Overslaan en naar de inhoud gaan

In-, uit- en herinstroom bijstand 2016 - 2021

Laatste update:

3 Uitstroom

3.5 Uitstroom neemt af naarmate verblijfsduur toeneemt

Bekeken over de gehele meetperiode, stroomt 44% binnen het eerste jaar uit, 16% binnen het tweede jaar en 10% binnen het derde jaar. Voor 30% duurt het langer dan drie jaar om uit te stromen. De uitstroom neemt af naarmate de verblijfsduur toeneemt.

 

Als we naar de ontwikkeling van de uitstroom per verblijfsduur kijken, constateren we een aantal verschuivingen. In toenemende mate bestaat de uitstroom uit personen die langer dan 60 maanden een uitkering ontvingen. Dat is deels te verklaren door de vergrijzing van de bijstandspopulatie. Ook het aandeel van de uitstroom dat 36 tot 60 maanden een uitkering ontving neemt tot begin 2020 toe.

Vanaf medio 2020 neemt de uitstroom van kortdurend verblijf toe. Het betreft hier bijstandsgerechtigden die begin 2020 vanwege de coronacrisis zijn ingestroomd.

De uitstroom per verblijfsduur is ook afhankelijk van de verblijfsduur van alle bijstandsgerechtigden. Wanneer het totaal aantal bijstandsgerechtigden met een bepaalde verblijfsduur in omvang groeit of afneemt, ligt een verschuiving in de uitstroom van deze groep ook voor de hand. Om de uitstroom naar leeftijdscategorie op waarde te schatten, is het goed om allereerst een indruk te hebben van de verblijfsduur van alle personen met een bijstandsuitkering.

Het grootste deel van alle bijstandsbijstandsgerechtigden (59,0%) ontvangt 3 jaar of langer een  bijstandsuitkering. Een relatief klein deel (17,6%) ontvangt één jaar of korter een bijstandsuitkering. Hoewel deze groep relatief klein in omvang is, vertegenwoordigen zij wel 43,9% van de totale uitstroom.

Het afzetten van de uitstroom per verblijfsduur tegen het totaal aan personen binnen dezelfde verblijfsduur, geeft vervolgens een beeld van de uitstroomkans. Zoals verwacht wordt de uitstroomkans kleiner naarmate men langer een bijstandsuitkering ontvangt.

Ook leeftijd hangt samen met verblijfsduur. Verhoudingsgewijs zijn de bijstandsgerechtigden die langdurig een bijstandsuitkering ontvangen wat ouder. Dit geldt met name voor de mensen die langer dan 5 jaar een bijstandsuitkering ontvangen.

De kans om uit de bijstand te geraken wordt kleiner naarmate men er langer in zit. Tegelijkertijd constateren we dat het aandeel bijstandsbijstandsgerechtigden dat langdurig in de bijstand zit, toeneemt. Dit illustreert de lastige opgave waar gemeenten voor staan. Is de doelgroep anders geworden, zijn ‘kansrijken’ uitgestroomd en staat de resterende groep verder af van de arbeidsmarkt? Hoe zetten gemeenten hun participatiebudgetten in? Op activering, begeleiding en re-integratie van de meest kwetsbare doelgroepen, zoals mensen die al lang in de bijstand zitten? Of op mensen die dichter bij de arbeidsmarkt staan, waardoor tegelijkertijd wordt voorkomen dat zij langdurig in de bijstand belanden?

Inhoud