Overslaan en naar de inhoud gaan

Bouwsteen 8 Belangen

Wat zien we in de lerende praktijken?

In de lerende praktijken van Dwars door domeinen (en bij andere gemeenten) hebben we gezien dat vaak wordt aangenomen dat iedereen aan hetzelfde doel werkt ('we stellen de inwoner centraal'). Er ontstaat onbegrip wanneer collega's van andere afdelingen of partnerorganisaties niet willen samenwerken om dat (vaak globaal geformuleerde) doel te bereiken.

Binnen gemeentelijke organisaties lijkt dit vooral het geval bij de samenwerking tussen de afdelingen Wmo/Jeugd enerzijds en Werk & Inkomen anderzijds.

Eendimensionaal 

Wanneer er wél oog is voor verschillende belangen (bijvoorbeeld bij de samenwerking met marktpartijen bij wie een deel van de dienstverlening is ingekocht), dan worden die belangen vaak eendimensionaal voorgesteld (bijvoorbeeld: het realiseren van een goed bedrijfsresultaat of zoveel mogelijk 'handel'). Er is dan minder oog voor de visie die deze partijen óók hebben op goede dienstverlening.

Bovendien wordt in zulke situaties nogal eens een hiërarchie in belangen aangebracht, waarbij de belangen van de eigen organisatie als 'superieur' worden gezien ('wij werken voor het algemeen belang, en zij alleen maar voor...').

Doorbraken

In onze lerende praktijken hebben we gezien dat doorbraken vrijwel altijd voortkomen uit vormen van 'duiden en verbinden' − soms expliciet en bewust, soms impliciet en onbewust:

  • In één gemeente werd een samenwerkingspartner overgehaald om deel te nemen aan samenhangende dienstverlening voor jongeren door te laten zien dat dit op termijn overbelasting (in geld en capaciteit) bij de dienstverlening aan volwassenen voorkomt.
     
  • In meerdere gemeenten zijn de belangen tussen functiegroepen (beleid versus uitvoering, management versus uitvoering) expliciet gemaakt. Dit hielp om elkaars positie beter te begrijpen en vervolgstappen te zetten in de samenhangende dienstverlening.
     
  • In één gemeente, waar de samenwerking met partners vastliep op het benoemen van knelpunten voor een gezamenlijke aanpak, is men gestopt met het formuleren van een gedeelde visie. In plaats daarvan zijn eerst de afzonderlijke visies van de partners in kaart gebracht. Pas daarna ontstond er ruimte voor verbetering van de samenhang.

Gedeelde waarden met externe samenwerkingspartners

We zien soms ook dat de samenwerking goed verloopt omdat de gemeente dezelfde waarden deelt met een samenwerkingspartner. In een van onze lerende praktijken ontstond er een sterke verbinding doordat beide partijen een helder en overeenkomstig beeld hadden van hun opgave ('wij staan voor de ontwikkeling van al onze inwoners').

Tegelijkertijd merken we dat het nog geen gemeengoed is om je te verdiepen in de waarden van samenwerkingspartners − en dus de vraag te stellen vanuit welke 'intrinsieke normativiteit' zij handelen. (1)

Gedeelde interne visie

Daarnaast zien we dat 'duiden en verbinden' soms niet van de grond komt als de context van de eigen positie té complex is. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer men binnen een − vaak grote − organisatie te maken heeft met een woud aan interne en externe netwerken, terwijl intern een gedeelde visie ontbreekt. We zien dit onder andere bij gemeenschappelijke regelingen.

Besef van complexiteit

Tot slot zien we dat het besef dát samenwerken complex is − en het inzicht in waarom dat zo is − frustratie en een gevoel van onmacht vermindert. Het geeft mensen weer een handelingsperspectief. (2)

Voetnoot
  1. Wat zij beschouwen als 'het goede' om te doen. Zie ook bouwsteen 6: Visie.
  2. Dit kwam naar voren in onze gesprekken met trekkers van de lerende praktijken en in uitwisselingssessies

Inhoud