Overslaan en naar de inhoud gaan

Toekomstverkenning werkdomein

Laatste update: 19 mei 2026

Toekomstrichtingen werkdomein

Wat is belangrijk?

Uit de toekomstverkenning blijken de volgende onderwerpen belangrijk om de basiswaarden te realiseren: 1) het vakmanschap van de professional, (2) management en leiderschap, (3) integrale, lokale, regionale en nationale samenwerking, en (4) inclusief werkgeverschap.

Professional & vakmanschap

Voor de herziening van de Participatiewet hebben Jongenelen et al. (2024) vakkundigheid omschreven als 'Het beschikken over de benodigde kennis (van wet- en regelgeving, beleid en het aanbod en effectief gebruik van instrumenten), vaardigheden (zoals responsiviteit, oplossingsgerichtheid en professionaliteit) en ruimte (in tijd, middelen, wet- en regelgeving, beleid en autonomie) om mensen effectief te ondersteunen met aandacht voor de individuele situatie.'

Goede professionals zijn lerende professionals en zijn zich bewust van de belangrijke rol die zij hebben in de relatie tussen overheid en inwoners. Zij beschikken over een goed afgesteld moreel kompas, reflecteren op hun houding, gedrag, vaardigheden en kennis. Zij zijn op de hoogte van ontwikkelingen van hun vak, zoals nieuwe methodieken, nieuwe wetenschappelijke kennis en beleidswijzigingen.

Naast wetenschappelijke kennis, maken zij gebruik van praktijkkennis en kennis van ervaringsdeskundigen. Voor professionals is het duidelijk welke kennis en expertise zij nodig hebben en welke kennis zij ergens anders kunnen halen wanneer dat nodig is. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van specifieke aandoeningen of beperkingen die van invloed zijn op meedoen.

De persoonlijke aandacht en betrokkenheid blijkt nog het meest heilzaam in het contact tussen professional en inwoner. Professionals zijn zich bewust van hun beperkingen: soms is het beter om een collega in te schakelen met meer kennis of een betere klik om de beoogde ontwikkeling te bereiken. Professionals zijn zich ook bewust van het taalgebruik dat mensen onbedoeld positioneert of zelfs kwetst en kunnen hier doorheen kijken. Zo zijn er arbeidsongeschikten (Wajong en Wia) die prima kunnen werken en andersom zijn er mensen in de Participatiewet die juist niet kunnen werken op dat moment.

Door de organisatie wordt aan professionals mandaat gegeven: er wordt ruimte geboden om maatwerk te leveren en er wordt optimaal gebruik gemaakt van het aanwezige vakmanschap. Er is erkenning voor de complexiteit van het beroep en er wordt geïnvesteerd in collectieve beroepsvorming. Professionals werken methodisch en maken onderbouwde afwegingen, gebaseerd op kennis, menselijke maat en ervaring. Daarmee wordt het vak verstevigd en gedepolitiseerd: Beleid wordt daarmee mede gevoed door de dagelijkse werkpraktijk.

Management & leiderschap

Managers hebben een leidinggevende rol, maar zijn niet altijd leiders. En leiders zijn niet per definitie functioneel leidinggevenden. Management is meer gericht op het regelen en stroomlijnen van een organisatie, terwijl leiderschap meer gericht is op inspireren. Management en leidinggeven zijn een vak, waarbij vakmanschap belangrijk is. Leidinggevenden in het werkdomein weten de balans te vinden tussen sturen op feitelijke prestaties (output op korte termijn) en het ondersteunen van de professionele ontwikkeling van professionals (outcome op lange termijn). Zij stimuleren dat professionals verantwoordelijkheid nemen en afleggen, maar zijn ook verantwoordelijk voor passende randvoorwaarden, zoals een gezonde caseload, ruimte voor het ontwikkelen van vakmanschap en een visie op dienstverlening.

Professionals én teams vragen om verschillende combinaties van leiderschapsstijlen om te groeien in professionaliteit en productiviteit. Zo kan tijdelijk meer sturing nodig zijn of juist een meer coachende of steunende leiderschapsstijl. Leidinggevenden reflecteren daarvoor ook op de professionele relatie met medewerkers. Daarbij erkennen leidinggevenden dat bepaalde methoden niet altijd effectief zijn en dat verandering nodig is.

Topmanagers of directeuren hebben naast aandacht voor de organisatie, aandacht voor bestuurlijk leiderschap: de wijze waarop wethouders invulling geven aan de bestuurlijk-politieke dimensie. Daarbij weten topmanagers de balans te vinden tussen uitvoering geven aan bestuurlijke en politieke ambities en consistentie in dienstverlening. Effectief bestuur en strategische sturing op alle niveaus, van gemeentelijk beleid tot landelijke samenwerking, zijn cruciaal om een inclusieve arbeidsmarkt te versterken.

Samenwerking

In en rond het werkdomein wordt veel samengewerkt om duurzame oplossingen te realiseren, die beter aansluiten bij de noden en behoeften van werkzoekenden en werkgevers. Het gaat om verschillende vormen van samenwerking. Integrale of intersectorale samenwerking tussen gemeentelijke domeinen op verschillende leefgebieden zoals welzijn, zorg, wonen, veiligheid, volkshuisvesting en onderwijs, zowel op beleids- als casusniveau. Er is samenwerking tussen lokaal, regionaal en nationaal niveau. En samenwerking tussen betrokken partijen zoals gemeenten, werkgevers, werk(zoek)enden en maatschappelijke organisaties.

Overheid en samenleving werken samen bijvoorbeeld bij burgerinitiatieven met een werkcomponent. De (complexiteit van de) leefsituatie van inwoners staat bij alle vormen van samenwerking centraal. De aard van samenwerking verschilt: het kan gaan over gegevensdeling, om te kijken wat wordt lokaal en wat regionaal georganiseerd, gezamenlijk diensten ontwikkelen en uitvoeren of samen optrekken bij lobby. Door goed samen te werken verminderen de effecten van verkokering.

Inclusief werkgeverschap

Een inclusieve werkgever neemt mensen in dienst die een arbeidsbeperking hebben of om andere reden extra ondersteuning nodig hebben om te kunnen werken. Inclusieve werkgevers voelen zich maatschappelijk verantwoordelijk. Dit houdt in dat inwoners ondersteund worden en deelnemen aan het arbeidsproces ook wanneer er belemmeringen zijn, zoals schulden, arbeidsbeperkingen, taalachterstand en geen afgeronde opleiding. Begeleiding is er zo lang als nodig. De overheid ondersteunt de werkgever met instrumenten en initiatieven die aansluiten bij de werkgever om inclusiviteit te vergroten. 

Gemeenten zien werkgevers als volwaardige partners in het re-integratieproces; zij worden eerder betrokken bij dienstverlening. Werkgevers hebben goed zicht op het arbeidspotentieel en samen met andere partners wordt geïnvesteerd in werkgeversnetwerken. Publiek-private samenwerking wordt benadrukt, vooral voor mensen die structurele begeleiding nodig hebben. Werkgevers én gemeenten omarmen een divers mensbeeld en erkennen dat mensen met verschillende achtergronden waardevolle bijdragen kunnen leveren. Hierdoor spelen bij werkgevers stigma, beeldvorming, angsten en discriminatie geen rol meer bij het aannemen van mensen.

Deze afbeelding biedt handvatten voor gemeenten en stakeholders om effectief in te spelen op toekomstige uitdagingen. Je kunt erop klikken voor meer informatie.