Jongeren in een complexe samenleving
Laatste update: 10 maart 20263 Mentale gezondheid
Jongeren zijn mondiger en kwetsbaar
Uit gesprekken met gemeenten blijkt dat steeds meer jongeren met complexe problematiek instromen in de bijstand, vaak inclusief mentale gezondheidsklachten. Ondersteuning gaat verder dan alleen begeleiding richting werk. Wachtlijsten in de ggz vormen regelmatig een obstakel om snel hulp te bieden.
Inhoud
Jongeren in een complexe samenleving
Laatste update: 10 maart 2026Inleiding
Jongeren van nu vinden hun weg in een complexe samenleving. Prestatiedruk, bestaansonzekerheid en individualisering bieden kansen, maar leiden ook tot meer stress en mentale klachten. Gemeenten geven aan dit terug te zien in het sociaal domein: het aandeel jongeren (18-27 jaar) in de bijstand groeit en de doelgroep verandert.
Jongeren in de bijstand hebben niet alleen ondersteuning nodig bij het vinden van werk, maar vaak ook op andere levensdomeinen. Het gaat bijvoorbeeld om jonge statushouders die aan het inburgeren zijn en soms met trauma’s worstelen, jongeren met een arbeidsbeperking, of jongeren die te maken hebben met multiproblematiek, zoals voortijdig schoolverlaten of (gok)schulden.
Ondersteuning van jongeren in het sociaal domein
Gemeenten hebben een belangrijke taak in het ondersteunen van jongeren die niet goed meekomen in de maatschappij. Effectieve ondersteuning vraagt oog voor maatschappelijke trends, een integrale aanpak en het actief betrekken van jongeren zelf, zodat hun perspectief wordt meegenomen en duidelijk wordt wat voor hen werkt.
Om inzicht te krijgen in de huidige ondersteuning, deden we in december 2025 een korte uitvraag onder gemeentelijke organisaties, met speciale aandacht voor de Participatiewet. Het beeld is gevarieerd: bijna alle organisaties hebben medewerkers die zich specifiek op jongeren richten, maar een domeinoverstijgende aanpak of specifiek beleid voor jongeren is vaak niet of gedeeltelijk aanwezig.
Gemeenten noemen verschillende uitdagingen: schotten tussen domeinen, gebrek aan informatie-uitwisseling, te weinig passende werkplekken en lange wachtlijsten bij beschut werk, (ggz)-hulpverlening en woningen. Ook het ervaren gebrek aan vertrouwen en motivatie bij jongeren maakt ondersteuning complexer.
Veranderende wetgeving in 2026: wat betekent dat voor jongeren?
Gemeentelijke ondersteuning van jongeren hangt voor een groot deel af van wettelijke en financiële kaders. De Participatiewet (2015), de Wet inburgering (2021) en nu de Participatiewet in Balans en de Wet van school naar duurzaam werk (2026) bepalen hoe gemeenten jongeren kunnen begeleiden. Tegelijk moeten gemeenten keuzes maken tussen wat haalbaar en wenselijk is, terwijl oplopende kosten en personeelstekorten druk zetten op de uitvoering.
Participatiewet in Balans: van vangnet naar startvoorziening
De Participatiewet in Balans verandert de rol van de bijstand voor jongeren. Niet langer is het alleen een vangnet; het wordt een startvoorziening, gericht op groei en zelfstandige maatschappelijke deelname. Gemeenten kunnen jongeren ondersteunen bij persoonlijke ontwikkeling en rust bieden voor de volgende stap.
Benut de Handreiking Maatwerk Participatiewet om te zien hoe je de wet praktisch kunt inzetten voor jongeren in kwetsbare posities.
Wet van school naar duurzaam werk: begeleiding naar werk of onderwijs
Sinds 1 januari 2026 helpt de Wet van school naar duurzaam werk jongeren beter bij de overgang van onderwijs naar werk of vervolgopleiding. Niet alle jongeren vinden vanzelf een passende plek; extra begeleiding is nodig om werk te vinden én te behouden. De wet wijzigt de Participatiewet (artikel 7a) en geeft gemeenten de opdracht om samen met onderwijsinstellingen en het Doorstroompunt, jongeren te ondersteunen naar school, leerwerktrajecten of werk. Het doel is dat jongeren niet tussen wal en schip vallen.
Handige bronnen: zie de Handreiking implementatie wet- en regelgeving School naar Duurzaam Werk of kijk op de pagina van het Landelijk Ondersteuningsteam Regionale Arbeidsmarkt voor praktische tips.
Wat biedt deze factsheet
Deze factsheet geeft een overzicht van cijfers en onderzoek over jongeren in het sociaal domein. Daarnaast biedt hij handvatten en praktijkvoorbeelden voor het ondersteunen van jongeren met complexe uitdagingen.
In de infographic hieronder zie je de belangrijkste thema’s uit de factsheet. Klik op een thema om direct naar het bijbehorende hoofdstuk te gaan.
Jongeren: over wie hebben we het?
Voor deze factsheet hanteren we de leeftijd van 18 tot 27 jaar. Veel wet- en regelgeving verandert zodra iemand 18 wordt. Als cijfers betrekking hebben op een andere leeftijdsgroep, wordt dit duidelijk vermeld.
De weg naar zelfstandigheid begint vaak al vóór het 18e jaar. Daarom is een aanpak van 16 tot 27 jaar belangrijk. Uit de Divosa Zoekt Uit-uitvraag blijkt dat sommige gemeenten ook 16- en 17-jarigen meenemen in hun dienstverlening. Om deze overgang te ondersteunen, heeft de VNG in 2023 de inspiratiegids Versnellers op de Big 5 gepubliceerd, met handvatten voor een integrale aanpak van jongeren van 16 tot 27 jaar.
1 Generatie ‘snowflake’?
Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat generatieverschillen op de werkvloer nauwelijks bestaan
Op internet circuleren talloze artikelen, infographics en memes over generatieverschillen op de werkvloer. Jongeren van nu, vaak generatie Z genoemd, krijgen soms het label sneeuwvlokjes: overgevoelig en weinig veerkracht. Maar klopt dat beeld?
Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat betekenisvolle generatieverschillen in waarden en gedrag ten aanzien van werk nauwelijks bestaan. Waarden en gedrag ten aanzien van werk worden vooral beïnvloed door de tijdgeest en de levensfase, niet door de generatie. Generatieverschillen zijn vooral een sociaal construct. Toch kan het geloof in deze verschillen wel gevolgen hebben op de werkvloer en binnen het sociaal domein.
Ook uit TNO-onderzoek op basis van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden blijkt dat mentale gezondheid meer wordt bepaald door tijdgeest en levensfase dan door generatie. Alle leeftijdsgroepen ervaren de laatste jaren meer druk en burn-outklachten. De Monitor Mentale Gezondheid van het Trimbos-instituut en RIVM bevestigt dit: vier op de tien Nederlanders ervaart angst- of depressiegevoelens, en één op de vier volwassenen heeft een psychische aandoening.
Lessen voor het sociaal domein: blijf in gesprek
Blijf in gesprek met jongeren over hoe zij naar hun leven kijken. Houd oog voor individuele verschillen en zoek van daaruit naar passende ondersteuning. Dit kan formeel, maar ook informeel via het netwerk van jongeren of lokale gemeenschappen.
Tools en praktijkvoorbeelden
- Gemeente Nieuwegein - Aanpak Nypels
De gemeente Nieuwegein startte in 2017 met de integrale Aanpak Nypels. Samen met partners uit het zorg- en veiligheidsdomein werken zij aan het versterken van leefbaarheid en veiligheid om zo samen met bewoners ondermijnende criminaliteit tegen te gaan. Wat de aanpak kenmerkt is het in gesprek gaan met alle bewoners en dus ook veel jongeren. De Aanpak Nypels daagt zichzelf en samenwerkingspartners uit om de eigen referentiekaders los te laten en zonder vooraf opgelegd doel met bewoners − veelal jongeren − in gesprek te gaan. Centraal staat de vraag: Wat kun je? En niet: wat kun je niet? Dit helpt om het ‘Anders te doen op het Nypelplantsoen’: bewoners ondersteunen vanuit talenten en niet vanuit problemen, én werken vanuit casuïstiek en niet vanuit beleid om tot verbetering te komen. Lees hier een interview met onder andere projectleider Nynke Joustra. - Rotterdamse Douwers
De Rotterdamse Douwers werken naast jongeren om hen te ondersteunen bij het ontdekken en ontwikkelen van hun passies en talenten. Samen denken ze buiten de kaders van het huidige systeem van muren, kastjes en loketten. - Divosa Werkwijzer Jongeren
In 2017 publiceerde Divosa de Werkwijzer Jongeren. Hoewel de context sindsdien veranderd is, biedt deze nog steeds waardevolle handvatten voor het ondersteunen van jongeren in het sociaal domein.
2 Werk en bijstand
Hoge participatie, maar kwetsbare jongeren zonder startkwalificatie blijven kwetsbaar
De arbeidsparticipatie onder jongeren is hoog, maar jongeren zonder startkwalificatie blijven kwetsbaar. Tussen 2014 en 2024 daalde de jeugdwerkloosheid van 12,7% naar 8,7%. Echter, in 2019 was de werkloosheid het laagst met 6,7% en sindsdien is deze weer gestegen, vooral bij jongeren zonder startkwalificatie. In 2024 was 11,2% van deze groep werkloos, tegenover 9,2% in 2019.
Uit de CBS Jeugdmonitor blijkt dat in 2024 79,2% van de 19- tot 23-jarigen en 84,1% van de 23- tot 27-jarigen ten minste één uur per week werkte. De meeste jongeren die niet werken, volgen een opleiding. Dit verklaart deels de lagere arbeidsparticipatie in universiteitssteden.
2.1 Stoppen met opleiding: psychische klachten en gezondheidsproblemen
CBS-onderzoek onder schoolverlaters (2024) laat zien dat 28% stopt vanwege psychische klachten en 15% vanwege gezondheidsproblemen. Vaak spelen meerdere redenen een rol.
Van de jongeren die stoppen, gaat 62% daarna aan het werk. Ruim de helft (54%) is van plan een nieuwe opleiding te starten. Voor een kwart van deze jongeren speelt financiële steun van de gemeente een rol bij het kiezen voor een nieuwe opleiding.
2.2 Jongeren en bijstand: trends en verklaringen
De grafiek laat zien hoe het aandeel jongeren in de bijstand zich ontwikkelt ten opzichte van het aandeel jongeren in de Nederlandse bevolking (18 jaar - AOW-leeftijd).
Het aandeel jongeren in Nederland neemt licht toe, terwijl het aandeel jongeren in de bijstand schommelingen vertoont met pieken en dalen. Momenteel stijgt het aandeel jongeren in de bijstand, maar het blijft lager dan hun aandeel in de totale bevolking.
Een belangrijke verklaring is dat veel jongeren onderwijs volgen of door hun ouders worden ondersteund. Hierdoor doen ze geen beroep op de bijstand, ook al verrichten ze geen betaalde arbeid. Uit onderzoek van de Nederlandse Arbeidsinspectie blijkt dat jongeren een van de groepen potentiële niet-gebruikers van de bijstand vormen.
Lessen voor het sociaal domein: integraal werken, NEET-jongeren bereiken, statushouders ondersteunen
- Zet in op een integrale aanpak
Ondersteuning van jongeren werkt het beste wanneer verschillende leefgebieden tegelijk worden meegenomen. Voorbeelden zijn specialistische jongerenteams of een jongerenloket. In Den Haag werkt Jongerenpunt070 vanuit een integrale benadering: vragen over werk, inkomen, scholing en persoonlijke omstandigheden worden samen opgepakt, met nadruk op coaching en perspectief.
- Focus op jongeren zonder werk, opleiding of bijstand (NEET)
Een deel van deze groep, internationaal bekend als NEET (Not in Education, Employment, or Training), wordt door ouders ondersteund en doet geen beroep op de bijstand, terwijl ze geen betaalde arbeid verrichten. Deze jongeren hebben een hoger risico op sociaal isolement of armoede. Samenwerking met scholen en de arbeidsmarkt is cruciaal, bijvoorbeeld via de Wet van school naar duurzaam werk, om jongeren te begeleiden bij de overgang van onderwijs naar werk en maatschappelijke uitval te voorkomen.
- Let op jonge statushouders
Zorg dat ondersteuning vanuit verschillende wetten op elkaar aansluit. Zo voorkom je dat jongeren tussen wal en schip vallen, bijvoorbeeld bij de overgang van school naar werk of van inburgering naar werk.
Tools en praktijkvoorbeelden
- De handreiking ‘Van school naar duurzaam werk’ biedt gemeenten heldere uitleg van de nieuwe wetgeving, procesbeschrijvingen en inspirerende voorbeelden uit de praktijk.
- Stroomopwaarts vertelt over hun directe en persoonlijke aanpak in de begeleiding van jongeren in combinatie met een forse investering in het netwerk in het onderwijs, bedrijfsleven en hulpverlening. Deze heeft geleid tot een lage instroom van jongeren in de bijstand.
- In Leeuwarden-Oost heeft een succesvolle pilot met lifecoaches geleid tot een structurele aanpak voor jongeren met complexe problemen op meerdere leefgebieden, zoals schulden, schooluitval en mentale gezondheid.
- In Tilburg is er de wens om vanuit leerplicht en inburgering gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen en te kijken naar een passend inburgeringstraject voor jongeren.
- Het doorstroompunt Zuid-Kennemerland en IJmond experimenteert met een inburgeringsklas voor jongeren, om te zorgen dat ze niet tussen wal en schip vallen zodra ze inburgeringsplichtig worden.
- Onder het motto ‘Eerst geloven, dan zien’, zette Noordwestgroep de afgelopen zes jaar in op de ondersteuning van jongeren bij de overstap van onderwijs naar werk. Inmiddels is 16% van de mensen in dienst bij NWG in de leeftijd van 18-27 jaar. NWG heeft contacten met scholen in de regio, biedt stageplekken en neemt ook veel jongeren in dienst. Ze zetten ook in op de ontwikkeling van jongeren door regelmatig met ze in gesprek te gaan. Bijvoorbeeld door het organiseren van jongerenbijeenkomsten en de recente start van Talentlab. Deze aanpak draagt bij aan de ontwikkeling van Noordwestgroep naar een toekomstbestendig werkontwikkelbedrijf.
Meer cijfers en onderzoek?
- Wil je weten wat het aandeel werkzoekende jongeren in jouw gemeente is? Dit vind je op Staat-van-de-jeugd.nl.
- Aandeel jongeren in de bijstand in jouw gemeente vindt je in de cijfers van de Divosa Benchmark Werk & Inkomen.
- In 2019 publiceerde Divosa samen met Verwey-Jonker en de Vrije Universiteit een onderzoekscahier. Een digitaal overzicht van relevante onderzoeken naar arbeidsparticipatie van jongeren met een beperking.
Op de Divosa Kennisbundel Werk en Inkomen vind je rapportages en handreikingen over jongeren en werk. Bijvoorbeeld:
3 Mentale gezondheid
Jongeren zijn mondiger en kwetsbaar
Uit gesprekken met gemeenten blijkt dat steeds meer jongeren met complexe problematiek instromen in de bijstand, vaak inclusief mentale gezondheidsklachten. Ondersteuning gaat verder dan alleen begeleiding richting werk. Wachtlijsten in de ggz vormen regelmatig een obstakel om snel hulp te bieden.
3.1 Cijfers laten zorgen zien
Volgens RIVM-onderzoek (2024) onder 16- tot 25-jarigen:
- voelde 43% zich (heel) vaak gestrest
- voelde 56,7% zich enigszins tot sterk eenzaam
- had 80,7% angst- of depressiegevoelens in de afgelopen vier weken
- had 5,5% in de afgelopen twaalf maanden vaak suïcidegedachten
Vergeleken met de totale volwassen bevolking worstelen jongvolwassenen op deze vlakken meer dan gemiddeld.
Uit de Monitor Mentale Gezondheid blijkt dat 39,6% van 18- tot 25-jarigen een psychische aandoening had, tegenover gemiddeld 24% bij 26- tot 76-jarigen. Onder studenten (2021) ervaart ongeveer 51% psychische klachten, waarvan 12% ernstig. Stress, prestatiedruk en slaapproblemen hangen sterk samen met mindere mentale gezondheid. In 2025 lijkt de situatie iets verbeterd ten opzichte van het coronajaar 2021.
Meer cijfers over mentale gezondheid en jongeren op een rij?
Het Trimbos-instituut heeft verschillende onderzoeken en cijfers op een rij gezet, zowel met betrekking tot kinderen als jongvolwassenen.
3.2 Levensfase en veerkracht
De druk die jongeren ervaren hangt samen met identiteitsvorming, nieuwe verantwoordelijkheden en emotionele ontwikkeling. In een artikel in het NRC benadrukken Hoogleraren Levi van Dam en Jim van Os dat zelfgerapporteerde klachten niet automatisch een ziekte betekenen. Het kan ook wijzen op een betere taal voor emoties, wat geen zwakte maar winst is. De focus moet volgens de onderzoekers liggen op veerkracht: hoe kan de omgeving jongeren helpen bij herstel en bij het ontdekken van zichzelf en hun talenten?
Het Nederlands Jeugdinstituut adviseert een balans te vinden tussen het erkennen van serieuze psychische klachten en het vermijden van onnodige medicalisering van normale ‘groeipijn’ of dagelijkse tegenslagen.
Lessen voor het sociaal domein: luisteren, faciliteren en leren van voorbeelden
Er is maatschappelijk steeds meer aandacht voor mentale gezondheid, en het taboe om hierover te praten neemt af. Met deze verschuiving verandert ook het vocabulaire om te praten over mentale gezondheid. Jongeren zijn hier mee opgegroeid en geven hier betekenis aan in hun eigen leven. Het is belangrijk om in gesprek te blijven met jongeren over wat zij precies verstaan onder begrippen zoals stress of triggers, zodat hun achterliggende behoeften zichtbaar worden.
Adviezen voor gemeenten
In Sprank spreekt Loes Keijsers, hoogleraar pedagogiek aan de Erasmus Universiteit, over mentale gezondheid bij jongeren. Een paar adviezen voor gemeenten:
- Creëer laagdrempelige plekken waar jongeren in gesprek kunnen met elkaar en met getrainde vrijwilligers over hun mentale welzijn.
- Houd het informele circuit in stand, zoals lokale netwerken en gemeenschappen.
- Leer van elkaar: handreikingen, voorbeelden en stappenplannen zijn beschikbaar op Mind Us.
Tools en praktijkvoorbeelden
Jonge statushouders verdienen speciale aandacht: onderzoek van WODC laat zien dat Syrische Nederlanders zich ruim twee keer zo vaak psychisch ongezond voelen als de algemene bevolking, en dat hun mentale gezondheid na verloop van tijd verslechtert.
- De folder van Pharos ‘Wat is stress en wat kun je doen?’ biedt een laagdrempelige introductie.
- Op de website van Divosa vind je handreikingen, tools, voorbeelden en onderzoek over gezondheid, inburgering en werk.
Daarnaast zijn er verschillende voorbeelden voor begeleiding richting werk voor jongeren met een psychische kwetsbaarheid:
- Webinar ‘Jongeren & Mentale gezondheid’ (2024): inzet van IPS-trajecten en overzicht van mentale gezondheid en jeugdwerkloosheid.
- Enik Recovery College: peer-supported leeromgeving en ontmoetingsplek voor jongeren met ervaring in psychische kwetsbaarheid of verslaving, gericht op herstel.
- Sterk met Werk-traject: begeleiden jongeren die niet in aanmerking komen voor IPS-trajecten naar werk of scholing. Sluit aan bij de Wet van school naar duurzaam werk en helpt uitval en langdurige inactiviteit voorkomen.
Extra bron: de Kennisbank Aan het Werk biedt informatie, methodieken en onderzoek over toeleiding naar werk en behoud van werk voor jongeren met een psychische kwetsbaarheid.
4 Onderwijs en kansengelijkheid
Opleidingsniveau als maatschappelijke scheidslijn
In Nederland hebben de afgelopen decennia grote verschuivingen plaatsgevonden als het gaat om het opleidingsniveau: 54,2% van 25- tot 35-jarigen heeft een hbo- of wo-opleiding afgerond, tegenover 26% van de oudste generatie op de arbeidsmarkt. Tegelijk had 40% van de 65- tot 75-jarigen geen startkwalificatie, tegen 10,7% bij de huidige 25- tot 35-jarigen.
Deze ontwikkeling betekent dat jongeren steeds meer onder druk staan om een diploma te halen. Jongeren met een startkwalificatie (havo, vwo of mbo-2) hebben vaker werk en meer baanzekerheid.
Jongeren zonder startkwalificatie: intensieve ondersteuning nodig
Promovendus Maritza Gerritsen onderzocht jongeren met een intensieve ondersteuningsvraag. In een artikel in Sociaal Bestek beschrijft ze dat jongeren met multiproblematiek vaak langduriger en intensievere ondersteuning nodig hebben dan binnen bestaande beleidskaders mogelijk is.
Gerritsen:
‘Wil een gemeente daadwerkelijk zorgen voor ondersteuning naar duurzame (arbeids)participatie, dan is een aanpak nodig met drie kernpunten: breed onderzoeken van de hulpvraag, een basis creëren om te leren en intensieve samenwerking met partners.’
Ook het rapport Succesvolle aanpakken voor mbo-studenten in een kwetsbare positie (NJi & ECBO) laat zien dat langdurige financiering een belangrijke uitdaging blijft.
Lees meer in het Sprank-artikel ‘Je wilt deze jongeren niet kwijtraken’ over onderzoek en lessen uit de samenwerking tussen onderwijs en gemeenten.
4.1 Onderwijs en kansengelijkheid: focus op gelijke uitkomsten
In de herziene versie (2025) van Diploma Democratie wordt het opleidingsniveau gezien als de nieuwe maatschappelijke scheidslijn. Politiek en beleid worden gedomineerd door academisch opgeleiden, wat kan bijdragen aan politiek wantrouwen en een bedreiging voor de democratie.
Auteur Mark Bovens legt in een podcast uit dat er zowel te weinig als te veel meritocratie is: te weinig, omdat opleidingsniveau en sociaal-economische status van ouders nog steeds kansen bepalen; te veel, omdat opleidingsniveau nu sterke invloed heeft op inkomen, gezondheid, woon- en leefsituatie. De aanleg om theoretisch te leren is even arbitrair als afkomst bij de verdeling van welvaart. Daarom gaat het niet alleen om gelijke kansen, maar ook om gelijke uitkomsten.
Uit een verkenning van Divosa, VNG en NDSD blijkt dat gemeenten dit perspectief steeds meer meenemen. In plaats van alleen te focussen op het aanbod van kansen, ligt de nadruk ook op meedoen, participatie en bestaanszekerheid. Kansengelijkheid wordt vaak vanuit onderwijs bekeken, maar gemeenten benadrukken dat het een complex vraagstuk is, dat samenwerking over domeinen heen vraagt. Bijzonder hoogleraar Amaranta de Haan pleit voor een sterke pedagogische basis in wijken en het Nederlands Jeugdinstituut adviseert gemeenten hoe deze te versterken.
Lessen voor het sociaal domein: focus op vaardigheden
Niet alle jongeren kunnen een startkwalificatie behalen. Daarom is het belangrijk om niet alleen op diploma’s te focussen, maar ook op vaardigheden. Deze jongeren verdienen ondersteuning op weg naar een duurzame plek op de arbeidsmarkt.
Tools en praktijkvoorbeelden
- Jongeren en inburgering: onderwijs voorop
Voor jonge nieuwkomers is een Nederlands diploma de beste start op de arbeidsmarkt. Deze publicatie laat verschillende routes zien, via regulier onderwijs of leerroutes in de inburgering. Acht gemeenten delen hun ervaringen om jongeren het beste toekomstperspectief te bieden. - Ede - Programma On Track
Jonge statushouders die zijn gestopt met onderwijs werken 28 uur per week bij re-integratiebedrijf Road2Work en volgen één middag taalles. Zo combineren ze werk, taal en inburgering. - Van vso-pro naar werk
Dit document, ontwikkeld vanuit het Programma Simpel Switchen, biedt professionals een werkwijze om jongeren van vso/pro naar de volgende stap te begeleiden. Extra ondersteuning is cruciaal voor jongeren met een arbeidsbeperking. - Leerwerktrajecten Z-route
Achterhoek is gestart met leerwerktrajecten voor jongeren in de Z-route. - Orionis Walcheren - Wonen en Werken
Jongeren met een grote afstand tot de arbeidsmarkt zetten hun competenties in voor de wijk, samen met woningbouwverenigingen. - Paspoort voor Succes & Mijn Overstap
Deze instrumenten ondersteunen gemeenten bij een warme, doorlopende overstap van onderwijs naar werk. Jongeren behouden de regie over hun gegevens en proces (AVG-proof). Deze documenten geven direct invulling aan de nieuwe wettelijke samenwerking tussen onderwijs en gemeenten. Sterke regionale samenwerking tussen onderwijs, gemeenten en partners zorgt voor één doorgaande lijn. Ontwikkeld door regio IJssel-Vecht, in samenwerking met onderwijs, UWV en werkgevers. - Arnhem - Pedagogische wijk
Scholen, straatcoaches, jongerenwerkers, wijkteams en politie werken in Arnhem nauw samen om een pedagogische wijk te realiseren.
5 Wonen
Zelfstandig wonen wordt lastiger
De woningcrisis bemoeilijkt de weg naar zelfstandigheid voor jongeren. Een eigen woonruimte draagt bij aan autonomie en helpt jongeren vaardigheden te ontwikkelen om voor zichzelf te zorgen.
De gemiddelde leeftijd om het huis uit te gaan is de afgelopen twintig jaar gestegen naar 23,8 jaar, waarbij vrouwen gemiddeld eerder zelfstandig wonen dan mannen. Jongeren die al werken of een uitkering hebben, willen vaak verhuizen, maar vinden geen woning.
Volgens de CBS Jeugdmonitor 2025:
- wil 32% van de meerderjarige jongeren die werken of een uitkering hebben verhuizen, maar kan niets vinden (2018: 12%);
- wil 21% van thuiswonende jongeren die onderwijs volgen verhuizen, maar kan niets vinden (2018: 5%).
Langer thuiswonen kan ook financiële gevolgen hebben voor het huishouden en daarmee de bestaanszekerheid van de jongere beïnvloeden. Het Nibud meldt dat alleenstaande ouders in de bijstand de grootste inkomensdaling ervaren door wegvallende kinderbijslag en stijgende kosten zodra het thuiswonende kind 18 jaar wordt.
De woningcrisis treft jongeren extra hard die:
- een onstabiele of onveilige thuissituatie hebben;
- een klein netwerk hebben;
- weinig financiële middelen hebben;
- een niet-Nederlands klinkende naam hebben (discriminatie op de woningmarkt).
Een stabiele woon- en werksituatie beïnvloedt elkaar: een vaste baan helpt bij het verkrijgen van een woning, en een stabiele woonplek ondersteunt deelname aan de arbeidsmarkt. Het sociaal domein kan hierin belangrijke ondersteuning bieden.
Wanneer jongeren niet bij hun ouders kunnen wonen, verblijven ze soms bij vrienden of familie, maar dat gaat vaak niet goed op lange termijn. Het aantal dakloze mensen neemt toe: 19% van de daklozen in 2024 is 18-27 jaar (CBS). Het Jongerenpanel De derde kamer beschrijft problemen zoals het vinden van een briefadres.
Lessen voor het sociaal domein: preventief ondersteunen
Gemeenten kunnen jongeren preventief ondersteunen om (dreigende) dakloosheid te voorkomen of te beëindigen. De Divosa Handreiking Maatwerk Participatiewet jongeren in een kwetsbare positie biedt inzicht in de wettelijke maatwerkmogelijkheden.
Hoewel de mogelijkheden om woningen te realiseren binnen het sociaal domein beperkt zijn, kunnen gemeenten in samenwerking met partners projecten ontwikkelen die huisvesting combineren met bredere ondersteuning.
Praktijkvoorbeeld
Kamer-Raad (Twente)
Een woon-, werk- en leerhuis voor studenten en leerlingen, ontstaan uit samenwerking tussen Humanitas Onder Dak, ROC van Twente, Jarabee en gemeente Enschede.
Het doel: Twentse jongeren in een kwetsbare positie een stabiele en veilige omgeving bieden om hun startkwalificatie te behalen.
6 Financiën
Financiële risico’s voor jongeren nemen toe
Jongeren groeien op in een complexe economische realiteit met nieuwe financiële risico’s. Langer thuiswonen beïnvloedt hun financiële zelfstandigheid: uitwonende studenten betalen vaker hun eigen vaste lasten, terwijl thuiswonenden vaak door hun ouders worden ondersteund bij zorgverzekering, telefoon en andere kosten (Nibud - Rapport Studentenonderzoek 2024).
6.1 Geldzorgen en schulden
- Moeite met rondkomen: uit de Gezondheidsmonitor 2024 blijkt dat 28,3% van jongvolwassenen moeite heeft met rondkomen. Uit State of Youth NL (2025) blijkt dat 17% elke maand financiële problemen ervaart, 20% regelmatig en ruim een derde af en toe. Uit een data-analyse van de ABN Amro blijkt wel dat de financiële situatie van eerstejaarsstudenten is verbeterd sinds de herinvoering van de basisbeurs.
- Schulden: 10,6% van de jongeren meldt schulden (RIVM). Hoewel officiële cijfers van het BKR lagere percentages betalingsachterstanden tonen, laat onderzoek van Deloitte zien dat bijna de helft van 18- tot 24-jarigen consumptieve schulden heeft, inclusief informele leningen en openstaande rekeningen.
6.2 Risico’s: beleggen en online gokken
- Beleggen: steeds meer jongeren beleggen, soms risicovol met geld dat ze op korte termijn nodig hebben.
- Online gokken: 19,1% van de jongeren gokte het afgelopen jaar online; 2,2% wekelijks. Ongeveer 2,5% ervaart hierdoor financiële problemen.
Lessen voor het sociaal domein: jongeren en financiële zelfredzaamheid
- Jongerenwerk structureel inzetten
Onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam laat zien dat jongerenwerkers jongeren vaak eerder bereiken en zo een sleutelrol spelen bij het voorkomen en bespreekbaar maken van armoede en schulden. Het advies: maak jongerenwerk structureel onderdeel van de armoede- en schuldenaanpak. - Financiële educatie op school
Vanaf 2028 wordt financiële educatie een vast onderdeel van het curriculum op basis- en middelbare scholen. Gemeenten kunnen scholen wijzen op subsidies voor financiële educatie (geldlessen.nl), en zo bijdragen aan vroegtijdige financiële bewustwording.
Tools en praktijkvoorbeelden
- Programma Preventie van geldzorgen
Divosa werkt samen met Humanitas, NCJ, Pharos, Stichting Expertisecentrum Sterk uit Armoede en Sociaal Werk Nederland om op honderd locaties netwerken te versterken die het gesprek over geld stimuleren, zorgen erkennen en snelle hulp bieden. - Specifieke groepen jongeren
- AMV’s (alleenstaande minderjarige vluchtelingen): overgang naar 18 jaar vraagt extra begeleiding. Handreiking van VNG en Nidos en het informatieboekje SAMAH talks money, helpen bij financiële zelfredzaamheid. Er is ook een factsheet over geld/financiën, gebaseerd op de meest gestelde vragen van jonge alleenstaande vluchtelingen.
- Jongeren met problematische schulden en multiproblematiek: samenwerking met het Jongeren Perspectief Fonds biedt een integrale aanpak die aansluit op de leefwereld van jongeren en vicieuze cirkels doorbreekt.
Praktische handreikingen en interventies
- Raadpleeg de Divosa Kennisbundel Armoede & Schulden voor praktische handreikingen en interventies.
7 Wat zeggen jongeren zelf?
Effectieve ondersteuning begint bij het betrekken van ervaringsdeskundigen
Jongerenparticipatie is belangrijk, maar in Nederland blijft politieke invloed beperkt: uit de Global Youth Participation Index scoort Nederland 58/100 op politieke participatie. Platforms zoals jongerenraden en politieke jongerenorganisaties zijn vaak adviesorganen, geen echte besluitvormingsplekken.
7.1 Betrek de juiste jongeren
Voor beleid in het sociaal domein is het essentieel dat jongeren uit de doelgroep zelf meepraten, bijvoorbeeld:
- Jonge statushouders
- Jongeren met schulden
- Jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats
- Jongeren met een arbeidsbeperking
Zo sluit beleid beter aan bij de behoeften en leefwereld van jongeren.
7.2 Jongeren de regie laten nemen
Tools zoals Paspoort voor Succes en gespreksinstrument Mijn Positieve Gezondheid helpen jongeren om zelf regie te voeren:
- bewustwording van hun situatie en eigen vaardigheden;
- inzicht in wat ze willen veranderen;
- ondersteuning bij gesprekken met professionals.
7.3 Peer-to-peer ondersteuning
Peer-trajecten kunnen effectieve informele ondersteuning bieden. Bijvoorbeeld het StudentLifeCoach Refugees-project van Academie van de Stad. Jonge lifecoaches begeleiden statushouders. Zij:
- bieden praktische én sociale ondersteuning;
- helpen jongeren wegwijs te worden in hun nieuwe omgeving.
Kortom: Jongeren moeten meepraten, regie houden en elkaar ondersteunen, zodat beleid en ondersteuning echt aansluiten bij hun behoeften.
Lessen voor het sociaal domein: Jongeren actief betrekken en medewerkers ruimte geven
Projecten zoals Healthy Start Convergence laten zien dat er veel tools en aanpakken bestaan om jongerenparticipatie in gemeenten te bevorderen, maar dat de inzet vaak beperkt blijft. Beleidsadviseurs ervaren diverse obstakels:
- Vooroordelen over jongeren en twijfel over de waarde van ervaringskennis
- Onzekerheid over eigen kunnen bij het vormgeven van participatie
- Angst om controle los te laten of verwachtingen te scheppen die de gemeente niet kan waarmaken
- Gebrek aan visie, rugdekking van leidinggevenden en integrale samenwerking
- Tekort aan personeel, financiële middelen en bureaucratische barrières
- Risico-averse gemeentelijke cultuur
Een lerende cultuur waarin medewerkers de ruimte krijgen om jongerenparticipatie uit te proberen, ondersteund door de organisatie, kan deze drempels verlagen.
Uit een verkenning van het Nederlands Jeugdinstituut (2024) kwamen twee concrete adviezen:
- Gebruik sociale media om jongeren te bereiken
- Zorg voor duidelijke structuren en processen en beloon jongeren voor hun medewerking
De VNG biedt overzicht van onderzoeken, barrières en oplossingsrichtingen voor jongerenparticipatie.
Tools en praktijkvoorbeelden
- Handreiking jeugdparticipatie (Lokale Democratie, 2025): bouwstenen voor participatie, inclusief verwijzingen naar andere bronnen en inspiratie.
- Voorbeelden bij gemeenten: Groningen, Rotterdam, Arnhem en Breda (Nederlands Jeugdinstituut).
- School for Participation: inspiratielijst met onderzoek voor en door jongeren.
- Regio Zwolle: Werkplaats Sociaal Domein Regio Zwolle werkt sinds 2021 samen met Travers Welzijn en jongeren aan initiatieven zoals ‘Jongeren over…’, een methodisch drieluik van bijeenkomsten rond thema’s die jongeren raken.
Colofon
Divosa
Aïdadreef 8 | 3561 GE Utrecht
Postbus 9563 | 3506 GN Utrecht
030 - 233 23 37
info@divosa.nl
divosa.nl
Deze publicatie is ontwikkeld door Divosa, in het kader van het programma Participatiewet in Balans.
Auteurs
Larissa van Es (Divosa)
Frauke van Iperen (Divosa)
Met dank aan alle Divosa-collega’s en medewerkers van gemeenten die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van deze publicatie.
Coördinatie
Stefanie Peters (Divosa)
Webredactie
Mathilde Kroon (Divosa)
Visual
Veronique Gielissen (Divosa)
Ramon Helmus (Cinnamon Interactive)
Contact
Heb je vragen over deze publicatie? Neem dan contact op met:
Frauke van Iperen e-mail: fiperen@divosa.nl