Overslaan en naar de inhoud gaan

Bouwsteen 2 Gegevensdeling

Wat zien we in de lerende praktijken?

In vrijwel alle lerende praktijken van Dwars door domeinen is gegevensdeling als knelpunt weleens aan de orde gekomen. Eén gemeente ging hier binnen de lerende praktijk expliciet mee aan de slag. In andere gemeenten kwam dit in een aparte werkgroep of zijdelings aan bod. 

We zien dat er veel onduidelijkheid, onzekerheid en discussie over gegevensdeling is:

  • Onduidelijkheid: vrijwel niemand binnen de lerende praktijken weet precies wat wel en niet mag. Er bestaan veel verschillende ideeën over wat gegevensdeling inhoudt en wat wel of niet is toegestaan.
     
  • Onzekerheid: onduidelijkheid leidt tot onzekerheid. Medewerkers delen gegevens uit voorzorg dan maar niet, om aan de veilige kant te blijven en te voorkomen dat iemand hen terugfluit.
     
  • Discussie: onduidelijkheid en onzekerheid leiden tot discussies tussen verschillende functiegroepen (uitvoerend professionals, juristen, functionarissen gegevensbescherming), tussen afdelingen en tussen 'stromingen' ('rekkelijken' en 'preciezen'). Deze discussies gaan over de interpretatie van wat wettelijk mag (de juridische basis) en over wat inhoudelijk moet (wat is er nodig voor goede dienstverlening?).

Gegevensdeling in Haarlem

De gemeente Haarlem vond in het kader van proactieve dienstverlening een oplossing voor de drie knelpunten:

  • Onduidelijkheid weggenomen: een expert lichtte verschillende functiegroepen en afdelingen voor over de mogelijkheden en onmogelijkheden van de AVG. Dit zorgde voor een gedeeld beeld van de wet, wat de basis voor verdere discussies grotendeels wegnam.
     
  • Duidelijkheid én zekerheid geboden: gezamenlijk zijn uitgangspunten voor gegevensdeling vastgelegd, die het college vervolgens formeel vaststelde. Professionals hoeven zich hierdoor niet steeds opnieuw af te vragen wat wel of niet mag; zij kunnen terugvallen op het vastgestelde beleid.

Proactieve dienstverlening: een visie

'Proactieve dienstverlening betekent dat de overheid op tijd zelf actie onderneemt om mensen te informeren, te helpen of de juiste diensten aan te bieden. De overheid neemt hierbij de situatie van iemand mee en kijkt vooruit.' 

Deze passage komt uit de Overheidsbrede Visie op Proactieve Dienstverlening die op 10 juli 2026 naar de Tweede Kamer is gestuurd en waar samenwerkende overheden de komende periode uitvoering aan geven.

Meer over gegevensdeling in Haarlem

(On)duidelijkheid over rollen

Bij een andere gemeente speelden vraagstukken over gegevensdeling op twee terreinen:

1. Jeugdarts

Het eerste punt betrof een discussie tussen de GGD en de gemeente over de vraag of de jeugdarts gegevens van inwoners mag (of moet) delen met de gemeentelijke jeugdhulp. Hier bleek vooral behoefte aan rolduidelijkheid. Die ontstond door twee zaken helder te maken:

  • De jeugdarts heeft een eigenstandige rol en valt dus buiten de reguliere samenwerkingsafspraken met de GGD.
  • De jeugdarts en de gemeente werken vanuit hetzelfde wettelijke kader.

Ook moest er duidelijkheid komen over het feit dat een indicatie door de jeugdarts niet kan leiden tot een bezwaar bij de gemeente. Het vastleggen van de bestaande afspraken bleek voldoende om het gezamenlijk proces vast te leggen. Hier werd onduidelijkheid en onzekerheid weggenomen door duidelijk te maken wat de wettelijke grondslag betekent voor de gegevensdeling.

2. Loopbaanbegeleidingsteam 

Het tweede vraagstuk ging over gegevensdeling tussen een vso/pro-school, de gemeente (afdeling Werk & Participatie), het doorstroompunt en het ROC (entree-onderwijs). De centrale vraag was: is het mogelijk om – zonder toestemming van ouders en leerlingen – gegevens te delen die van belang zijn voor het voorbereiden op (en het verkrijgen van) betaald werk van de leerlingen en voor de begeleiding van de leerlingen op een ROC?

De partijen wilden samen een loopbaanbegeleidingsteam vormen: een team dat de benodigde ondersteuning vaststelt, uitvoert en hiervoor de noodzakelijke gegevens met elkaar deelt.

Door de gezamenlijke opgave inzichtelijk te maken, te onderbouwen met wettelijke grondslagen en te beschrijven welke gegevens waarom nodig zijn, kunnen scholen en gemeenten nu aan de slag met samenhangende en doorlopende begeleiding van deze leerlingen. De afspraken kunnen zij vastleggen in hun regionale plannen.

Van school naar dagbesteding

In een andere gemeente speelde een vergelijkbaar vraagstuk. Hier wilden de gemeente, de organisatie voor basis jeugdhulp, de aanbieders van dagbesteding, vso/pro-scholen, ROC en de gemeente (Werk & Participatie en sociaal ontwikkelbedrijf) een doorlopende lijn organiseren voor jongeren die vanuit vso/pro de stap van school naar dagbesteding of werk (willen) maken. Zij wilden hun dienstverlening in samenhang aanbieden. 

Zij hebben het proces dat een leerling doorloopt beschreven en leggen nu vast wat het doel van de samenwerking is, welke gegevens op welk moment worden gedeeld én waarom dat gebeurt.

Inhoud