Overslaan en naar de inhoud gaan

Toelichting per artikel

11 Inburgeringsaanbod aan asielstatushouders

Op grond van de Wet inburgering 2021 is de gemeente verantwoordelijk voor het inburgeringsaanbod aan asielstatushouders. Gezinsmigranten en overige migranten zijn zelf verantwoordelijk voor de (bekostiging van) het inburgeringsonderwijs. De gemeente is verplicht om asielstatushouders tijdig de inburgeringscursus van de vastgestelde leerroute aan te bieden. De asielstatushouder heeft er baat bij zo snel mogelijk te starten met het leren van de Nederlandse taal en met de andere activiteiten die bijdragen aan een goede start in de Nederlandse maatschappij.

Het is verder de bedoeling dat het inburgeringstraject niet langer duurt dan nodig is. Van de gemeente wordt daarom binnen een redelijke termijn een passend inburgeringsaanbod verwacht. Een aanbod binnen enkele weken na vaststelling van het PIP wordt in elk geval passend geacht; de asielstatushouder heeft dan voldoende tijd om het inburgeringstraject binnen de wettelijke termijn te voltooien.

Maatwerk

Het aanbod is maatwerk en sluit aan bij de capaciteiten, persoonlijke omstandigheden en mogelijkheden van de asielstatushouder. Door de gemeente verantwoordelijk te maken voor het aanbod is een betere verbinding mogelijk met andere beleidsterreinen in het sociaal domein, zoals de Participatiewet.

Gemeenten kunnen ervoor kiezen om het inburgeringsaanbod zelf te ontwikkelen en in eigen beheer aan te bieden of om het (deels) in te kopen bij externe organisaties, zoals cursusinstellingen en taalscholen. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft een handreiking gepubliceerd om gemeenten te ondersteunen bij het organiseren van het inburgeringsaanbod. De handreiking laat zien welke stappen gemeenten kunnen zetten om tot een passend aanbod te komen, op welke manieren zij kunnen samenwerken met andere gemeenten en hoe gemeenten het sociaal domein en inburgering met elkaar kunnen verbinden.

Dat de gemeente verantwoordelijk is voor het inburgeringsaanbod aan asielstatushouders en dat dit aanbod maatwerk moet zijn, vloeit voort uit artikel 15 van de wet en de toelichting hierop. Ook uit artikel 7 van deze verordening volgt al dat het aanbod moet aansluiten bij de capaciteiten en vermogens van de asielstatushouder. Omdat de verordening beoogt een compleet en samenhangend beeld te geven van de taken van de gemeente ten aanzien van inburgeringsplichtigen is dit artikel toch in de modelverordening opgenomen. Het markeert ook het verschil in positie tussen de asielstatushouder en de gezins- en overige migranten (die zelf verantwoordelijk zijn voor (de bekostiging van) hun inburgeringsonderwijs). Het opnemen van dit artikel is een keuze.