Overslaan en naar de inhoud gaan

5. Het bereiken van inwoners

5.1. Verschillen in bereik

De verschillen in bereik tussen de verschillende leeftijdsgroepen zijn beperkt, zo laat onderstaande figuur zien. De blauwe staaf geeft de situatie in 2025 weer; de lichtoranje die in 2023. Bij meldingen voor jongeren tussen de 18 en 25 jaar is in 2025 in 18 procent van de meldingen daadwerkelijk contact geweest met de jongere. Dit geldt voor 20 procent van de meldingen voor 66-plussers. 

Percentage meldingen waarbij contact is gelegd met inwoner, naar leeftijd

We zien dat er wel verschillen in bereik zijn die samenhangen met:

  • de betalingsachterstand: de hoogte en van welk type vastelastenpartner;
  • de wijze waarop het signaal is opgevolgd: het aantal en type contactpogingen. 

Hieronder gaan we dieper op deze verschillen in. Het is aannemelijk dat er nog andere kenmerken zijn van een persoon, de betalingsachterstand of de aanpak vanuit de gemeente, die samenhangen met verschillen in bereik. Zo bleek uit eerdere CBS-analyses over vroegsignalering in de gemeente Amsterdam (onderzoek van de HU, Verwey-Jonker Instituut, Bureau Bartels en het CBS) dat veel factoren samenhangen met de kans om contact te krijgen met inwoners. 

De beschikbare gegevens om analyses naar het bereik te doen zijn echter beperkt. Met Data Delen Armoede en Schulden (DDAS) wordt verwacht een uitgebreider beeld te kunnen krijgen van welke kenmerken het meest samenhangen met het bereiken van inwoners binnen de vroegsignalering. 

Kenmerken van de betalingsachterstand

De hoogte van de betalingsachterstand

Hoe hoger de betalingsachterstand, hoe groter de kans op contact. Onderstaande figuur laat per categorie het bereikpercentage zien.

Percentage meldingen waarbij contact is gelegd met inwoner, naar hoogte schuld
De vastelastenpartner 

De kans op het bereiken van een inwoner lijkt hoger bij huurachterstanden dan bij achterstanden van andere type vastelastenpartners. Onderstaande figuur laat deze verschillen zien; per type vastelastenpartner is te zien bij welk deel van de meldingen daadwerkelijk contact is geweest met de inwoner. Bij 22 procent van de meldingen van energiebedrijven (vroegsignalen; eindeleveringssignalen buiten beschouwing gelaten) wordt de inwoner bereikt; bij drinkwaterbedrijven is dit 12 procent. 

Bij meervoudige meldingen komt het onderliggende signaal bij twee of meer staven terug. Verder houdt deze figuur geen rekening met verschillen in de gemiddelde hoogte van de betalingsachterstand tussen vastelastenpartners. Een huurachterstand is gemiddeld hoger dan een achterstand bij het drinkwaterbedrijf en hangt een hogere achterstand samen met een groter bereik. 

Percentage meldingen waarbij inwoner is bereikt, naar vastelastenpartner
Type melding

Bij meervoudige meldingen − met meerdere signalen van betalingsachterstanden in één maand − ligt het bereik hoger dan bij enkelvoudige meldingen (gemiddeld 27 procent tegen 18 procent). Dit kan enerzijds samenhangen met het feit dat het om hogere bedragen gaat. Anderzijds hanteren veel gemeenten bij meervoudige meldingen een andere, meer persoonlijkere en/of intensievere aanpak

Bij opeenvolgende meldingen ligt het bereik lager dan bij niet-opeenvolgende meldingen (17 procent tegen 20 procent) − ongeacht of het enkelvoudige of meervoudige meldingen zijn. Mogelijk gaat het om inwoners die moeilijker te bereiken zijn en eerder ook niet hebben gereageerd. Of het zijn inwoners die minder openstaan voor hulp. Een andere oorzaak kan zijn dat sommige gemeenten bij terugkerende meldingen voor dezelfde inwoner niet ‘actief’ contact zoeken met de inwoner, bijvoorbeeld omdat ze de inwoner niet willen ‘stalken’. Als dan alleen een e-mail of brief wordt gestuurd, is de kans op daadwerkelijk contact kleiner, zo hebben we eerder gezien.

Hieronder staat het bereikpercentage voor de vier typen meldingen afzonderlijk uitgesplitst.

Type melding

Gemiddeld percentage meldingen  
waarbij contact is gelegd met inwoner

enkelvoudig, niet opeenvolgend (n=328.325)

20 procent

enkelvoudig, opeenvolgend (n=283.524)

15 procent

meervoudig, niet opeenvolgend (n=18.631)

30 procent

meervoudig, opeenvolgend (n=43.310)

26 procent

Kenmerken van de gemeentelijke aanpak

Het aantal contactpogingen

Hoe meer contactpogingen, hoe kansrijker dat een inwoner wordt bereikt. Bij meldingen met vier of meer contactpogingen is in 39 procent van de meldingen contact gelegd; bij meldingen met één geregistreerde contactpoging is dit 14 procent. 

Onderstaande tabel laat de verschillen zien:

Aantal contactpogingen per melding

Gemiddeld percentage meldingen 
waarbij contact is gelegd met inwoner

1

14 procent

2

17 procent

3

28 procent

4 of meer 

39 procent

Het type contactpoging

Een persoonlijke benadering − telefonisch of huisbezoek − is kansrijker dan een schriftelijke benadering. Telefonisch contact heeft daarbij een iets hogere slaagkans dan een huisbezoek. Onderstaande figuur laat het verschil zien. Bij meldingen waarbij uitsluitend schriftelijk contact is gezocht (n=522.722), is in 7 procent van de gevallen geregistreerd dat de inwoner is bereikt. Bij meldingen met minimaal één huisbezoek (n=36.391), wordt 48 procent van de inwoners bereikt. Bij meldingen met minimaal één telefonische contactpoging (n=131.436) is dit 60 procent. 

Type contactpoging