Overslaan en naar de inhoud gaan

Bouwsteen 5 Financiën en verantwoording

Wat zien we in de lerende praktijken?

In een aantal lerende praktijken was er aandacht voor de invloed van financiën en verantwoording op het bereiken van samenhangende dienstverlening. 

In één van de lerende praktijken is een doorbraak in het bieden van samenhangende dienstverlening voor jongeren mede tot stand gekomen door de kosten en baten mét en zonder de voorgestelde interventie inzichtelijk te maken.

Een andere lerende praktijk heeft gewerkt met de waardendriehoek van het IPW, waarbij (onder meer) een afweging wordt gemaakt tussen:

  • de maatschappelijke kosten die de gemeente kwijt is aan de inwoner;
  • de kosten van niets doen; 
  • en de kosten van de maatwerkoplossing. 

In weer een lerende praktijk zagen we ambities met betrekking tot het sturen op outcome (zie kader 'Knelpunten bij sturing op outcome').

Andere gemeenten

Ook bij andere gemeenten zien we initiatieven op het gebied van financiering en verantwoording waarmee zij samenhangende dienstverlening proberen te stimuleren en faciliteren. We noemen de volgende:

1. Programmabegroting

Sommige gemeenten brengen verschillende onderdelen van het sociaal domein onder in één programma en één programmabegroting. Dat geeft uitvoerende afdelingen en professionals de ruimte om middelen anders in te zetten als dit leidt tot betere dienstverlening zowel voor individuele inwoners als voor groepen. Zo kan op ambtelijk niveau worden afgewogen of investeringen in preventie leiden tot besparingen op curatieve vormen van dienstverlening, of een investering in lichte vormen van ondersteuning tot besparingen op zwaardere. 

Dit is overigens geen eenvoudige opgave. Het vraagt om heldere afspraken met het college, de raad en de afdeling Control. Deze werkwijze verruimt de handelingsruimte van de uitvoering, maar beperkt de mogelijkheden van de raad en het college om op onderdelen en afzonderlijke budgetten te sturen. 

Het vraagt van het bestuur om te sturen op maatschappelijke resultaten.  Het scherp vastleggen van die resultaten is niet eenvoudig en nog volop in ontwikkeling (zie de vorige paragraaf: 'Wat weten we?').

2. Maatschappelijk rendement

Ook zijn er gemeenten die (structureel) te nemen maatregelen willen onderbouwen met een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA). Zo doet de gemeente Den Haag dat vanuit de gedachte dat zo'n analyse niet alleen de kosten in beeld brengt, maar medewerkers ook dwingt na te denken over de aard en omvang van de maatschappelijke baten. (1) 

Den Haag combineert hierin de maatschappelijke prijslijst (zie paragraaf 'Wat weten we?') met een SROI (Social Return on Investment)-calculator.

3. Outcomegericht werken

Daarnaast zien we initiatieven op het gebied van outcomegericht werken (zie kader hieronder). Outcomegericht werken is een manier van sturen en handelen waarbij de daadwerkelijke verandering en het effect op het leven van de inwoner centraal staan, in plaats van (bijvoorbeeld) de hoeveelheid geleverde zorg of het aantal activiteiten (de output). Op het gebied van financiën kan dat door budgetten te ontschotten en in te zetten als sturingsinstrument. En op het gebied van verantwoording kan dat door niet langer af te rekenen (en in te kopen) op inspanning, maar op resultaat. Zo verandert verantwoording van een administratieve last in een middel om maatschappelijke impact te maken.

Outcomegericht werken in Dronten, Utrecht en Leeuwarden

Meerdere gemeenten hebben stappen gezet om outcomegericht te werken. Op basis van openbare bronnen noemen we er drie:

Gemeente Dronten

De gemeente Dronten heeft de sturing op maatschappelijke effecten financieel en beleidsmatig verankerd door 'brede welvaart' als leidend principe op te nemen in de programmabegroting. Financiële keuzes zijn daardoor direct gericht op het realiseren van maatschappelijk rendement. Om dit concreet te maken, stuurt de gemeente structureel op tien maatschappelijke effecten, zoals de mate waarin inwoners tevreden zijn met hun leven, bestaanszekerheid ervaren en de regie voeren over hun eigen leven.

Gemeente Utrecht

De gemeente Utrecht werkt volgens de Utrechtse aanpak. Zij kiest ervoor om traditionele sturing op output zoals rigide productcodes en het afvinken van uren los te laten, om zo de administratieve druk en systeemdwang te verminderen. In plaats daarvan stuurt de gemeente op brede, leidende principes en benut zij de methodiek 'tellen en vertellen'. Hierbij worden harde data gecombineerd met kwalitatieve verhalen uit de praktijk. Zo verschuift de verantwoording van controle achteraf naar een doorlopende dialoog ('het goede gesprek') over wat inwoners écht helpt.

Gemeente Leeuwarden

De gemeente Leeuwarden geeft invulling aan outcome-gericht sturen door het verplichte cliëntervaringsonderzoek (CEO) sterk uit te breiden. Om de maatschappelijke impact echt te begrijpen, organiseert zij focusgroepen waarin inwoners — begeleid door beleidsmedewerkers — de verhalen achter hun ingevulde vragenlijsten delen. Deze directe en verdiepende feedback stelt de gemeente in staat om de effectiviteit van voorzieningen continu te toetsen en het beleid direct te laten aansluiten op de leefwereld van inwoners.

Knelpunten bij sturing op outcome

Uit een lerende praktijk die streeft naar sturen op outcome en dit combineert met datagestuurd werken, kwamen vier hardnekkige knelpunten naar voren:

  1. Databeheer en datakwaliteit nog niet op orde
    Ook voor het meten van output zijn data nodig — zowel 'harde' (ICT en de mogelijkheden van het systeem) als 'zachte' (zorgvuldige, uniforme registratie en het spreken van een gezamenlijke taal). Bij deze gemeente hanteerden vier afdelingen bijvoorbeeld vier verschillende definities voor hetzelfde begrip. Zolang de basisregistratie niet eenduidig is, kun je geen betrouwbare conclusies trekken over inwoners.
     
  2. Wantrouwen en angst voor controle
    De overstap naar informatiegestuurd werken is een ingrijpende organisatie- en cultuurverandering. Het introduceren van een dashboard voor datakwaliteit valt bijvoorbeeld niet automatisch in goede aarde; medewerkers kunnen zich gecontroleerd voelen, in plaats van ondersteund.
     
  3. Outputsturing moet eerst op orde zijn
    In lijn met de bevindingen van de Erasmus Universiteit geeft deze gemeente aan dat sturen op outcome niet betekent dat cijfers er niet meer toe doen. Een zekere mate van outputsturing blijft nodig. Pas als die outputsturing op orde is, kun je bouwen aan integrale sturingsinformatie en de stap maken naar sturen op maatschappelijke outcome.
     
  4. Beperkt blikveld door verkokering
    De aanleiding om outcomegericht te sturen, is óók een belemmerende factor: de verkokering in wettelijke kolommen bepaalt sterk het blikveld van professionals. Het benutten van domeinoverstijgende data vraagt ook om een organisatiestructuur die zo'n integrale aanpak ondersteunt.
Voetnoot
  1. Zie: Betere besluitvorming met maatschappelijke kosten-batenanalyses (Binnenlands Bestuur • juni 2025)

Inhoud