Overslaan en naar de inhoud gaan

1. Het ontvangen van signalen

1.2. Slepers

Gemeenten kunnen te maken hebben met huursignalen van zogenaamde ‘slepers’: signalen van huurachterstanden voor dezelfde inwoner, omdat de inwoner structureel de huur te laat betaalt (zie kader). 

Aandeel slepers

De respondenten kregen de vraag welk deel van de huursignalen binnen hun organisatie afkomstig is van deze slepers. Dit aandeel hangt deels af van de inwoners en hun betaalgedrag, maar naar verwachting vooral van de werkwijze van lokale verhuurders en hun keuzes over welke signalen zij al dan niet aanleveren bij de gemeente.

De uitkomsten laten zien dat het aandeel slepers voor veel gemeenten lastig in te schatten is. Degenen die wel een inschatting maken, verwachten veelal dat dit minder dan 5 procent van alle huursignalen is (22 procent), of tussen de 5 en 25 procent. 

Inschatting deel huursignalen afkomstig van slepers
Wat zijn slepers? 

Dit zijn huurders waarbij huurachterstanden zich structureel herhalen zonder daadwerkelijk op te lopen, of waarin inwoners bewust of uit gewoonte later betalen. Dit betreft bijvoorbeeld inwoners die: 

  • elke maand (net) te laat betalen;
  • de huur aan het einde van de maand voldoen in plaats van aan het begin;
  • telkens één à twee maanden achterlopen maar dit steeds weer bijtrekken. 

Het gevolg is dat er verhuurders zijn die (bijna) elke maand een signaal sturen voor dezelfde inwoner, omdat deze maandelijks de huur te laat betaalt.

Wenselijkheid van signalen van slepers

Gemeenten zijn duidelijk verdeeld over de wenselijkheid van huursignalen van slepers. 37 procent vindt dit (heel) wenselijk, een vergelijkbaar aandeel − 33 procent − vindt het (heel) onwenselijk. Drie op de tien neemt een neutrale positie in. 

Ontvangen van huursignalen van slepers wenselijk

Uit de toelichtingen blijkt dat een deel van de respondenten huursignalen van slepers waardevol vindt als monitoringsinstrument: een manier om inwoners in beeld te houden, zicht te krijgen op structureel laat betaalgedrag en beginnende financiële kwetsbaarheid tijdig te signaleren − niet zozeer om standaard actief op te volgen. Veel gemeenten willen deze signalen ontvangen om zicht te houden op ontwikkelingen en plots gewijzigd betaalgedrag, maar pleiten voor duidelijke afspraken met verhuurders over wanneer en hoe vaak slepers worden gemeld. Bijvoorbeeld dat het aantal meldingen per inwoner begrensd is, of dat een dergelijk signaal alleen wordt opgevolgd bij oplopende achterstanden of aanvullende signalen.

'Een sleper kan toch in de risicozone zitten. Er hoeft dan maar weinig te gebeuren en je hebt zo drie maanden achterstand, als je al een maand achterloopt door te laat te betalen.'

Aan de andere kant benadrukt een deel van de respondenten dat slepen niet automatisch duidt op schuldenproblematiek. Inwoners betalen de huur uiteindelijk vaak wel, bijvoorbeeld omdat het inkomen of de uitkering later in de maand binnenkomt, of omdat zij bewust achteraf betalen. In die situaties leidt het structureel opvolgen van slepers tot extra administratieve lasten, frustratie bij inwoners en soms boosheid of verminderde bereidheid om met de gemeente in gesprek te gaan. Het gevoel ontstaat dat de gemeente optreedt als incassobureau, wat respondenten als onwenselijk ervaren. 

'Omdat die mensen wel de huur betalen. Dat ze te laat betalen betekent niet dat ze hulp nodig hebben; dit hoort bij sociaal incasseren door de verhuurder.'

Voorkomen van signalen van slepers

Een derde van de gemeenten die terugkerende signalen voor steeds dezelfde huurders onwenselijk vindt, noemt diverse oplossingen:

  • Betere filtering en/of labeling van slepers − bijvoorbeeld een filter waarbij slepers alleen worden doorgezet wanneer het gaat om een meervoudige melding. 
  • Duidelijke afspraken tussen gemeente en verhuurder.
  • Een actievere rol van verhuurders: meer toepassing van sociale incasso en meer maatwerkafspraken, zoals een aangepaste betaaldatum wanneer het inkomen later in de maand binnenkomt. 
  • Huursignalen later melden; niet binnen 30 dagen. 

'De woningcorporatie moet eerst zelf met de huurder in gesprek en pas melden wanneer blijkt dat er meer speelt dan alleen te laat betalen.'