Overslaan en naar de inhoud gaan

3 Uitstroom

3.6 Uitstroomredenen

Wanneer een uitkering is beëindigd, administreren gemeenten wat de reden daarvoor is. Gemeenten registreren in de CBS-statistiek 21 verschillende uitstroomcategorieën. Omdat sommige categorieën klein in omvang zijn, voegen we ze in deze analyse samen (zie onderstaande indeling). In de Divosa Benchmark Werk & Inkomen worden de categorieën verhuizing en bereiken van AOW-leeftijd geschaard onder ‘verloop’. In deze analyse geven we deze uitstroomredenen apart weer. 

Categorie Uitstroom vanwege
Werk 'arbeid in dienstbetrekking' of 'zelfstandig beroep of bedrijf'
Scholing 'gaan volgen onderwijs met studiefinanciering'
Andere inkomsten uitkering arbeidsongeschiktheid' of 'alimentatie', 'vermogensopbrengsten', 'ander inkomen' of 'uitkering werkloosheid'
Handhaving 'overschrijden maximale verblijfsduur buitenland', 'geen inlichtingen', 'niet verschenen op herhaalde oproep inlichtingenplicht', 'niet verschenen op herhaalde oproep re-integratiegesprek' of 'kunnen volgen van onderwijs maar dit niet doen'
Verhuizing 'verhuizing naar andere gemeente', 'verhuizing naar buitenland'
Bereiken van AOW-leeftijd 'bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd'
Overig verloop 'overlijden', 'detentie', of 'aangaan relatie'
Overig 'andere oorzaak' of 'oorzaak partner'

Op een deel van de uitstroomredenen kunnen gemeenten invloed uit oefenen, bijvoorbeeld door een strikt beleid te voeren op het gebied van handhaving of door met voorzieningen in te zetten op re-integratie. Dit laatste zien we terug in de uitstroomredenen ‘Werk’ en ‘Onderwijs’. Van alle beëindigde uitkeringen in de periode 2016 tot en met 1e helft van 2021 heeft 41,1% ‘werk’ als reden. Voor 4,8% van de uitstromers is de reden het gaan volgen van onderwijs.

Wanneer we de uitstroomredenen over de verschillende jaren beschouwen, zien we dat de percentuele verdeling grotendeels gelijk blijft. Met als uitzondering dat het aandeel bijstandsgerechtigden dat uitstroomt als gevolg van handhaving gestaag iets afneemt en de uitstroom naar onderwijs licht toeneemt. Het aandeel van de beëindigde uitkeringen dat uitstroomt naar werk, blijft redelijk stabiel. Alleen in 2020, het jaar dat de coronacrisis startte, betreft een kleiner deel van de totale uitstroom een beëindiging vanwege het vinden van werk.

Uitstroomredenen naar leeftijd

De leeftijd van iemand met algemene bijstand heeft invloed op de reden van uitstroom. Een beëindigde uitkering door het gaan volgen van onderwijs met studiefinanciering is grotendeels voorbehouden aan bijstandsgerechtigden in de leeftijd 18 tot 27 jaar. 65-plussers stromen vrijwel uitsluitend uit vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

Uitstroomredenen naar werk per leeftijdscategorie

Van alle bijstandsgerechtigden die uitstromen naar werk, is ongeveer de helft (48,7%) tussen 18 en 35 jaar. En dat terwijl deze leeftijdscategorien gezamenlijk een kwart (26,5%) van de de bijstandspopulatie vertegenwoordigt.

Als we de uitstroom naar werk per leeftijdscategorie relateren aan het totaal aantal bijstandsbijstandsgerechtigden in dezelfde leeftijdscategorie, dan schetst dit een beeld van uitstroomkans naar werk. We zien dan dat deze het gunstigst is voor jongeren. Bovendien neemt de uitstroom naar werk binnen deze leeftijdscategorie als enige toe in 2020 en 2021.

Uitstroomredenen naar geslacht

De verdeling van uitstroomredenen van mannen en vrouwen kent overeenkomsten, maar ook een aantal opvallende verschillen. Bij mannen is handhaving of detentie veelvuldiger een reden voor het beëindigen van de uitkering, vrouwen stromen vaker uit vanwege het aangaan van een relatie en door oorzaak van de partner. Ook is het aandeel vrouwen dat naar werk uitstroomt kleiner dan bij mannen.

Beschouwd over meerdere jaren zien we zowel bij mannen als vrouwen soortgelijke ontwikkelingen. De uitstroom naar werk neemt tot en met 2018 gestaag toe om vanaf 2019 af te nemen. Vanaf de tweede helft van 2020 neemt de uitstroom naar werk onder zowel vrouwen als mannen weer toe. Al is deze ontwikkeling wat sterker bij de mannen dan bij de vrouwen. Zowel bij mannen als vrouwen zien we handhaving als uitstroomreden in de afgelopen vijf jaar afnemen. De eerder geconstateerde verschillen in uitstroomredenen tussen mannen en vrouwen blijven in de periode van 5,5 jaar onveranderd.

Het kabinet wil het percentage zelfstandige vrouwen vergroten. Dit betreft de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt, maar ook de verschillen in gebruik van sociale zekerheid en re-integratie ondersteuning tussen vrouwen en mannen. De door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid opgestelde factsheet Verschillen arbeidsmarkt, uitkeringen en re-integratie mannen en vrouwen (2019) ondersteunt dit doel met een cijfermatige analyse. We zien het in de factsheet vastgestelde verschil in uitkeringsafhankelijkheid en het verschil in uitstroomredenen bevestigd in deze analyse. We moeten concluderen dat de verschillen vooralsnog voortduren.

Het relateren van de uitstroom naar werk van mannen en vrouwen ten opzichte van het totaal aantal mannen en vrouwen met een bijstandsuitkering, schetst een beeld van de van de uitstroomkans naar werk van beide geslachten. Zoals verwacht is deze uitstroomkans naar werk voor mannen gunstiger dan voor vrouwen, namelijk bijna tweemaal zo groot. Dit verschil blijft, met uitzondering van 2020, nagenoeg even groot.

Inhoud