Overslaan en naar de inhoud gaan

Loonkostensubsidie

Inzet loonkostensubsidie stijgt licht

Mensen met een arbeidsbeperking kunnen via hun gemeente een beroep doen op ondersteuning om aan het werk te gaan. Voor diegenen die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen, zetten gemeenten loonkostensubsidie (1) in. Het percentage personen met loonkostensubsidie in het kader van de Participatiewet is in 2025 9,9%. (2) Ten opzichte van 2024 is dit een stijging van 0,3 procentpunt. (3) 

De inzet van loonkostensubsidie laat hiermee nog steeds een stabiel, licht stijgende lijn zien. Het percentage loonkostensubsidies is een verhoudingsgetal dat de omvang van het aantal voorzieningen loonkostensubsidie afzet tegen het volume BUIG(4).

Vanaf 2022 wordt loonkostensubsidie als apart budgetaandeel opgenomen in het budget dat gemeenten krijgen voor de uitvoering van de Participatiewet. Dit gebeurt op basis van realisatie. Waarschijnlijk heeft deze wijze van financieren bijgedragen aan de stijgende lijn in de inzet van loonkostensubsidie.

Percentage personen met loonkostensubsidie afgezet tegen het bijstandsbestand (volume BUIG) 2018-2025

"De middelen voor loonkostensubsidie, die voorheen via het verdeelmodel bijstand beschikbaar gesteld werden, worden vanaf 2022 verdeeld op basis van de laatst bekende realisaties. Hiertoe wordt een apart deelbudget geraamd, op basis van een zo goed mogelijke inschatting van de te verwachten uitgaven aan loonkostensubsidie van alle gemeenten gezamenlijk." (5)

In gemeenten tot 100.000 inwoners ligt het percentage loonkostensubsidies ten opzichte van het volume BUIG, hoger. In gemeenten tot 50.000 ligt het percentage op 15,3% en in gemeenten van 50.000 tot 100.000 ligt dit op 13,0%. 

Het percentage mensen met loonkosten is met 0,5% gestegen in gemeenten met minder dan 50.000 inwoners. In gemeenten van 50.000 tot 100.000 inwoners is een stijging te zien van 1,1%. Gemeenten van meer dan 100.000 inwoners laten een daling zien van 0,1%. 

Mensen met loonkostensubsidie worden niet tot het bijstandsbestand gerekend, tenzij ze parttime werken en minder dan de bijstandsnorm verdienen. Onder personen met een loonkostensubsidie vallen ook mensen die beschut aan het werk zijn met inzet van loonkostensubsidie. 

De ontwikkeling van het percentage loonkostensubsidies vertoont een stijgende trend van 0,4% in 2015, naar 7% in 2022, 9% in 2023, 9,6% in 2024 en 9,9% in 2025. 

2025 - Percentage personen met loonkostensubsidie afgezet tegen het bijstandsbestand (Volume BUIG)

"Gemeenten constateren dat inwoners in hun bijstandsbestand vaak meerdere, samenhangende problemen ervaren die re-integratie bemoeilijken. In deze gevallen is de inzet van één ‘re-integratieinstrument’, zoals loonkostensubsidie of jobcoaching, onvoldoende om iemand écht te ondersteunen en is aanvullende ondersteuning nodig. Gemeenten zetten daarom steeds vaker in op een integrale aanpak waarbij problemen op verschillende leefgebieden bij een inwoner in gezamenlijkheid worden aangepakt." (6)

Voetnoten

  1. Loonkostensubsidie compenseert de werkgever bij verminderde productiviteit van een werknemer. De loonkostensubsidie die een werkgever van de gemeente krijgt, is het verschil tussen het wettelijk minimumloon en de loonwaarde van de werknemer.
  2. Loonkostensubsidie betalen gemeenten uit het bijstandsbudget. Forfaitaire loonkostensubsidie (ook betaald uit het bijstandsbudget) en tijdelijke loonkostensubsidie (betaald uit het participatiebudget), zijn in dit cijfer niet meegenomen.
  3. De data zoals weergegeven met betrekking tot loonkostensubsidie gaan over de periode december 2024 tot en met november 2025. Het aantal geregistreerde loonkostensubsidies van november 2025 is afgezet tegen het gemiddelde volume BUIG van december 2024 tot en met november 2025.
  4. Volume BUIG bestaat uit betalingen van uitkeringen algemene bijstand, Bbz levensonderhoud, IOAZ, IOAW.
  5. Besluit van 22 september 2021 tot wijziging van het Besluit Participatiewet in verband met de financiering van de loonkostensubsidies (Staatsblad, september 2021)
  6. Re‑integratiedienstverlening door gemeenten (Significant APE, november 2025)