Overslaan en naar de inhoud gaan

5. Leren & ontwikkelen

Is de vroegsignalering succesvol?

Om de vraag te beantwoorden óf de gemeente de vroegsignalering in de eigen gemeente succesvol vindt, moeten we weten wanneer men vroegsignalering als succes bestempeld. Een meerderheid vindt het een succes als mensen hierdoor de weg naar de gemeente weten te vinden als er iets is. Hiermee lijken gemeenten het belangrijk te vinden hun visitekaartje af te geven met behoud van de autonomie van de inwoner: de deur staat open voor ondersteuning als iemand daar behoefte aan heeft. Schulden klein houden en een zo hoog mogelijk bereik zijn hierna twee belangrijkste graadmeters voor het succes van vroegsignalering. De mate van hulpacceptatie is hier duidelijk ondergeschikt aan; volgens driekwart is dit niet bepalend voor het succes van vroegsignalering. 

Het succes van vroegsignalering is niet altijd te meten aan het contact en bereik. Zo geeft één van de ondervraagden aan: “Indien iemand een brief heeft gehad of er is tijdens het huisbezoek een flyer of (bij wel contact) een visitekaartje achtergelaten, maar iemand geen hulp wenste/er geen contact is geweest en blijkt dat iemand toch zelf zijn/haar achterstand heeft aangepakt. En dus niet meer terugkomt. Dan heeft Vroegsignalering toch een eye-opener gegeven, waardoor tot actie is overgegaan.”

Met deze blik op succesvolle vroegsignalering, vinden zes op de tien gemeenten de vroegsignalering in hun gemeente op dit moment succesvol.

Degenen die het positief ervaren, zien dat de basis nu op orde is en dat er een stijgende lijn zit. Men is ook tevreden omdat mensen worden geholpen en er geen afsluitingen en/of ontruimingen meer plaatsvinden of omdat de samenwerking met ketenpartners hierdoor is verbeterd. 

“We hebben iedere maand een aantal inwoners die hulp accepteren en elke inwoner is winst. En heel veel mensen blijken eerst niet te weten dat ze bij de gemeente terechtkunnen en dat weten ze nu wel. Soms hebben ze nog meer tijd nodig of moeten de problemen nog wat toenemen, maar komen ze alsnog bij ons op de lijn. Ook dat is winst. Het kan altijd nog beter want we bereiken ook veel mensen niet.”

“We bereiken inwoners en voorkomen verdere schulden en (soms) grotere problematiek. Of 'planten een zaadje'. De lijntjes met partners zijn korter geworden. We kunnen beter integraal werken en de inwoner breed doorverwijzen doordat we ook achter de voordeur komen”.

Tegelijkertijd zien velen die tevreden zijn met hoe het loopt nog wel ruimte voor verbetering. Dit zit met name op het vergroten van het bereik. Zo noemt iemand: “De uitdaging is dat we inwoners die moeilijk te bereiken zijn toch in beeld krijgen.” Dit is ook terug te horen bij degenen die neutraal zijn wat betreft hun mening over de gang van zaken. Punten die deze gemeenten teruggeven, zijn: 

  • Men is op de goede weg, maar het kan nog beter;
  • Er is te weinig tijd/capaciteit om alle signalen op de gewenste manier op te pakken;
  • Veel inwoners óf reageren niet óf geven aan het zelf op te lossen, maar dat ze dan een tijd later wel komen;
  • Het bereik is wisselend;
  • Men heeft niet echt het gevoel heel effectief te zijn, ondanks dat het bereik gelijk is aan het landelijke gemiddelde. 

“We krijgen veel signalen per maand (gemiddeld 500 a 600) maar vinden dat het succes in verhouding nog 'tegenvalt'. Ook al krijg je contact, is dit in de meeste gevallen niet contact waaruit onze hulp echt nodig is”.

De 8 procent van de gemeenten die de vroegsignalering in de gemeente niet succesvol vinden, benoemen met name dat het bereik en de hulpacceptatie van inwoners tegenvalt: 

“Veel investering, maar weinig bereik en mensen die op het hulpaanbod ingaan. Rendement is laag.”

“Bereik, kenbaarheid en efficiëntie zijn onvoldoende.”