Overslaan en naar de inhoud gaan

Toekomstverkenning werkdomein

Laatste update: 19 mei 2026

Methoden

Reflectie op methoden

De toekomstrichtingen werden steeds aangevuld en aangepast op basis van de opbrengst van de verschillende onderzoeken.

Terugkijkend op de gehanteerde methoden en uitgevoerde onderzoeken komen we de volgende discussiepunten tegen.

  • De toekomst is lastig in te schatten. In eerste instantie was de gewenste uitkomst om een beeld te schetsen van de toekomst. De keuze was om niet-sturend en open te vragen naar de beelden die de geïnterviewden zelf hadden. In de gesprekken bleek dat geïnterviewden dan grotendeels redeneren vanuit het hier en nu en daarmee uitgaan van huidige problemen en oplossingen. De toekomstrichtingen volgen dan ook de brede trends.
  • Deels zijn de gesprekken open gehouden, door mensen zelf de toekomst te laten schetsen. Later is meer invulling gegeven door de onderzoekers. De gesprekken zijn vanuit de projectgroep gevoerd door verschillende personen. Deze informatie moest ook weer juist doorvertaald en samengebracht worden, met kans op informatie verlies.
  • Veel relevante verbindingen met aanpalende beleidsvelden, zoals bredere sociaal domein, onderwijs, welzijn, zorg en economie. Elke onderzoeker, stakeholder, professional, leidinggevende en cliënt heeft een eigen verhaal vanuit een eigen perspectief en voegt hiermee een nieuw puzzelstuk toe. Het risico is dat we alles met alles gaan verbinden en daarmee komen tot een te abstract verhaal. Het is zoeken naar een goede balans tussen de opgehaalde puzzelstukjes en het schetsen van pakkende en bruikbare toekomstrichtingen.
  • Mensen verschillen van inzichten en formuleren soms tegengestelde verwachtingen of voorkeuren. Het is in zekere zin arbitrair hoe met deze verschillen om te gaan.
  • Abstractieniveau. Door het integreren van de resultaten uit de verschillende onderzoeken is een vrij hoog abstractie niveau aangehouden. Ook wilden we de teksten compact houden. De vraag is of het voldoende gelukt is om de samenhang en afhankelijkheid tussen de onderwerpen goed uit te diepen. Wij menen van wel, maar daarom staan in de bijlagen ook de verslagen van de verschillende onderzoeken.
  • De vraag is of we een voldoende gevarieerd aantal mensen hebben gesproken. Naar ons idee hebben we een vrij brede selectie van mensen gesproken. Echter, we hebben niet gesproken met bijvoorbeeld pleitbezorgers van het basisinkomen, tegenstanders van de verzorgingsstaat en autonomen.
  • Dezelfde vraag geldt voor de bestudeerde literatuur. Ook daar is meer literatuur te vinden met andere zoektermen, databases en websites. Dat zou aanvullende inzichten kunnen opleveren, maar door ook onderzoekers en stakeholders te spreken menen we dat de toekomstrichtingen een goed beeld geven van de richtingen waarin men het werkdomein ziet bewegen.
  • Er zijn de afgelopen jaren meerdere rapporten uitgebracht over bestaanszekerheid en de arbeidsmarkt (o.a. enquête Toeslagenaffaire, commissie Borstlap, commissie Sociaal Minimum). De uitkomsten van de onderzoeken zijn grotendeels in lijn met deze rapporten. Dit kan een bevestiging zijn of een ‘self-fulfilling prophecy’.

Samenvattend zijn de grootste discussiepunten of we a) het brede palet aan visies op het werkdomein aan bod hebben laten komen, b) door de integratie van die visies te abstracte toekomstrichtingen hebben geschetst, en c) hierdoor bekende trends naar voren brengen. Ondanks deze discussiepunten meent de projectgroep dat door de diversiteit aan methoden we een -voor dit moment- actueel en getrouw beeld geven van het werkdomein, zoals dat ervaren wordt door de betrokken respondenten en de geraadpleegde bronnen. Er is een variatie aan toekomstbeelden opgehaald en de meerwaarde zit ook in de ordening van deze informatie zoals weergegeven in de afbeelding ‘Ontwikkelingen in het werkdomein’.