Overslaan en naar de inhoud gaan

Samenstelling bijstandsbestand

Aantal jongeren in de bijstand stijgt

Eind 2025 is 55% van de bijstandsgerechtigden 45-plusser (dit is een optelsom van de laatste drie leeftijdscategorieën). In die groep vallen ook de 65-plussers die door het verschuiven van de pensioengerechtigde leeftijd langer op bijstand aangewezen zijn. Inmiddels maken zij 5% van het bestand uit. Ten opzichte van vorig jaar is deze leeftijdscategorie gelijk gebleven. 

Hoewel het aandeel jongeren van 18 tot 27 jaar in 2025 procentueel gelijk (11%) is gebleven ten opzichte van het totale bestand, is het aantal jongeren in de bijstand in absolute aantallen toegenomen. Jongeren maken in 2025 net als in 2024 11% uit van het bijstandsbestand. In 2025 waren dit 41.657 jongeren, in 2024 nog 40.145. In de jaren 2018-2023 schommelde het percentage aandeel jongeren ten opzichte van het totale bestand tussen de 9 en 10%.

"In het vierde kwartaal van 2025 was het aantal mensen met algemene bijstand in alle leeftijdscategorieën hoger dan een jaar eerder. De toename is met 3,7 procent het sterkst onder jongeren tot 27 jaar (42 duizend mensen bijstand). Dit is het twaalfde kwartaal op rij dat het aantal jongeren in de bijstand stijgt. Eind 2023 was deze stijging met 9,2 procent het sterkst, daarna nam de stijging af.

Onder 27- tot 45-jarigen neemt het aantal mensen met bijstand toe met 1,4 procent tot 139 duizend. Onder mensen tussen de 45 jaar en de AOW-leeftijd stijgt dit met 0,4 procent tot 229 duizend." (1)

2025 - Leeftijdsopbouw bijstandsbestand
Leeftijdsopbouw bijstandsbestand

45-plussers zijn oververtegenwoordigd in de bijstand in vergelijking tot de Nederlandse bevolking van 18 tot en met 67 jaar. 55% van het bijstandsbestand is ouder dan 45, tegenover 46% van de bevolking van 45 tot en met 68 jaar. Jongeren tot 27 jaar zitten juist relatief weinig in de bijstand; zij maken 11% van het aantal bijstandsgerechtigden uit, tegenover 18% van de bevolking van 18 tot en met 68 jaar.(2)

De hierboven geconstateerde ondervertegenwoordiging van jongeren in de bijstand hangt ook samen met het feit dat de meting ziet op de leeftijdsverdeling binnen de bijstandsgerechtigden op een specifiek peilmoment. Overall maakt een grotere groep jongeren onder 27 jaar binnen een kalenderjaar (veelal kortstondig) gebruik van de bijstand. 

Uit een recent onderzoek van Significant-APE naar de re-integratie dienstverlening van gemeenten blijkt dat voor jongeren substantieel vaker re-integratie in enge zin (naar werk) wordt ingezet dan voor andere leeftijdscategorieën. Het gaat dan vooral om loonkostensubsidie, jobcoaching en beschut werk. Een deel van de jongeren stroomt dus op deze wijze wel uit de uitkering, maar behoudt ondersteuning en voorzieningen (zoals loonkostensubsidie) die zij nodig hebben.

"Voor jongeren wordt substantieel vaker re-integratie in enge zin ingezet dan voor de andere leeftijdscategorieën. Dit geldt zowel in absolute als in relatieve zin. Dit valt te zien aan de veel grotere aantallen financiële compensatievoorzieningen (zoals loonkostensubsidie) en ook de grote hoeveelheid werkplekken onder de groep 15 tot 27-jarigen. Deze werkplekken betreffen met name beschut werkplaatsen. (…) Ook jobcoaching (ondersteuning op de werkplek) werd onder jongeren veel vaker ingezet dan onder andere groepen. 

Het aantal jongeren tot 27 jaar met een SRG-voorziening was in 2024 ongeveer net zo groot als het aantal personen in die leeftijd met een bijstandsuitkering. Dat wil overigens niet zeggen dat iedereen van die leeftijdsgroep een voorziening krijgt. Immers worden beschut werk en loonkostensubsidie vaak ingezet voor mensen die (mede hierdoor) geen recht (meer) hebben op een bijstandsuitkering."(3)

Uit de rapportage In, uit- en herinstroom 2016 - medio 2021 bleek ook dat juist de jongeren relatief het vaakst van alle leeftijdscategorieën in- en ook weer uitstromen uit de bijstand. Bij de door het CBS geconstateerde stijgende bijstandsafhankelijkheid van jongeren, gaat het veelal ook om deze kortstondige bijstandsafhankelijkheid. 

De stijging kan daarbij wellicht ook deels worden verklaard uit het feit dat gemeenten, vooruitlopend op de Participatiewet in Balans, in 2025 al afweken van de 4-weken zoekperiode voor de doelgroep kwetsbare jongeren. Dit is een wijziging die officieel per 1 januari 2026 in werking is getreden.

Wat duidelijk blijkt in de gemeentelijke praktijk is dat een deel van de jongeren die instromen in de bijstand, te maken heeft met complexe problematiek. Gemeenten richten vaak specifieke dienstverlening in voor deze doelgroep.(4)

"De hulpverlening voor en aan jongeren zit helemaal vast. Veel jongeren staan op een ggd-wachtlijst. De jongerenbegeleiders willen graag vanuit mogelijkheden werken, maar komen nu zoveel belemmeringen tegen dat er weinig mogelijkheden voor trajecten zijn. Best frustrerend. Tegenwoordig hebben veel jongeren die zich melden, forse problematiek." (5)

Voetnoten

  1. Verschillen in percentages tussen de Divosa Benchmark en het CBS kunnen verklaard worden doordat alle gemeenten data aanleveren aan CBS. In deze jaarrapportage zijn 243 gemeenten vertegenwoordigd.
  2. Prognose bevolking; geslacht en leeftijd, 2025‑2070 (CBS, december 2024)
  3. Re‑integratiedienstverlening door gemeenten (Significant APE, november 2025)
  4. Citaat uit een Benchmarkgesprek in 2025.
  5. Doorstroom WW naar bijstand: de Divosa Benchmark maakt trends en effecten van beleid zichtbaar (Divosa Benchmark, maart 2026)