Overslaan en naar de inhoud gaan

3. Meldingen: opgepakte signalen

Doelstelling uit de bestuurlijke afspraken

Toewerken naar het halveren van het percentage signalen dat niet wordt opgepakt vanwege onvoldoende kwaliteit of ongewenste (Basis Registratie Personen − BRP-)uitval. Hierbij is het streven dat in 2029 het percentage niet-opgepakte signalen op (maximaal) 9 procent ligt; een halvering ten opzichte van 2024.

De helft van de niet-opgepakte signalen komt door uitsluiting op basis van de BRP (21 procent) of omdat het signaal als onterecht is beoordeeld (29 procent). Bij veel gemeenten geldt een signaal als ‘onterecht’ wanneer de betalingsachterstand onder een drempelbedrag ligt en daarom niet actief wordt opgepakt. In 2025 hanteerde ruim zes op de tien gemeenten een drempelbedrag bij het opvolgen van signalen. Onder de 77 gemeenten die in 2023, 2024 en 2025 de Divosa-vragenlijst hebben ingevuld, is het gebruik van een drempelbedrag toegenomen. De helft hanteerde dit in 2023, tegen 76 procent in 2025. 

Redenen waarom signalen niet zijn opgepakt

Het aandeel signalen dat niet binnen de vroegsignalering wordt opgepakt, omdat de inwoner al bekend is bij schuldhulpverlening, lijkt met 4 procent beperkt. Dit betreft echter alleen signalen die via een automatische SHV-controle naar voren komen. Sommige gemeenten komen pas later in het proces − tijdens het oppakken van meldingen/dossiers − erachter dat iemand al bekend is bij de  schuldhulpverlening. In dat geval wordt ‘hulp geaccepteerd’ teruggekoppeld richting de vastelastenpartners.

Bekend bij schuldhulpverlening als niet-opgepakt signaal

Het feit dat een signaal niet wordt opgepakt vanuit de vroegsignalering omdat de inwoner al bekend is bij schuldhulpverlening, ontslaat gemeenten niet van de verplichting om wel opvolging te geven aan de signalen. De betrokken schuldhulpverlener moet in die gevallen met zowel de inwoner als de vastelastenpartner contact opnemen. De term ‘niet-opgepakt’ kan verwarring wekken; hiermee wordt specifiek bedoeld dat het signaal niet via de vroegsignalering wordt opgepakt. 

Aantal meldingen

Per 1000 inwoners zijn er maandelijks 3,4 meldingen geweest, waarbij één melding bestaat uit één of meerdere signalen. Omgerekend naar heel Nederland gaat het om 731.300 meldingen waarbij een hulpaanbod is gedaan. Dit zijn 4 procent meer meldingen dan in 2024. 

Daar komen de meldingen van eindeleveringssignalen nog bovenop. Omgerekend voor heel Nederland waren dit er ongeveer 82.900. In totaal hebben zo’n 814.200 adressen in 2025 een hulpaanbod ontvangen vanwege een betalingsachterstand. Dit zijn geen unieke adressen; sommige adressen hebben in 2025 meerdere keren een hulpaanbod ontvangen. Dit geldt voor de ‘opeenvolgende’ meldingen. (Zie paragraaf 3.1. Type meldingen.)