Overslaan en naar de inhoud gaan

Toelichting per artikel

14 Maatschappelijke begeleiding van asielstatushouders

De gemeente heeft als taak om asielstatushouders die op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 in haar gemeente worden gehuisvest gedurende de eerste fase maatschappelijk te begeleiden. Deze begeleiding is gericht op het regelen van praktische zaken en het vergroten van de kennis van de Nederlandse samenleving.

Het doel van de maatschappelijke begeleiding is het versterken van de zelfredzaamheid en de participatie van statushouders en om de juiste randvoorwaarden te scheppen, zodat asielstatushouders zo snel mogelijk kunnen beginnen met de inburgering. Met randvoorwaarden wordt in dit verband bedoeld dat de asielstatushouder geholpen wordt met het regelen van praktische zaken om te voorkomen dat onzekerheid of zorgen over basisvoorzieningen in de beginfase afleidt van een tijdige start van de inburgering.

Invulling maatschappelijke begeleiding

De gemeente is vrij om binnen de wettelijke kaders te bepalen hoe zij invulling geeft aan deze taak, dus: hoe zij de begeleiding vormgeeft en hoe lang de begeleiding duurt. Wel is het de bedoeling dat de gemeente maatwerk levert en de begeleiding afstemt op de behoeften en persoonlijke situatie van de statushouder. De gemeente heeft hierbij de ruimte om de maatschappelijke begeleiding te laten aansluiten op de lokale situatie en andere onderdelen van de inburgering.

De maatschappelijke begeleiding bestaat in ieder geval uit praktische hulp bij het regelen van en voorlichting over de basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving. In lid 2 van dit artikel is opgenomen wat volgens de wet (artikel 13 van de wet) en het Besluit (artikel 5.1 van het Besluit) in elk geval onderdeel uitmaakt van de maatschappelijke begeleiding. Het opnemen van deze opsomming is facultatief nu deze ook terug te vinden is in de regelgeving.

De praktische hulp betreft ondersteuning en begeleiding bij het regelen van praktische zaken ten aanzien van voorzieningen zoals onder andere wonen, zorg, werk, inkomen, verzekeringen en onderwijs. Ook wordt verwacht dat asielstatushouders in het kader van de maatschappelijke begeleiding wegwijs worden gemaakt in hun eigen woonomgeving, zodat zij zelfstandig hun weg weten te vinden naar bijvoorbeeld het gemeentehuis, de bibliotheek, de huisarts, de apotheek, de supermarkt, het consultatiebureau, de school en het kinderdagverblijf.

Ook begeleiding van de bijstandsgerechtigde asielstatushouder naar financiële zelfredzaamheid kan binnen de maatschappelijke begeleiding worden vormgegeven. Gemeenten moeten bijstandsgerechtigde asielstatushouders de eerste zes maanden financieel ontzorgen. Dit is geregeld in artikel 56a van de Participatiewet. Hierbij hoort dat asielstatushouders gestimuleerd en begeleid worden om ook financieel zelfredzaam te worden om hen te behoeden voor schuldenproblematiek na de periode van ontzorgen. Divosa heeft een handreiking gepubliceerd die zich specifiek richt op de financiële ontzorging in het inburgeringsstelsel en alles wat daarbij voor gemeenten komt kijken.

De voorlichting in het kader van maatschappelijke begeleiding gaat in op basisvoorzieningen en thema’s zoals wonen, inkomen, werk, zorg, onderwijs en opvoeding. Ook is het de bedoeling dat de asielstatushouder kennismaakt met maatschappelijke organisaties, bijvoorbeeld door het bezoeken van lokale instellingen zoals een school, welzijnsorganisatie of gezondheidsinstelling.

Start maatschappelijke begeleiding

De maatschappelijke begeleiding start bij voorkeur op de dag dat de statushouder is gekoppeld aan de gemeente. Als dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de afstand tussen het azc en de gemeente waar de asielstatushouder gehuisvest gaat worden, dan start de begeleiding zo snel mogelijk nadat de statushouder in de gemeente is gehuisvest. Dit is namelijk de periode waarin het meeste geregeld moet worden en de behoefte aan informatie en begeleiding het grootst is.

Door wie?

Als dit al bekend is, kan in de verordening worden opgenomen wie de maatschappelijke begeleiding gaat verzorgen. Het is ook mogelijk dit in gemeentelijke beleidsregels verder uit te werken.