Overslaan en naar de inhoud gaan

Ontwikkelingen in 2025

Participatiewet in Balans

In 2025 is een belangrijke stap gezet in de herziening van de Participatiewet. Op 22 april 2025 nam de Tweede Kamer het wetsvoorstel aan voor de Participatiewet in Balans. Deze herziening van de wet moet het stelsel meer passend bij de doelgroep, eenvoudiger en mensgericht maken. Het kabinet wil met deze wijziging nog altijd nadruk leggen op de ondersteuning van mensen naar werk en daarbij, wanneer werken (nog) niet haalbaar is, meer ruimte bieden voor andere vormen van maatschappelijke participatie naast een toereikend inkomensvangnet.

Meer ruimte

Gemeenten krijgen met de Participatiewet in Balans meer ruimte om naar de persoonlijke situatie van mensen te kijken, en vertrouwen en ‘menselijke maat’ staan centraal in de uitvoering. De herziening is bedoeld om bestaande knelpunten in de Participatiewet aan te pakken en de balans tussen ondersteuning en verplichtingen te verbeteren. 

De Eerste Kamer stemde op 30 september 2025 in met het voorstel. Daarmee is het parlementaire traject afgerond en zijn de voorbereidingen voor invoering gestart. Deze ontwikkelingen markeren een beleidsverschuiving richting meer flexibiliteit, eenvoud en maatwerk in de uitvoering van de Participatiewet, met als doel dat meer mensen kansen krijgen om mee te doen in de samenleving.

Sporen

De veranderingen die volgen uit de wetswijziging worden gefaseerd ingevoerd in 2026 en 2027. Voor enkele van de maatregelen die in 2027 in werking treden, geldt 2026 al als gedoogjaar. Dit is spoor 1 binnen het bredere programma Participatiewet in Balans. 

Spoor 2 is een grote stelselwijziging, een langetermijnhervorming van het hele bijstandssysteem, een nieuw ontwerp voor inkomensondersteuning en participatie in Nederland. 

Spoor 3 draait om vakmanschap en cultuurverandering in de uitvoering. Naast nieuwe regels en een aangepast stelsel gaat het ook over een andere manier van werken: meer vertrouwen, meer maatwerk en meer aandacht voor de menselijke maat. Professionals krijgen hierin een sleutelrol, waarbij hun deskundigheid en handelingsruimte centraal staan.

Doelgroep

Gemeenten zien binnen de doelgroepen van de Participatiewet steeds minder mensen met een korte en overzichtelijke route naar werk. Het aantal bijstandsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt stijgt, vaak door een combinatie van problemen zoals schulden, mantelzorgtaken, langdurige bestaansonzekerheid of gezondheidsproblemen. De stijging van het aandeel mensen met een grotere ondersteuningsbehoefte kan voor een groot deel verklaard worden door de toename van het aantal mensen met een arbeidsbeperking (mensen die voor 2015 instroomden in de WSW en Wajong). 

Ontwikkelingen arbeidsmarkt

De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt spelen ook een rol. De aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt in de afgelopen jaren heeft ervoor gezorgd dat veel mensen met een relatief kleine afstand tot werk zijn uitgestroomd uit de bijstand. Ook daardoor is de samenstelling van de doelgroep van de Participatiewet veranderd. De groep die overblijft bestaat voor een groeiend deel uit mensen voor wie werk niet vanzelfsprekend of direct haalbaar is. Het gaat om inwoners met meervoudige problematiek, beperkte belastbaarheid of structurele belemmeringen richting de arbeidsmarkt. Voor deze groep is de krappe arbeidsmarkt minder doorslaggevend dan factoren als gezondheid, stabiliteit en passende ondersteuning.

Deze verschuiving betekent dat de Participatiewet in de praktijk steeds minder alleen draait om snelle uitstroom naar betaald werk. Dit is voor gemeenten niet nieuw: gemeenten ervaren dit al een aantal jaar in de praktijk. Voor een toenemend deel van de doelgroep ligt de nadruk op stabiliteit, ondersteuning en maatschappelijke participatie. Werk blijft een belangrijk perspectief, maar is niet voor iedereen (op korte termijn) haalbaar.

Voor gemeenten vraagt dit om een andere benadering en verschuiving in de dienstverlening: meer maatwerk, langere ondersteuningstrajecten en aandacht voor de brede leefsituatie van inwoners. Deze ontwikkeling onderstreept het belang van een mensgerichte uitvoering, waarin realistische doelen en duurzame participatie centraal staan.

"Veel gemeenten kiezen nadrukkelijk voor een persoonlijke aanpak met ondersteuning op maat, afgestemd op de unieke situatie, behoeftes, wensen en capaciteiten van de inwoner. Deze aanpak omvat doorgaans brede intakegesprekken, individuele ontwikkelplannen en langdurige begeleiding. 

Uit de interviews komt naar voren dat gemeenten hierin een verschuiving hebben doorgemaakt, waarbij maatwerk nadrukkelijker wordt omarmd door beleidsmakers en vertaald wordt naar de uitvoeringspraktijk. 

Hoewel gemeenten nog altijd gebruik maken van standaardtrajecten, erkennen gemeenten ook dat deze trajecten niet altijd aansluiten bij de diversiteit van hun bijstandsbestand en dat een aanvulling op hun aanbod nodig kan zijn om in de re-integratiedienstverlening beter aan te sluiten bij doelgroepen." (1)

Jongeren

Binnen de doelgroep van de Participatiewet valt op dat jongeren, in vergelijking met voorheen, een groter (en veranderend) deel van het bijstandsbestand vormen. Volgens de analyse Jongeren in de bijstand van de Divosa Benchmark Werk & Inkomen (juni 2025) is het aandeel jongeren in de bijstand de afgelopen jaren licht gestegen en blijven jongeren gemiddeld langer in de bijstand . 

Dit gaat samen met een toename van inzet van instrumenten zoals loonkostensubsidie en studietoeslag, wat erop wijst dat steeds meer jongeren een afstand tot de arbeidsmarkt hebben en ondersteuning nodig hebben. 

Gemeenten signaleren dat deze jongeren vaker kampen met complexe problematiek op meerdere leefgebieden, wat begeleiding intensiever en langduriger maakt.

Voetnoot

  1. Re‑integratiedienstverlening door gemeenten (Significant APE, november 2025 )