Overslaan en naar de inhoud gaan

Gemeentelijke vroegsignaleringsaanpak onder de loep 2025

Laatste update: 11 september 2025

4 Leren en ontwikkelen

4.1 Is de vroegsignalering succesvol?

Voor bijna zes op de tien gemeenten is vroegsignalering een succes als inwoners hierdoor de weg naar de gemeente weten te vinden. Dit duidt op een visie waarbij de gemeente een laagdrempelig 'visitekaartje' wil afgeven. Andere veel gebruikte maatstaven voor het succes zijn een zo groot mogelijk bereik en het klein houden van schulden als de belangrijkste graadmeters. De mate van hulpacceptatie is hieraan duidelijk ondergeschikt; driekwart van de gemeenten beschouwt dit niet als bepalend voor het succes.

Wanneer men vroegsignalering succesvol vindt

Het succes van vroegsignalering in de eigen gemeente

Gerelateerd aan hun criteria voor succes, vindt bijna zes op de tien gemeenten de vroegsignalering op dit moment succesvol. Daartegenover staat een kleine groep van slechts 7 procent van de gemeenten die het niet succesvol vindt.

In hoeverre men vroegsignalering succesvol vindt

Degenen die de vroegsignalering succesvol ervaren, benoemen:

  • Dat ze veel mensen weten te bereiken: ‘We weten veel mensen te bereiken, daarmee is niet altijd gezegd dat ze hulp accepteren. Maar ze weten ons in ieder geval te vinden. Dit is ook zo met ketenpartners.’ En: ‘We groeien in bereik binnen de capaciteit die we hebben.’
  • Dat inwoners de gemeenten steeds beter weten te vinden: ‘Voldoende bereik en met name ook inwoners die aanvankelijk geen hulp wensten, melden zich later alsnog. De kracht van laagdrempeligheid is groot. Met name ook in gevallen van multiprobleem-situaties is de vroegsignaleerder nog de enige collega die in contact is.’ En: ‘We worden steeds beter zichtbaar.
  • Dat er meer aanmeldingen bij schuldhulpverlening zijn, waarbij de ernst van de problematiek daalt: ‘Vanuit de vroegsignalering hebben wij veel aanmeldingen voor schuldhulpverlening gekregen.’ En: ‘Wij maken minder gebruik van lange trajecten (MSNP) en vaker wordt informatie en advies ingezet.’ En: ‘Het gemiddelde van de totale schuldenlast is aanzienlijk gedaald.
  • Dat er minder ontruimingen zijn: ‘Er zijn sinds de vroegsignalering geen ontruimingen geweest.’
  • Dat ze meer inwoners in beeld krijgen, ook met andere problematiek: ‘Door de jaren heen hebben we via vroegsignalering zoveel meer mensen in beeld gekregen dan we eerst hadden. Niet dat iedereen schulden heeft, maar ook al krijg je in beeld dat iemand geen reserves/spaargeld heeft; dat blijft toch een kwetsbaarheid. We kennen steeds meer mensen en daardoor is het ook makkelijker om opnieuw contact op te nemen. Het gaat steeds soepeler; en dat vind ik succesvol'.’ En: ‘Het is een goede manier om via de voordeurgesprekken andere signalen op te pikken en de gemeente 'een gezicht' te geven.’
  • Dat inwoners positief reageren: ‘Over het algemeen krijgen we positieve feedback. We proberen zoveel mogelijk (telefonisch) in contact te komen, wat meestal als prettig wordt ervaren.’ En: ‘Ik heb de uitvoering van de vroegsignalering sinds kort overgenomen en ik heb veel reacties van mensen die graag geholpen willen worden of nu weten wat we aan hulp kunnen bieden. De gesprekken met de meeste mensen zijn positief.’

Degenen die neutraal zijn, benoemen:

  • Er is te weinig capaciteit om alle signalen op de gewenste manier op te pakken: ‘Momenteel staat vroegsignalering een beetje stil vanwege te weinig capaciteit.’ En: ‘Middelen zijn beperkt en daarmee een beperkende factor. We ontwikkelen wel verder richting dedicated vroegsignalering en vroegsignaleerders.’
  • Men ziet nog mogelijkheden om het nog beter te doen. Zo benoemt een gemeente: ‘We kunnen het proces nog versterken: 1. verschillende aanpakken per doelgroepen en 2. de uitvoerende partij wil meer samenwerken met hulpverleners/professionals die al een vertrouwensband hebben met de inwoner.’ En: ‘We zijn nu bezig met de doorontwikkeling, we hebben de wens om vroegsignalering nog beter te doen.’
  • Het blijft moeilijk de betalingsachterstanden van inwoners te verminderen. Dit blijkt onder andere uit deze reacties: ‘We weten wel een hoog bereik te realiseren, maar dat zegt nog niets over een structurele oplossing. Je ziet na 'hulp geaccepteerd' vaak dat achterstanden oplopen, het van een vroegsignalering een crisismelding is geworden of dat er een melding komt van een andere melder.’ En Ondanks het proactieve aanbod blijft de schaamte om hulp te aanvaarden bestaan. Het lijkt er nog altijd op dat inwoners wachten met hulp aanvaarden of zoeken tot er een crisissituatie is ontstaan.’
  • Men twijfelt of het behaalde resultaat in verhouding staat tot de benodigde inspanningen. Zo geeft een gemeente aan: ‘We komen eerder in contact met inwoners, dat is een succes. Maar als je het aantal contacten/hulpacceptaties afzet tegen de investering in tijd en geld, dan is het een duur middel.
  • Het is moeilijk de effectiviteit van vroegsignalering te meten: ‘Het bereik is redelijk. Het effect is lastig te meten, waardoor je de toegevoegde waarde moeilijk kunt laten zien.’ En: ‘We zijn nog zoekend in het meten van de effectiviteit van de vroegsignalering en hoe dat gemeten kan worden.

Een van de reacties omvat veel van de bovengenoemde punten:

‘De huisbezoeken werpen na drie jaar vruchten af. Bewoners melden zich eerder of nemen contact op met de gemeente voor hulp. Mijn mening is dat als er meer op de vroegsignalering geïnvesteerd kan worden, dit meer resultaat zal geven. Echter, er is geen budget voor en we moeten het doen met een fte die voor de vroegsignalering, maar ook de overige taken van de schuldhulpverlening geldt!’

Degenen die de vroegsignalering niet succesvol vinden, noemen met name:

  • Dat het bereik laag is: ‘Het aantal huishoudens dat we met een huisbezoek weten te bereiken valt soms tegen. En daarnaast vind ik de kosten (van het systeem en dergelijke) hoog ten opzichte van het aantal bereikte inwoners.’ En: ‘Veel contactpogingen, maar weinig reacties.’
  • Dat de hulpacceptatie tegenvalt: ‘Het bereik is laag en weinig inwoners accepteren het hulpaanbod.’ En: ‘Het werkt wel goed, maar toch komen er veel mensen uiteindelijk nog in de schulden terecht. Bij ons valt het op dat veel mensen geen hulp willen aanvaarden. Dat is jammer, want zo loopt het telkens verder op.’
  • Dat de beperkte capaciteit een bottleneck is: ‘Kan meer uitgehaald worden, maar is geen capaciteit voor.’ En: ‘We willen graag alle crisismeldingen en matches bezoeken met een huisbezoek. Maar door veel te weinig capaciteit lukt dit niet.’