Overslaan en naar de inhoud gaan

Samenstelling bijstandsbestand

Nog steeds meer dan de helft van de bijstandsgerechtigden langdurig in de bijstand

59,2% van de mensen met een bijstandsuitkering heeft die uitkering eind 2024 langer dan drie jaar. Ten opzichte van 2024 is het aandeel mensen dat langdurig een uitkering ontvangt, met 0,8 procentpunt afgenomen. Dit kan samenhangen met de toegenomen instroom de afgelopen twee jaar en/of uitstroom richting AOW van mensen die langdurig een bijstandsuitkering hebben ontvangen. 

In absolute aantallen is de grootste toename bij de groep bijstandsgerechtigden met een verblijfsduur tussen de één en twee jaar. In 2013 gold deze lange verblijfsduur nog voor 44% van de bijstandsgerechtigden. 

Bij de groep bijstandsgerechtigden die langer dan vijf jaar een algemene bijstandsuitkering ontvangt, is er nauwelijks een daling te zien in absolute aantallen. Deze groep is, ondanks de daling van het totaal mensen in de bijstand, sinds 2015 blijven toenemen. (1) Naarmate mensen langer een bijstandsuitkering ontvangen, zien we minder uitstroom.

De gemiddelde verblijfsduur (2) in de uitkering van alle bijstandsgerechtigden, is eind 2025 ruim zes jaar (82,4 maanden). Dit is vergelijkbaar met 2024. In augustus 2016 lag de gemiddelde verblijfsduur nog op 52 maanden (vier jaar en vier maanden). 

Vanaf september 2016 is de gemiddelde verblijfsduur stapsgewijs opgelopen. Dit illustreert dat vooral de mensen die korter in de bijstand zitten in staat zijn om weer uit te stromen. De gemiddelde verblijfsduur kan per gemeente flink verschillen. De kortste gemiddelde verblijfsduur van het bijstandsbestand in een gemeente is 46 maanden. De langste 111 maanden (ruim 9 jaar).

"Veel gemeenten geven aan dat zij in hun beleid meer dan voorheen aandacht geven aan inwoners die niet in staat zijn om op korte termijn de stap naar betaald werk te zetten. Deze verbreding in beleidsfocus van gemeenten komt vooral voort uit veranderingen die zij opmerken in de samenstelling van hun bijstandsbestand en de verwachte inwerkingtreding van de Participatiewet in Balans. Waar voorheen nog een aanzienlijk deel van de bijstandsontvangers snel naar werk toe te leiden was, ervaren gemeenten dat dit aandeel de afgelopen periode is geslonken, als gevolg van economische ontwikkelingen. 

Een veelgehoorde opmerking is: de mensen die kunnen en willen werken, werken al. Verhoudingsgewijs bestaat hun bijstandsbestand nu meer uit inwoners met complexere problematiek, waarvoor vaak intensievere en langdurige hulp nodig is om hen mee te laten doen. Een van de redenen hiervoor is dat steeds meer mensen met een arbeidsbeperking onder de verantwoordelijkheid van gemeenten horen." (3)

2025 - Verblijfsduur in de bijstand
Verblijfsduur in de bijstand 2018-2025

"Het verruimen van de focus van de Participatiewet van betaald werk naar een breder perspectief op meedoen in de samenleving, zorgt inderdaad voor meer waardering voor belangrijke vormen van maatschappelijke participatie, zoals vrijwilligerswerk en mantelzorg. Het rapport 'Vertrouwen in de bijstand' geeft inzicht in stappen die nog te zetten zijn. 

Pure inzet op verbondenheid en activering lijkt in de uitvoering nog lastig. Vanuit het gemeenschappelijk belang lijkt die uitkomst minder gewaardeerd dan maatschappelijke participatie of betaald werk. Maar uiteindelijk is het feit dat het met iemand persoonlijk goed gaat, ook goed voor de samenleving." (4)