Overslaan en naar de inhoud gaan

In- en uitstroom in de bijstand

Uitstroom naar werk, afgezet tegen de totale uitstroom, daalt opnieuw tot 34%

Er zijn verschillende redenen waarom een bijstandsuitkering beëindigd kan worden. In de benchmark laten we ook de verdeling naar uitstroomreden van de totale populatie uitstromers zien. Het gaat om een verhoudingsgewijze verdeling.

De meest voorkomende reden is dat iemand aan het werk gaat en zodoende meer inkomsten heeft dan de bijstandsnorm. In 2025 is 34% uitstroom naar werk. Dit is opnieuw een daling ten opzichte van voorgaande jaren; we zien een dalende trend. In 2021 lag de uitstroom naar werk op 41% ten opzichte van de totale uitstroom. In de jaren erna neemt de uitstroom naar werk steeds met 1%-punt af.

"We hebben altijd veel gedaan aan re-integratie en begeleiding naar werk en participatie en zijn daarmee jarenlang behoorlijk succesvol geweest. Dat is inmiddels een stuk moeilijker geworden. De doelgroep kent inmiddels ook veel meer complexe problematiek en uitdagingen."(1)

Sinds 2015 is de verdeling naar uitstroomredenen verder redelijk constant. Wel zien we sinds 2020 een lager percentage uitstroom vanwege handhaving. In de periode 2020 tot 2023 was dit percentage 8%. In de jaren voor 2020 lag dit percentage rond de 10%. In 2025 stroomt net als in 2024 7% van de mensen uit door handhaving. Verder zien we in 2025 met 7% een hoger percentage uitstroom vanwege andere inkomsten. In 2018 was dit 5%.(2)

Ook een groot aandeel van de bijstandsgerechtigden (33%) stroomt uit vanwege verloop. Hieronder vallen: bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, detentie, verhuizen naar een andere gemeente, verhuizing naar het buitenland en het aangaan van een relatie met een partner met voldoende inkomsten.

2025 - Reden van uitstroom uit de bijstand percentage t.o.v. totale uitstroom 2025
Reden van uitstroom uit de bijstand percentage t.o.v. totale uitstroom per jaar

"Een aanname achter de wet is dat (vrijwel) iedereen in de Participatiewet bemiddelbaar is naar betaald werk. Dit blijkt echter in de praktijk volgens gemeenten en bijstandsgerechtigden voor een deel van de groep niet realistisch, zo liet de evaluatie van de Participatiewet zien (Van Echtelt et al. 2019; zie bv. ook NLA 2022; SZW 2022). 

Zo kan van de circa 400.000 bijstandsgerechtigden naar schatting ruim een derde nu nog niet betaald werken, maar op termijn wel, en nog eens een derde kan ook in de toekomst geen betaald werk verrichten, vaak vanwege gezondheidsproblemen (NLA 2022, zie ook Cuelenaere et al. 2019)."(3)

Voetnoten

  1. Citaat uit een Benchmarkgesprek in 2025.
  2. Hierbij gaat het om bijvoorbeeld uitkering werkloosheid of arbeidsongeschiktheid, alimentatie, vermogensopbrengsten en ander inkomen.
  3. Vertrouwen in de bijstand: een kwalitatieve studie naar de ondersteuning aan bijstandsgerechtigden die (nog) niet betaald kunnen werken (SCP, november 2024)