Overslaan en naar de inhoud gaan

Toelichting per artikel

2 Kernpunten van het inburgeringstraject

In dit artikel zijn de leidende principes uit de wet benoemd – de principes die ten grondslag liggen aan de uitvoering van de gemeentelijke taak. De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente een passend traject aan te bieden met als doel dat zij binnen de inburgeringstermijn, maar liefst sneller, voldoen aan de inburgeringsplicht. De term traject is in dit verband niet hetzelfde als de term (inburgerings)aanbod uit artikel 11 van de verordening.

De term inburgeringsaanbod gaat over op het aanbod door de gemeente van een inburgeringscursus waarmee de asielstatushouder aan de vastgestelde leerroute kan voldoen. Aan gezinsmigranten en overige migranten wordt geen inburgeringsaanbod gedaan: zij zijn zelf verantwoordelijk voor de invulling van de in het PIP vastgestelde leerroute waarmee zij aan hun inburgeringsplicht voldoen.

De term traject behelst het traject dat inburgeringsplichtigen moeten doorlopen om aan hun inburgeringsplicht te voldoen. Dit traject ziet er voor gezinsmigranten en overige migranten deels anders uit dan voor asielstatushouders.

Verantwoordelijkheid gemeente

Voor alle inburgeringsplichtigen omvat de verantwoordelijkheid van de gemeente:

  1. het verzorgen van de brede intake;
  2. het vaststellen van het PIP;
  3. het aanbod van het PVT en de MAP.

Voor asielstatushouders gaat het daarnaast ook om een aanbod van een inburgeringscursus om aan de vastgestelde leerroute te voldoen en maatschappelijke begeleiding. Voor bijstandsgerechtigde asielstatushouders komt daar de wettelijk verplichte financiële ontzorging nog bij. Financiële ontzorging is geregeld in de Participatiewet.

Hoewel het aanbod aan i) gezinsmigranten en overige migranten en ii) asielstatushouders verschilt, is maatwerk voor beide groepen het leidende principe bij de invulling van hun traject.

Dit artikel is in de modelverordening opgenomen omdat het hier gaat om belangrijke leidende principes die aan de wetgeving ten grondslag liggen en richtinggevend zijn voor de uitvoering van de taken die op de gemeente rusten. Het is het kader waarbinnen gemeentelijke keuzes vormgegeven en besluiten genomen worden. Het opnemen van dit artikel is geen verplichting, maar een keuze.