Overslaan en naar de inhoud gaan

3 Uitstroom

3.2 Alleenstaanden stromen makkelijker uit de bijstand

Van de mensen die tussen januari 2016 en juli 2021 uit de bijstand stroomden, was de meerderheid alleenstaand (65,3%). Daarna volgen de leefvormen ‘echtpaar’ (20,7%), ‘alleenstaande ouder’ (13,9%) en ‘anders’ (0,1%). Onder ‘anders’ valt bijvoorbeeld co-ouderschap en gedeeltelijk verblijf in een inrichting.  Dit komt ongeveer overeen met de verdeling naar leefvorm van alle bijstandsbijstandsgerechtigden. Ten opzichte van het volume zijn alleenstaanden bovengemiddeld vertegenwoordigd in de uitstroomcijfers.

Voor alle leefvormen geldt dat de uitstroom gestaag in aantal afneemt. De uitstroom onder alleenstaanden fluctueert met een jaarlijk terugkerende piek in de uitstroom in juli.  We zien hier het effect van uitstromende alleenstaande jongeren die een opleiding gaan volgen.

Gemiddeld over de afgelopen 5 jaar neemt het aandeel alleenstaanden in de uitstroom toe. Als we de uitstroom per leefvorm afzetten tegen het totaal aantal mensen met deze leefvorm, krijgen we een beeld van de uitstroomkans. De uitstroomkans blijkt voor alleenstaanden groter dan voor echtparen en alleenstaande ouders. Bij alle leefvormen zien we vanaf 2019 een afname van de uitstroomkans. Voor alleenstaanden nam de uitstroomkans van 2016 tot en met 2018 nog licht toe.

Het aandeel alleenstaanden in de totale bijstandspopulatie neemt in de meetperiode toe en het aandeel alleenstaande ouders neemt af.

Inhoud