Overslaan en naar de inhoud gaan

5. Het bereiken van inwoners

Doelstelling uit de bestuurlijke afspraken

Het doel is om het bereik van vroegsignalering te verdubbelen naar 40 procent, uitgaande van een gelijkblijvend aantal opgepakte meldingen. Als vertrekpunt geldt het aantal meldingen in 2024 (ongeveer 705.000). Bij een beoogd bereik van 40 procent betekent dit dat in 2029 zo’n 280.000 meldingen moeten leiden tot succesvol contact. 

Van alle meldingen in 2025 met uitsluitend vroegsignalen is bij 19 procent van de meldingen contact geweest met een inwoner. Er zijn ook meldingen waarbij geen contactpogingen zijn geregistreerd. Als we deze meldingen buiten beschouwing laten en uitsluitend kijken naar de meldingen met minimaal één contactpoging, ligt het bereik op 20 procent. Met ongeveer één op de vijf inwoners wordt via de vroegsignalering daadwerkelijk succesvol contact gelegd. 

Het bereik is daarmee vergelijkbaar met 2024, toen lag het bereikpercentage op 21 procent bij meldingen met minimaal één contactpoging en op 19 procent bij alle meldingen. 

Het absolute aantal inwoners waarmee contact is gelegd, is wél gestegen, dankzij de toename van het aantal vroegsignalen. Omgerekend naar heel Nederland is in 2025 met ongeveer 133.600 inwoners contact gelegd, tegen 129.300 inwoners in 2024. Dat is een stijging van 3 procent. 

Wat verstaan we onder bereik(t)?

Een inwoner is bereikt wanneer er contact is geweest: de inwoner heeft gereageerd op een brief of e-mail, de telefoon opgenomen of de deur opengedaan. 'Bereikt' mag worden geregistreerd wanneer er een reactie is gekomen op een schrijven, of wanneer de inwoner en vroegsignaleerder daadwerkelijk met elkaar in gesprek zijn geweest. 

Bereik per gemeente

Hierboven keken we naar het bereik van alle meldingen samen. Onderstaande figuur laat zien hoe het bereikpercentage tussen gemeenten verschilt; die verschillen zijn groot. Zes op de tien gemeenten registreert een bereik van minder dan 20 procent bij meldingen met één of meerdere vroegsignalen. Bij één op de vijf gemeenten ligt het geregistreerde bereik op 30 procent of hoger. De verschillen tussen gemeenten zijn in 2025 vergelijkbaar met 2024.

Percentage gemeenten met een bepaald bereik_2024-2025

Bereik laatsignalen

Onderstaande figuur laat een duidelijk verschil zien tussen meldingen met uitsluitend vroegsignalen − waarop dit rapport zich hoofdzakelijk richt − en meldingen met ook een laatsignaal. Bij meldingen met uitsluitend vroegsignalen haalt 8 procent van de gemeenten een bereik van meer dan 40 procent; bij meldingen met ook een laatsignaal is dit 42 procent van de gemeenten. 

Het bereikpercentage ligt bij laatsignalen gemiddeld op 32 procent, tegen 19 procent bij de vroegsignalen en is gelijk aan 2024. Dit verschil kan enerzijds komen doordat inwoners in die situatie meer nood en urgentie ervaren en daardoor ontvankelijker zijn voor hulp. Anderzijds weegt zeven op de tien gemeenten bij de opvolging of het gaat om een vroeg- of laatsignaal. De benaderingswijze − het aantal en/of soort ingezette contactvormen − kan dus verschillen, wat invloed heeft op het bereik. (Zie paragraaf 5.1. Verschillen in bereik.)  

Als we de meldingen met vroeg- en laatsignalen samennemen, ligt het gemiddelde bereik op 20 procent1. Omdat maar liefst 88 procent van alle meldingen uitsluitend uit vroegsignalen bestaat, ligt het totale bereik nauwelijks hoger dan de 19 procent die bij deze groep wordt behaald. Dit vlakt het effect van het hogere bereikpercentage bij laatsignalen bijna volledig uit. 

Met de laatsignalen erbij zijn omgerekend voor heel Nederland ongeveer 163.600 inwoners bereikt via de vroegsignalering. Dit is 4 procent meer dan in 2024. Zoals eerder benoemd, kunnen dit dezelfde inwoners zijn, als een inwoner gedurende het jaar herhaaldelijk betalingsachterstanden heeft gehad. 

Percentage gemeenten met een bepaald bereik_vroeg-laagsignalen
Voetnoot

1Dat dit totale bereik ondanks het hogere bereikpercentage bij laatsignalen nauwelijks hoger ligt dan de 19 procent bereik bij meldingen met uitsluitend vroegsignalen, komt doordat er veel meer meldingen met uitsluitend vroegsignalen zijn. Dat gaat om 88 procent van alle meldingen.