Overslaan en naar de inhoud gaan

3 Uitstroom

3.3 Mannen stromen makkelijker uit dan vrouwen

Over het algemeen stromen er iets meer mannen uit de bijstand dan vrouwen. Tussen januari 2016 en juli 2021 was 53,7% van de uitstroom man en 46,3% vrouw. 

 

Alhoewel er dus meer mannen dan vrouwen uitstromen, is het aantal vrouwen met een bijstandsuitkering groter dan het aantal mannen. 54,6% van de personen met een bijstandsuitkering is vrouw en 45,4% is man. Deze verhouding blijft gedurende de periode 2016 - medio 2021 onveranderd. De kans om als vrouw uit de bijstand te raken is kleiner dan voor mannen. Als we per jaar de uitstroom van mannen en vrouwen relateren aan respectievelijk het aantal mannen en vrouwen met een bijstandsuitkering, dan wordt dit verschil duidelijk zichtbaar. Voor zowel mannen als vrouwen geldt dat de uitstroomkans van 2016 tot de eerste helft van 2021 wat afneemt.

Wanneer we de uitstroom uit de bijstand van mannen en vrouwen uitsplitsen naar leeftijdscategorie, dan zien we dat naar verhouding een iets groter deel van de uitstroom onder vrouwen, personen zijn in de leeftijd 55 jaar tot AOW-leeftijd (17,1%). Het is niet zo dat deze leeftijdscategorie oververtegenwoordigd is onder vrouwen. De leeftijdsverdeling van mannen en vrouwen in de bijstand komt namelijk redelijk overeen. Het lijkt erop dat vrouwen vaker noodgedwongen tot de AOW-leeftijd afhankelijk zijn van de bijstand.

Om nauwkeurig te beoordelen of de uitstroom van mannen en vrouwen per leeftijdscategorie verschilt, kunnen we de uitstroom per leeftijdscategorie ook relateren aan het totaal aantal personen met een bijstandsuitkering binnen dezelfde leeftijdscategorie. We zien dan dat er niet zozeer meer vrouwen dan mannen uitstromen in de leeftijdscategorie van 65 jaar en ouder, maar dat de uitstroom van vrouwen binnen de overige leeftijdscategorien veelal lager is dan bij mannen. Het verschil is het grootst bij de leeftijdscategorien 27 tot 35 en 35 tot 45 jaar.

De uitstroom per geslacht kunnen we ook onderverdelen naar type leefvorm. Van de uitgestroomde mannen is het merendeel alleenstaand (78,1%), had 19,8% een uitkering als (echt)paar en is 2,0% een alleenstaande vader. Ook van de uitgestroomde vrouwen is het grootste deel alleenstaand (50,6%) en had een vergelijkbaar aandeel een uitkering als (echt)paar (21,8%). Van de uitgestroomde vrouwen is duidelijk een groter deel alleenstaande moeder (27,5%). Dit is logisch aangezien een groter deel van de vrouwen met een bijstandsuitkering alleenstaande moeder is. 

Om te zien of de uitstroom van mannen en vrouwen per leefvorm boven- of ondergemiddeld is, kunnen we de uitstroom van  mannen en vrouwen per leefvorm ook relateren aan het totaal aan mannen en vrouwen binnen dezelfde leefvrom. We constateren dat de kans op uitstroom van vrouwen in alle leefvormen nagenoeg even laag is. Voor mannen is de kans op uitstroom met name als alleenstaande of alleenstaande ouder hoger.

Inhoud