Overslaan en naar de inhoud gaan

Samenvatting

De jaarrapportage 2025 van de Divosa Monitor Vroegsignalering Schulden geeft een landelijk beeld van de ervaringen en resultaten van vroegsignalering binnen gemeenten in 2025. Ook laat de rapportage zien hoe het staat met de doelstellingen uit de voorgenomen bestuurlijke afspraken en de daaraan gekoppelde verbetermaatregelen.

De cijfers in de jaarrapportage zijn afkomstig van: 

  • data uit softwareapplicaties VPS en xxllnc Vroegsignalering van de aan de monitor deelnemende gemeenten (308 in januari oplopend naar 316 in december 2025). De deelnemende gemeenten vertegenwoordigen 97 procent van de Nederlandse bevolking.
  • een uitvraag onder gemeenten in september 2025 naar hun werkwijze en ervaringen met ontwikkelingen binnen de vroegsignalering. In totaal vulden 168 gemeenten deze vragenlijst in. Zij vertegenwoordigen 54 procent van de Nederlandse bevolking. 
In 2025: Lichte toename aantal vroegsignalen ten opzichte van 2024 

Gemiddeld ontvingen de deelnemende gemeenten in 2025 4,5 vroegsignalen per 1000 inwoners per maand van vastelastenpartners, gemiddeld 3 procent meer dan het jaar ervoor. Dit was in 2024 op 4,4 en in 2023 op 4,0 vroegsignalen per 1.000 inwoners per maand. 

Naast vroegsignalen ontvangen gemeenten ook eindeleveringssignalen energie. Met deze signalen erbij krijgt een gemeente gemiddeld 4,9 signalen per 1.000 inwoners per maand. Omgerekend naar heel Nederland leidt dit tot de conclusie dat er meer dan 1 miljoen signalen van betalingsachterstanden naar de gemeenten zijn gestuurd in 2025 (1.060.000 signalen). 

10 procent meer energie- en huursignalen

Er zijn meer signalen van huurachterstanden en achterstanden op de energierekening. Dit kan komen door aanpassingen in het werkproces van deze vastelastenpartners, waardoor ze eerder of meer melden. Ook zijn er opnieuw 550 verhuurders bijgekomen die eerder nog geen signalen verstuurden. Energiemaatschappijen zagen in 2025 het aantal klanten met betalingsachterstanden gelijk blijven. Het lijkt er dus niet op dat het gestegen aantal energiesignalen het gevolg is van meer mensen die moeite hebben om de energierekening te betalen. 

Zorgverzekeraars blijven, net als de voorgaande jaren, de meeste vroegsignalen aanleveren; 40 procent van de signalen is afkomstig van zorgverzekeraars. Dit hoge aandeel wordt onder andere verklaard doordat iedereen in Nederland van 18 jaar en ouder verplicht is een zorgverzekering te hebben, die op persoonsniveau wordt afgesloten. Daarnaast is de zorgverzekering vaak één van de eerste rekeningen die niet meer wordt betaald bij beginnende betalingsachterstanden. De energiemaatschappijen zijn goed voor 23 procent van alle vroegsignalen en de verhuurders leveren 21 procent van de signalen. 

Aantal niet-opgepakte signalen blijft gelijk 

Eén van de doelstellingen uit de bestuurlijke afspraken is het toewerken naar het halveren van het percentage signalen dat niet wordt opgepakt vanwege onvoldoende kwaliteit of ongewenste (Basis Registratie Personen − BRP-) uitval in 2029. 

In 2025 is nog geen afname te zien in het aantal niet-opgepakte signalen. Het aandeel niet-opgepakte signalen is met 17 procent gelijk aan het aandeel in 2024. De overige 83 procent van de signalen is onderdeel van een melding en wordt opgepakt. 

De voornaamste redenen waarom een signaal niet wordt opgepakt zijn: 

  • dat de gemeente het als een onterecht signaal beoordeelt, vaak omdat de hoogte van de betalingsachterstand te laag is (29 procent).
  • dat het om een herhaalde melding gaat (23 procent).
  • omdat iemand niet bekend is in de BRP (21 procent). 
Meldingen en hulpaanbod

Per 1.000 inwoners zijn er 3,4 meldingen per maand geweest, waarbij één melding uit één of meerdere signalen kan bestaan. Daarbovenop komen de meldingen van eindeleveringssignalen nog bovenop. In totaal hebben − omgerekend voor heel Nederland − zo’n 814.000 adressen in 2025 een hulpaanbod ontvangen vanwege een betalingsachterstand. Dit zijn geen unieke adressen; bij 49 procent van de meldingen was er in de voorafgaande zes maanden al eerder een melding op hetzelfde adres. Bij één op de tien meldingen gaat het om meerdere signalen op hetzelfde adres in dezelfde maand. 

Bij een meerderheid van 56 procent van de meldingen gaat het om een betalingsachterstand tussen  de 250 en 1.000 euro; dit is vergelijkbaar met 2024.

Meer contactgegevens beschikbaar

De afgelopen jaren hebben gemeenten steeds vaker niet alleen een adres, maar ook  een  telefoonnummer en/of e-mailadres tot hun beschikking om contact te leggen. In  2022 gold dit nog voor 81 procent van de meldingen, inmiddels is dit gestegen naar 96 procent. Dat betekent overigens niet automatisch dat de aangeleverde gegevens ook kloppen. Driekwart van de gemeenten zet vijf of meer verschillende manieren in om inwoners te bereiken, zoals telefoon, huisbezoek, e-mail, sms/WhatsApp, brief of kaart. 

Helft gemeenten doet twee contactpogingen 

In de bestuurlijke afspraken is vastgelegd  dat kwalitatief goede signalen zo veel mogelijk via persoonlijk contact worden opgepakt, met meerdere contactpogingen per melding. In de praktijk zijn e-mail en brief de meest gebruikte middelen (respectievelijk 36 procent en 29 procent van alle contactpogingen), gevolgd door telefonisch contact (21 procent). Bij bijna de helft van de meldingen (46 procent) worden twee contactpogingen gedaan. Bij een derde van de meldingen blijft het bij één poging. 

Gelijkblijvend bereik: bij één op de vijf meldingen daadwerkelijk contact met inwoner 

Vanuit de bestuurlijke afspraken is de doelstelling om het bereik van vroegsignalering te verdubbelen  naar 40 procent, uitgaande van een gelijkblijvend aantal opgepakte meldingen. 

In 2025 is bij één op de vijf meldingen daadwerkelijk contact gelegd met de inwoner. Dat wil zeggen: een inwoner heeft gereageerd op een brief of e-mail, de deur geopend en/of de telefoon opgenomen. Dit percentage is gelijk aan 2024. In absolute aantallen zijn wel meer inwoners bereikt, doordat meer inwoners zijn benaderd vanuit de vroegsignalering. Het gaat om ongeveer 163.600 inwoners, 4 procent meer dan in 2024.

Hoewel het gemiddelde bereik van 40 procent nog niet wordt behaald, zijn er situaties waarin het bereikpercentage duidelijk hoger ligt: 

  • Meldingen met minimaal één laatsignaal: 32 procent.
  • Meldingen: 28 procent.
  • Meldingen met een betalingsachterstand van 500 euro of meer: bij bedragen tussen 500 en 1.000 euro ligt het bereik op 24 procent; bij 1.000 euro of meer op 31 procent.
  • Meldingen van verhuurders en energiemaatschappijen: respectievelijk 30 en 22 procent.
  • Meldingen waarbij telefonisch contact is gezocht of een huisbezoek is afgelegd: bij meldingen met minimaal één telefonische poging ligt de slaagkans op 60 procent, bij huisbezoeken op 48 procent.
  • Meldingen met drie of meer contactpogingen: 28 procent bereik bij drie pogingen, 39 procent bij vier of meer. 

Van alle inwoners met wie contact is geweest, heeft 35 procent de aangeboden hulp geaccepteerd.  Bijna twee derde van de geboden hulp bestaat uit (budget)advies en/of een quick-fix. Bij één op de zes wordt financiële vervolghulp aangeboden, zoals schuldhulpverlening of een budgetcoach. 

Bij meldingen met uitsluitend vroegsignalen ligt de hulpacceptatie lager dan bij de meldingen met een laatsignaal: 32 om 46 procent. Ten opzichte van 2024 ligt de hulpacceptatie lager. Dit kan komen door striktere registratie van hulpacceptatie bij gemeenten. Of minder inwoners hebben behoefte aan hulp. Er is geen verband tussen het bereik en de mate van hulpacceptatie. 

Op dit moment is in de modelovereenkomst bij het Landelijk Convenant Vroegsignalering opgenomen dat wanneer een inwoner hulp accepteert, de vastelastenpartner het incassoproces voor maximaal 30 dagen opschort. De vraag is of deze automatische koppeling tussen hulpacceptatie en 30 dagen uitstel van betaling nog passend is. Diverse vastelastenpartners twijfelen hieraan, omdat ze regelmatig merken dat de betalingsachterstand niet verandert, ondanks de hulpacceptatie. De uitvraag onder 168 gemeenten laat zien dat de reacties uiteen lopen; er is geen eenduidige voorkeur voor afschaffing of behoud van de huidige koppeling.

Jaarrapportage 2025 Monitor Vroegsignalering_Schulden