Overslaan en naar de inhoud gaan

Toekomstverkenning werkdomein

Laatste update: 19 mei 2026

Toekomstrichtingen werkdomein

Basiswaarden

In de toekomstverkenning komen een aantal basiswaarden naar voren. Dit begint met het centraal zetten van de mogelijkheden en behoeften van inwoners bij de ondersteuning om (weer) mee te doen in de samenleving, of dit nu werk of maatschappelijke participatie betreft. Hierbij komen de menselijke maat en wederzijds vertrouwen terug als belangrijke waarden bij het contact tussen inwoners en overheid.

In Van Driesten et al. (2023) worden waarden beschreven die belangrijk zijn in het sociaal domein. Waarden worden omschreven als 'diepgewortelde – vaak onbewuste – overtuigingen die richting geven aan hoe mensen vinden dat het moet of hoort.' (p. 7). Waarden geven aan waarom we iets doen, wat ons drijft. In de gesprekken werden vier waarden vaak genoemd, en daarin was ‘Inwoner centraal’ het meest richtinggevend. Daaronder vallen meedoen, de menselijke maat en wederzijds vertrouwen. Deze vier waarden werden ook herkend in de referentiegesprekken met stakeholders als belangrijke waarden in het werkdomein.

Inwoner centraal

De hulpvraag, leefwereld, talenten en mogelijkheden van de inwoner zijn leidend. Processen, informatie en dienstverlening zijn hierop aangepast. Professionals stimuleren en faciliteren dat inwoners zelf regie kunnen nemen, waar mogelijk. Daarbij wordt het als essentieel gezien dat inwoners kunnen (mee)beslissen met keuzes die voor hen belangrijk en/of waardevol zijn.

Het hebben van autonomie bevordert motivatie en onafhankelijkheid. Dit vraagt dat publieke organisaties zich verdiepen in inwoners die van hun diensten gebruik maken, zodat werkelijke behoeften achterhaald worden en geleerd wordt van de ervaringen van cliënten. Gelijkwaardigheid en samenwerking staan centraal: ieders expertise en ervaringen wordt benut. Niet alleen in de uitvoering komt de inwoner meer centraal te staan; ook bij de ontwikkeling van beleid worden inwoners vroegtijdig betrokken.

Menselijke maat

Voor de herziening van de Participatiewet hebben Jongenelen et al. (2024) de menselijke maat omschreven als 'De overheid stemt wet- en regelgeving en beleid af op en houdt in haar handelen en houding ten aanzien van mensen rekening met de individuele capaciteiten, wensen, belangen, behoeftes, omstandigheden en (on)mogelijkheden van mensen. Waarbij mensen niet alleen worden gezien in termen van hun problemen, maar als volwaardige individuen worden behandeld met daarbij respect voor hun waardigheid.'

Menselijke maat in de uitvoering refereert dan ook naar empathie en het vermogen jezelf te verplaatsen in de persoon die aan de andere kant van de balie zit. Dit omvat ook het luisteren naar mensen om hun een stem te geven in besluitvormingsprocessen die hen direct aangaan. Menselijke maat gaat dus over het rekening houden met de unieke omstandigheden en behoeften van een inwoner en het afstemmen daarvan op wat wettelijk en beleidsmatig nodig is. En in het uiterste geval voorkomen dat de toepassing van regels mensen onnodig schade toebrengt. Essentieel zijn persoonlijk contact, het opbouwen van een relatie en het voeren van échte gesprekken.

Beleid en ondersteuning zijn hierop gericht waardoor de levenskwaliteit van mensen verbetert. Mensbeelden zien er als volgt uit: er wordt uitgegaan van gelijkwaardigheid in de interactie tussen inwoner en professional, geaccepteerd wordt dat inwoners een terugval of tegenslag kunnen krijgen en opnieuw ondersteuning nodig hebben. Inwoners hebben nu eenmaal geen stabiel lineair leven. Door uit te gaan van de menselijke maat, worden onderliggende problemen aangepakt, worden inwoners benaderd met een op hen gerichte aanpak en worden inwoners niet snel opgegeven door professionals. Er wordt ook niet meer gesproken over klanten of targets: het gaat om inwoners.

Meedoen

Meedoen is meer dan alleen betaald werk: er is ruimte en erkenning voor andere vormen van maatschappelijke participatie voor mensen die (nog) niet betaald kunnen werken, zoals (arbeidsmatige) dagbesteding, vrijwilligerswerk en mantelzorg. Of het nu gaat om betaald werk, vrijwilligerswerk of mantelzorg: meedoen draagt bij aan een betere mentale en fysieke gezondheid, zingeving, waardigheid en saamhorigheid in de samenleving.

Het succes van de Participatiewet wordt dan ook niet alleen gemeten aan de hand van uitstroom naar werk, maar ook op basis van andere vormen van participatie en stappen richting participatie en werk (bijv. een verhoogd vertrouwen om te participeren of te werken). Dit betekent ook dat mantelzorg en vrijwilligerswerk gewaardeerd worden. Natuurlijk is en blijft betaald werk belangrijk en het hoogste doel, maar er wordt ook recht gedaan aan de realiteit dat niet iedereen in staat is om (volledig) zelfstandig te werken.

Wederzijds vertrouwen

Voor de herziening van de Participatiewet hebben Jongenelen et al. (2024) vertrouwen omschreven als 'De overheid gaat in wet- en regelgeving en beleid, haar handelen en houding ten opzichte van mensen ervan uit dat mensen eerlijk en oprecht zijn en het goede willen doen.' Kwalitatief goede publieke dienstverlening is gebaseerd op goede ervaringen en wederzijds vertrouwen tussen inwoners en instanties. Wederzijds vertrouwen is cruciaal in de interactie tussen inwoners en professionals om doelen te bereiken.

In de kern gaat het om betekenisvolle verbindingen tussen inwoners waarbij inwoners zich ondersteund en gemotiveerd voelen naar werk en maatschappelijke participatie. Niet uitgaan van een wantrouwend mensbeeld, maar vertrouwen in de inwoner dat hij/zij iets vraagt omdat het nodig is en wil voldoen aan verbonden rechten en plichten. Inwoners moeten kunnen vertrouwen op een eerlijke en transparante dienstverlening. Het bieden van inkomenszekerheid door de overheid, waarbij dit gescheiden is van re-integratie of werk, zorgt voor vertrouwen bij inwoners.

Deze afbeelding biedt handvatten voor gemeenten en stakeholders om effectief in te spelen op toekomstige uitdagingen. Je kunt erop klikken voor meer informatie.