Overslaan en naar de inhoud gaan

1. Het ontvangen van signalen

1.4. Signaal voorafgaand aan ontbinding en ontruiming

Deurwaarders zijn verplicht om een geplande ontruiming tijdig aan de gemeente te melden. Verhuurders hebben geen wettelijke grondslag om de gemeente te informeren over een aankomende ontruiming, al gebeurt dit in de praktijk soms wel. 

Uit de grafiek uit paragraaf 1.3. Herhaalmeldingen blijkt al dat die behoefte hieraan er wel is. Bij expliciete navraag hiernaar, geeft 86 procent van de gemeenten aan dat zij een signaal van verhuurders willen ontvangen bij een dreigende huisuitzetting, zodat zij nog kunnen acteren voordat de deurwaarder de ontruiming aankondigt. 

Zo’n signaal biedt gemeenten een laatste mogelijkheid om in actie te komen, bijvoorbeeld door opnieuw contact te zoeken met de inwoner, aanvullende interventies te starten of samen met de verhuurder en andere maatschappelijke partners naar een oplossing te zoeken. 

'Huisuitzetting is een vergaand middel dat we altijd willen voorkomen; een extra signaal geeft ons de tijd om alsnog te handelen.'

Gemeenten die niet expliciet voorstander zijn van een extra signaal voorafgaand aan de ontruimingsaankondiging, vinden het wel belangrijk om geïnformeerd te worden over dreigende huisuitzettingen, maar plaatsen kanttekeningen bij de route en het moment van melden. Veel gemeenten vinden dat een dreigende ontruiming geen onderdeel (meer) is van vroegsignalering; er is dan sprake van laatsignalering en vaak al van een problematische schuldensituatie. Volgens hen ligt de regie eerder bij schuldhulpverlening of maatschappelijk werk dan bij het team vroegsignalering. 

'Communicatie over dreigende huisuitzetting hoort thuis in een ‘protocol voorkomen huisuitzettingen’; vroegsignalering is in deze fase een te licht middel.'