Overslaan en naar de inhoud gaan

Bouwsteen 7 Gedrag en cultuur

Wat zien we in de lerende praktijken?

In de lerende praktijken van Dwars door domeinen hebben we gezien dat het gedrag van professionals een belangrijke rol speelt bij het bieden van samenhangende dienstverlening.

Kompas

In één lerende praktijk was 'gedrag' het centrale thema. Gedurende de looptijd van het programma is in kaart gebracht wat integraal werken vraagt van het gedrag van verschillende groepen medewerkers. Dit heeft geleid tot het 'Kompas Integraal Doen', waarin deelnemers expliciet hebben gemaakt wat integraal werken betekent voor hun eigen handelen én welke vragen en emoties daarbij een rol spelen. 

Tijdens de ontwikkeling van het Kompas kwamen waardevolle gesprekken op gang. Duidelijk werd dat medewerkers het lastig vonden om collega's aan te spreken of om hulp te vragen, zowel binnen als buiten de eigen afdeling. Ook werd duidelijk waarom zij dat lastig vonden.

Onderstroom

Vrijwel alle gemeenten in de lerende praktijken constateren dat er sprake is van een 'onderstroom' van opvattingen en gedragingen die samenwerking en het benoemen van knelpunten in de weg staan. Dit speelt zowel tussen professionals onderling als tussen de verschillende functiegroepen (uitvoering, management en beleid).

Opvattingen, waarden en twijfels over de ondersteuning aan inwoners blijven vaak impliciet (1). Deelnemende gemeenten merken dat medewerkers het lastig vinden om deze te formuleren en hardop uit te spreken. In de lerende praktijken is daarom expliciet ruimte gemaakt om deze waarden en perspectieven wél te delen. Dat heeft er in al die praktijken toe geleid dat vervolgstappen veel eenvoudiger en effectiever gezet konden worden.

Risicomijding en morele waarden

Eén gemeente gaf aan dat de terughoudendheid van professionals om tot keuzes te komen soms voortkomt uit de motivatie om 'de wet goed uit te voeren' en dus uit angst om de wettelijke grenzen te overschrijden. 

De constatering van de WRR over 'tolerantie tegenover falen' (2) zien we ook bij gemeenten terug. Professionals zijn vaak terughoudend in het nemen van beslissingen of het betrekken van collega's, omdat zij risico’s willen mijden. Dat is soms het gevolg van handelingsverlegenheid (niet durven), maar soms ook van negatieve ervaringen uit het verleden. Bijvoorbeeld omdat iemand eerder is teruggefloten of zich niet gesteund voelde door de organisatie.

Daar komt bij dat medewerkers het niet altijd eenvoudig vinden om hun eigen (morele) waarden en wettelijke opdrachten te scheiden en expliciet te maken. Het koppelen van casusoverleg aan een 'moreel beraad' kan hierbij helpen. (3)

Verschillende culturen

Verder zagen we binnen een gemeente dat cultuurverschillen tussen afdelingen de samenwerking en een samenhangende dienstverlening bemoeilijken. Het vaakst worden hierbij de verschillen tussen Jeugd & Wmo en Werk & Inkomen genoemd.

Die verschillen lijken (mede) voort te komen uit het feit dat de dienstverlening binnen Werk & Inkomen (en met name Inkomen) sterker is gekaderd door wet- en regelgeving, met een nadruk op rechtmatigheid van de uitvoering. Ook zien we verschillende mensbeelden uit die wetten terug in de mensbeelden van de uitvoerende afdelingen. Wel worden die verschillen geleidelijk kleiner. De herziening van de Participatiewet (Participatiewet in Balans) is daar een goed voorbeeld van.

Kinderschoenen

We zien dat vrijwel alle gemeenten worstelen met de vormgeving van een lerende cultuur. Deze staat in de meeste gevallen nog in de kinderschoenen, en leren uit de praktijk maakt nog maar beperkt deel uit van de organisatiecultuur. In zorg- en welzijnsorganisaties is men vaak al verder: daar is het veel gebruikelijker om casussen te bespreken, elkaar aan te spreken op ieders bijdrage en eigenaarschap expliciet te maken.

Waar gemeenten ervoor kiezen om professionals uit die sectoren in de eigen organisatie 'binnen te halen', lijkt dat het ontstaan van een lerende cultuur te versnellen.

De lerende praktijken van Dwars door domeinen: methodiekbeschrijving

Het stappenplan 'De lerende praktijken van Dwars door domeinen: methodiekbeschrijving', ontwikkeld door het Kenniscentrum Sociale Innovatie van de Hogeschool Utrecht en Divosa, laat zien hoe je als gemeente een lerende praktijk kunt opzetten.

Zebrapad - stap 4

Valse trots

De beperkte aandacht voor leren − waarbij het effect van maatregelen periodiek wordt besproken en geduid − leidt er in de praktijk toe dat eenmaal gekozen oplossingen zelden ter discussie staan. Zo was men in één van de lerende praktijken erg trots op een specifieke aanpak voor inwoners met multiproblematiek, terwijl daar in de praktijk nauwelijks gebruik van werd gemaakt. Pas nadat visies en uitgangspunten expliciet waren gedeeld en perspectieven geduid, durfde men te erkennen dat deze aanpak theoretisch wel klopt, maar in de praktijk niet werkt.

Voetnoten
  1. Zie ook bouwsteen 6: Visie 
  2. Zie paragraaf 'Wat weten we?', eerder in dit hoofdstuk.
  3. De publicatie ‘Ethiek in publieke dienstverlening op maat: een introductie’, ontwikkeld door Divosa en het Ethiek Instituut van de Universiteit Utrecht, laat zien hoe je waarden en overtuigingen expliciet kunt maken en als organisatie kunt komen tot een gedeeld ethisch kader.

Inhoud