Overslaan en naar de inhoud gaan

Handreiking Studietoeslag

Laatste update:

5 Studietoeslag als aparte inkomensvoorziening, geen (bijzondere) bijstand

5.1 Geen bijstand meer

De individuele studietoeslag was een vorm van bijzondere bijstand. Bijzondere bijstand wordt verstrekt als inkomensondersteuning die noodzakelijk is om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende kosten van het bestaan. De studietoeslag wordt nu niet meer met dat doel verstrekt.

De regering ziet deze regeling als een compensatie voor het feit dat deze studenten als gevolg van hun vastgestelde structurele medische beperking niet in staat zijn eigen inkomsten te verdienen naast een voltijdsstudie. Dit in tegenstelling tot hun niet medisch beperkte studiegenoten.

Bijzondere bijstand moet worden aangewend voor het doel waarvoor die is aangevraagd. Wordt er een aanvraag verhuiskosten gedaan, dan moet de bijstand worden gebruikt voor die verhuiskosten. Bij het toekennen van de studietoeslag is dat niet het geval. Die is vrij besteedbaar. (1)

Doordat studietoeslag geen bijstand meer is, zijn er ook wijzigingen in de voorwaarden. De belangrijkste is dat er geen vermogenstoets meer is (hoofdstuk 5.5).

Het college toetst niet of student Nederlander is of daarmee gelijkgesteld

Alleen Nederlanders of mensen die daaraan zijn gelijkgesteld hebben recht op bijstand. (2) Voor de studietoeslag hoeft het college dat niet te toetsen.

Studietoeslag is per 1 april 2022 geen vorm van bijstand. Dat uitgangspunt geldt daarom niet voor het recht op studietoeslag. Het college hoeft daarom bij een aanvraag om studietoeslag niet te beoordelen of de aanvrager Nederlander is of daaraan gelijkgesteld.

Voor het recht op studiefinanciering is wel vereist dat iemand studiefinanciering of een tegemoetkoming ontvangt (zie hoofdstuk 2.1). De WSF (3) en de WTOS (4) bevatten wel regels over welke nationaliteiten recht kunnen hebben op studiefinanciering en een tegemoetkoming. Dat toetst DUO. Het college heeft hier geen rol. Voor het college is slechts relevant of iemand studiefinanciering of een tegemoetkoming op grond van de WTOS ontvangt. Dat blijkt uit de beschikking van DUO (hoofdstuk 2.1).

Voetnoten

  1. Tweede Kamer 2019-2020, 35394, nr.5, p. 9.
  2. Dat staat in artikel 11 lid 2 en lid 3 Pw.
  3. Zie artikel 2.2 WSF 2000 en het Besluit studiefinanciering 2000.
  4. Zie artikel 2.2. WTOS en het Besluit tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.

Inhoud