlijk een enorm grote vraag. En het antwoord daarop is ook niet één ding. Er zijn meerdere factoren die ervoor zorgen dat integraal werken lastig is.
Onder collega's noemen we dit voor de grap altijd de ‘Mario-buizen’, uit het Mario Bros-spel. Een inwoner meldt zich met één vraag. Dan zeggen we: "Dit is het enige probleem, dus jij kunt het beste geholpen worden door dat team." Bijvoorbeeld Werk en Inkomen, of Schuldhulpverlening. Dat is dan een buis.
Vervolgens komen professionals erachter dat er veel meer speelt in het gezin. Er zijn kinderen, er spelen psychische problemen of er is ondersteuning vanuit de Wmo nodig. Dan moet iemand weer helemaal terug, opnieuw een andere 'buis' in. Weer een intake. Een inwoner moet zo heel vaak hetzelfde verhaal vertellen. Totaal niet effectief. Afdelingen zoeken elkaar nog onvoldoende op. Er wordt niet even gevraagd: "Hé, jij bent ook betrokken, wat doe jij precies?" Het zijn eigenlijk allemaal eilandjes.’
Hoe kun je eerder schakelen als je elkaar niet eens kent?
‘Juist bij multiproblematiek moeten we elkaar veel eerder weten te vinden. Eerder samen kijken: wat heeft deze inwoner nodig? Maar hoe organiseren we dat intern? Daar hadden we nog geen antwoord op. Daarom zijn we aan de slag gegaan met de vraag: wat hebben we eigenlijk te doen?’
Wat ontdekten jullie tijdens het traject?
‘We zaten aan tafel met heel veel kennis. Met vijftien collega’s uit het sociaal domein. Van kwaliteit tot Wmo, werk en inkomen, jeugd. We hebben vervolgens geprobeerd om uit te pluizen wat nu nodig is om eerder integraal te schakelen. Via de knelpuntanalyse kwamen we erachter dat het niet één probleem is.
We hebben uiteindelijk een aantal grote thema's benoemd waar we echt iets in te doen hebben. Zoals gedrag en cultuur, maar ook de structuur van onze organisatie. We hebben het gehad over procesregie, maar ook het stuk daarvoor: casusregie. Als meerdere professionals betrokken zijn, wie is dan eigenlijk de regisseur? Hoe doen we dat met elkaar? Een van onze conclusies was: we hebben eigenlijk onvoldoende kennis van elkaars rollen en mogelijkheden. En als je elkaar niet kent, hoe ga je dan eerder schakelen?
En we hebben wat te doen aan onze versnipperende systemen. Jeugd werkt met een ander systeem dan Werk en Inkomen, en leerplicht weer met een ander systeem. Die zijn niet op elkaar aangesloten. Hoe ga je elkaar dan goed informeren? En hoe doe je dat ook nog zorgvuldig binnen de AVG?’
Dat zijn geen eenvoudige gesprekken.
‘Zeker niet. We kwamen erachter dat we niet alleen iets te doen hebben in processen en systemen, maar ook in onze eigen houding. We hebben dus ook gewoon andere vragen te stellen en ook gewoon te schuren met elkaar. Van: hé, waarom doe jij dit? Waarom doen wij dit eigenlijk zo?
Ik denk dat dat heel zinvol is. Als we willen dat dit gaat veranderen, dan moeten we daarmee beginnen. Eigenlijk hebben we het gewoon over een organisatieverandering. Een cultuurverandering. Je kunt processen wel veranderen, maar als mensen op dezelfde manier blijven denken en werken, verandert er uiteindelijk niets.
We willen eigenlijk van wetsgericht naar mensgericht gaan. We zijn nu heel erg bezig met: kan dit, mag dit? Terwijl de vraag veel vaker zou moeten zijn: is dit goed voor de inwoner? Dat vraagt echt een andere manier van denken.’
(Tekst gaat verder onder foto)
Je bent naast projectleider ook jeugdregisseur. Wat bracht dat in dit traject?
‘Ik probeerde alles eigenlijk steeds te vertalen naar de praktijk die ik ken: gezinnen met complexe problemen. Als je alles bij elkaar optelt, lijkt zo’n organisatieverandering heel groot. Maar bij gezinnen doe ik eigenlijk precies hetzelfde. Ook daar heb je met ingewikkelde problemen te maken en die kun je ook niet in één keer oplossen. Dan hak je het op in kleine stapjes. Stap voor stap. Dat werkte hier eigenlijk precies zo.
Ik merkte ook dat de praktijkvoorbeelden enorm hielpen. Dan wordt het veel concreter. Het is meteen duidelijk wat een beslissing betekent voor een inwoner of gezin. Juist die combinatie van beleid, kwaliteit en uitvoering vond ik heel krachtig. Beleidsmedewerkers hebben vaak erg mooie ideeën, maar in de praktijk loop je soms tegen heel andere dingen aan. Als je die inzichten van de praktijk er niet bij haalt, weet je dat niet.’
Dwars door domeinen heeft het fundament gelegd voor vervolgprojecten
Wat heeft het traject concreet opgeleverd?
‘De grootste opbrengst van het traject is dat er een gedeeld probleembesef is ontstaan. Doordat we met vijftien collega's zo intensief hebben samengewerkt, zeggen we nu allemaal: ja, we moeten dit echt anders gaan doen. We hebben hier echt wat in te doen. Dat besef was er eerder veel minder.
Dit traject legt eigenlijk het fundament voor de vervolgprojecten. We hebben een gefundeerde analyse gemaakt. Wat ik ook heel waardevol vind aan Dwars door domeinen, is dat je merkt dat je niet de enige gemeente bent die hiermee worstelt. We hebben veel geleerd van andere gemeenten. Eemsdelta was met een vergelijkbaar vraagstuk bezig, en van Haarlem neem ik weer ideeën mee over gegevensdeling.’
Wat was voor jullie de belangrijkste les?
‘Het gaat eigenlijk veel meer over het proces dan over het resultaat. Bij gemeenten zie je vaak: er is een probleem, daar maken we een project van, we schrijven een plan en daarna verdwijnt het ergens in een la.
Maar we hebben in Oldenzaal samen een proces te doorlopen. Het is niet: we gaan van A naar B. Onderweg moeten we steeds evalueren. Zijn we nog op de goede weg? Doen we de juiste dingen? Moeten we iets aanpassen? Dan kom je uiteindelijk tot een veel waardevollere uitkomst waar iedereen achter staat − en die ook echt door de organisatie gedragen wordt.
We organiseren binnenkort een bijeenkomst volgens het 1 plus 1-principe. Iedereen uit de projectgroep neemt een collega mee. Dan zitten er in één keer ongeveer dertig collega's bij elkaar. Ons sociaal domein bestaat uit ongeveer 120 collega's. Zo hopen we het gedeelde besef verder te vergroten en feedback te krijgen van collega’s die hier minder intensief mee bezig zijn geweest. Herkennen zij wat we hebben opgehaald, of missen we nog punten?
Daarnaast zijn er al andere projecten gestart die voortbouwen op wat we hebben opgehaald. Er is iemand benoemd die overzicht houdt over alle veranderingen die nog nodig zijn. En waar het gaat over integraal werken willen we een lerende organisatie worden, met casusbesprekingen en moreel beraad voor het hele sociaal domein. Dus dit is echt nog maar het begin.’